Einde inhoudsopgave
Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/1.3.2
1.3.2 Juridisch-dogmatische methode
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS713189:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Vranken Algemeen deel**** 2014/8 en 9. Ik ga niet in op de methodendiscussie in de literatuur.
Asser/Vranken Algemeen deel**** 2014/8 en 9; Van Boom, NTBR 2015/18, p. 122-131; Tjong Tjin Tai & Verbruggen, NJB 2022/2, p. 5.
Van Dijck & Van Gulijk & Prinsen, Recht der Werkelijkheid 2010, p. 44.
Tjong Tjin Tai & Verbruggen, NJB 2022/2, p. 5.
Vgl. Tjittes 1994, p. 3, die hetzelfde voor zijn proefschrift constateerde.
Zie over de wenselijkheid van en mogelijkheid tot compleetheid in het bronnenmateriaal: Snel 2016, p. 46 e.v.; Snel, Law and Method 2014, p. 1-22; Snel & Moraes 2017.
Snel 2016, p. 119 e.v. Zie overigens over de gevaren bij het gebruik van de sneeuwbalmethode ook: p. 91 en 120 e.v. De combinatie met de systematische methode kan deze problemen ondervangen.
Zie over het nut van deze aanvliegroutes: Snel 2016, p. 120-124.
Voor het opstellen van het theoretisch kader (hoofdstuk 2), het signaleren en oplossen van de problemen rondom het daderschap van de ondernemer (hoofdstukken 3, 4 en 5), het opstellen van een typologie van de invloed van de hoedanigheid van ondernemer op de inkleuring van het onrechtmatigheid en toerekenbaarheid (hoofdstuk 6), het opstellen van een gezichtspuntencatalogus voor een gespecificeerde maatmens-ondernemer (hoofdstuk 7) en het formuleren van een theorie over de positie van de ondernemer binnen het aansprakelijkheidsrecht (hoofdstuk 5 en 8) wordt gebruik gemaakt van de juridisch-dogmatische methode.1 Deze methode houdt een systematische beschrijving van het geldende recht in.2 Aan de hand van juridische bronnen (wet, jurisprudentie en literatuur), (tekst)analytische methoden en praktische argumenten, wordt het systeem van de buitencontractuele aansprakelijkheid van ondernemers in kaart gebracht. Daar waar leemtes of onduidelijkheden worden gesignaleerd, worden suggesties gedaan. Het proefschrift hanteert een ‘intern perspectief’.3 Het is in essentie een ‘leerstukgericht onderzoek’,4 omdat het leerstuk deels (nog) niet is erkend in het Nederlands aansprakelijkheidsrecht. Dit brengt uitdagingen met zich. Voor het verzamelen van bronnen is het namelijk lastig om te zoeken op een leerstuk dat niet als zodanig wordt erkend.5 Een bijkomend probleem is dat, gezien het onderwerp van deze studie, het potentiële bronnenmateriaal zeer omvangrijk is. Ik realiseer me dat het hierdoor niet mogelijk is compleetheid in het bronnenmateriaal te bereiken.6 Om de relevante literatuur toch zo goed mogelijk in kaart te brengen, is gebruikgemaakt van een combinatie van de ‘sneeuwbalmethode’,7 de ‘systematische digitale methode’, het bezoeken van fysieke bibliotheken, het bijhouden van attenderingen van juridische tijdschriften en het raadplegen van publicatielijsten van auteurs die eerder over het onderwerp hebben geschreven.8 Het doel van de juridisch-dogmatische methode is een fundament te leggen voor de theorievorming over de invloed van het risicobeginsel op de buitencontractuele aansprakelijkheid van ondernemers.