Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/3.3.3.1
3.3.3.1 Inbedding van het Verdrag van Brussel nopens de douanewaarde
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258517:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voor het Verdrag van Brussel lag de discretie voor het vaststellen van wetgeving aangaande het bepalen van de douanewaarde bij de landen zelf. België, Luxemburg en Nederland sloten op 5 september 1944 te Londen de Nederlands-Belgisch-Luxemburgse Douane-overeenkomst van 5 september 1944, Stb. E 77. In het Negende Protocol bij de Nederlands-Belgisch-Luxemburgse Douane-overeenkomst van 5 september 1944 gesloten op 16 juli 1953 te 's-Gravenhage is in de artikelen I tot en met VI vastgesteld hoe de douanewaarde moet worden bepaald. Tot 1953, het moment dat het Verdrag van Brussel in werking trad, werd in voornoemde landen de douanewaarde volgens de definitie van het Negende Protocol vastgesteld. Het Negende Protocol bepaalde in artikel 1 dat onder de douanewaarde moet worden verstaan: “[…] de normale prijs, dat wil zeggen de prijs welke gerekend wordt op de dag van de aangifte voor die goederen te kunnen worden bedongen ingevolge een onder vrije mededinging, tussen twee van elkaar onafhankelijke partijen, tot stand gekomen koop en verkoop”.
E. Bosch, De waarde als maatstaf voor de heffing van invoerrecht, Wfr 1968/453.
Verordening (EEG) nr. 803/68 van de Raad van 27 juni 1968 inzake de douanewaarde van de goederen, Pb. nr. L 148 van 28.06.1968, p. 6-12 zoals laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 338/75 van de Raad van 10 februari 1975, Pb. nr. L 39 van 13.02.1975, p. 5-6.
Artikel 15, lid 1, Verordening (EEG) nr. 803/68.
De vindplaatsen van de aangehaalde toepassingsverordeningen zijn per toepassingsverordening opgenomen in een voetnoot. Daarin is tevens opgenomen, voor zover dit het geval is, door welke verordening de toepassingsverordening voor het laatst in de periode tot aan 1 juli 1980 is gewijzigd en/of door welke verordening de toepassingsverordening in voornoemde periode is vervangen.
Verordening (EEG) nr. 1769/68 van de Commissie van 6 november 1968 betreffende de in de douanewaarde te begrijpen luchtvrachtkosten, Pb. L 285 van 25.11.1968, p. 1 zoals laatstelijk in de periode tot 1980 gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1214/75 van de Commissie van 13 mei 1975, Pb. L 127 van 17.05.1975, p. 1-48 en per 1 juli 1977 vervangen door Verordening (EEG) nr. 1033/77 van de Commissie van 17 mei 1977 betreffende de in de douanewaarde te begrijpen luchtvrachtkosten, Pb. L 127 van 23.05.1977, p. 1-60.
Verordening (EEG) nr. 375/69 van de Commissie van 27 februari 1969 betreffende de aangifte van gegevens inzake de douanewaarde van de goederen, Pb. L 052 van 03.03.1969, p. 1-5 zoals laatstelijk in de periode tot 1980 gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2530/77 van de Commissie van 17 november 1977, Pb. L. 294 van 18.11.1977, p. 9.
Verordening (EEG) nr. 1788/69 van de Commissie van 10 september 1969 houdende vaststelling van enkele uitzonderingen in de zin van artikel 3, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 803/68 van de Raad, Pb. L. 230/8 van 11.09.1969, p. 8-9.
Verordening (EEG) nr. 1974/69 van de Commissie van 6 oktober 1969 inzake de toe te passen wisselkoers ten aanzien van de Deutsche Mark voor de bepaling van de douanewaarde, Pb. L 251 van 07.10.1969, p. 10.
Verordening (EEG) nr. 2198/69 van de Commissie van 30 oktober 1969 betreffende de tijdtoleranties bedoeld in artikel 10, lid 2 en 3, van Verordening (EEG) nr. 803/68 van de Raad inzake de douanewaarde van de goederen, Pb. L 279 van 06.11.1969, p. 9-12 zoals laatstelijk in de periode tot 1980 gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3564/73 van de Commissie van 21 december 1973, Pb. L 361 van 29.12.1973, p. 78-83.
Verordening (EEG) nr. 1150/70 van de Commissie van 18 juni 1970 betreffende de plaats van binnenkomst in aanmerking te nemen overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 803/68 van de Raad inzake de douanewaarde van de goederen, Pb. L 134 van 19.06.1970, p. 33 zoals laatstelijk in de periode tot 1980 gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1490/75 van de Commissie van 11 juni 1975, Pb. L 151 van 12.06.1975, p. 7-8.
Verordening (EEG) nr. 1570/70 van de Commissie van 3 augustus 1970 houdende invoering van een stelsel inzake forfaitaire waarden voor citrusvruchten, Pb. L 171 van 04.08.1970, p. 10-13 1 zoals laatstelijk in de periode tot 1980 gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 223/78 van de Commissie van 2 februari 1978, Pb. L 32 van 03.02.1978, p. 7-9.
Verordening (EEG) nr. 1970/70 van de Commissie van 30 september 1970 betreffende de voor het bepalen van de douanewaarde toe te passen wisselkoers ten aanzien van de Canadese dollar, Pb. L 216 van 01.10.1970, p. 47.
Verordening (EEG) nr. 982/71 van de Commissie van 12 mei 1971 inzake de voor de bepaling van de douanewaarde ten aanzien van de munteenheid van bepaalde Lid-Staten toe te passen wisselkoers, Pb. L 107 van 13.05.1971, p. 11.
Verordening (EEG) nr. 1971/71 van de Commissie van 10 september 1971 inzake de voor de bepaling van de douanewaarde toe te passen wisselkoers ten aanzien van de munteenheid van bepaalde derde landen, Pb. L 207 van 11.09.1971, p. 20.
Verordening (EEG) nr. 603/72 van de Commissie van 24 maart 1972 betreffende de voor de bepaling van de douanewaarde in aanmerking te nemen koper, Pb. L 72 van 25.03.1972, p. 17.
Verordening (EEG) nr. 604/72 van de Commissie van 24 maart 1972 voor de toepassing van artikel 3, lid 5, sub c), en lid 6 van Verordening (EEG) nr. 803/68 van de Raad van 27 juni 1968 inzake de douanewaarde van de goederen, Pb. L 72 van 25.03.1972, p. 18-19.
Verordening (EEG) nr. 1581/74 van de Commissie van 24 juni 1974 inzake het in aanmerking nemen van prijsverminderingen bij het bepalen van de douanewaarde, Pb. L 168 van 25.06.1974, p. 15.
Verordening (EEG) nr. 1343/75 van de Commissie van 26 mei 1975 inzake over te leggen stukken voor de bepaling van de douanewaarde, Pb. L 137 van 28.05.1975, p. 18-19.
Verordening (EEG) nr. 1641/75 van de Commissie van 27 juni 1975 houdende invoering van een stelsel inzake forfaitaire waarden voor de bepaling van de douanewaarde van appels en peren, Pb. L 165 van 28.06.1975, p. 45-48 zoals laatstelijk in de periode tot 1980 gewijzigd bij Verordening (EEG) 224/78 van de Commissie van 2 februari 1978, Pb. L 32 van 03.02.1978, p. 10.
Verordening (EEG) nr. 2951/75 van de Commissie van 10 november 1975 betreffende de tijdtoleranties bedoeld in artikel 10, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 803/68 van de Raad inzake de douanewaarde van de goederen, Pb. L 293 van 12.11.1975, p. 7-8.
Verordening (EEG) nr. 1025/77 van de Commissie van 17 mei 1977 betreffende de plaats van binnenkomst die in aanmerking moet worden genomen voor de goederen die over zee worden vervoerd, als bedoeld in artikel 6, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 803/68 van de Raad inzake de douanewaarde van de goederen, Pb. L 124 van 18.05.1977, p. 5-6.
Verordening (EEG) nr. 2741/78 van de Commissie van 24 november 1978 betreffende de portokosten die in aanmerking moeten worden genomen voor de bepaling van de douanewaarde van met de post verzonden goederen, Pb. L 330 van 25.11.1978, p. 17.
Verordening (EEG) nr. 2931/78 van de Commissie van 13 december 1978 betreffende de in aanmerking te nemen hoeveelheid voor het bepalen van de douanewaarde van goederen die in verscheidene zendingen worden ingevoerd, Pb. L 350 van 14.12.1978, p. 16.
Verordening (EEG) nr. 477/79 van de Commissie van 9 maart 1979 tot vaststelling van enkele uitzonderingen in de zin van artikel 3, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 803/68 van de Raad inzake de douanewaarde van de goederen, Pb. L 59 van 10.03.1979, p. 22-23.
J.S. Buiting, Rechtssysteem van de Europese Gemeenschappen. Werking van het douanerecht, Wfr 1971/485.
Aanbeveling (EEG) nr. 70/112 van de Commissie van 23 januari 1970 inzake de organisatie van de diensten van de centrale douaneadministratie, belast met de uitvoering van de bepalingen omtrent de douanewaarde van goederen, Pb. L 27 van 04.02.1970, p. 10-11.
In een gemeenschappelijke waardedefinitie voor invoerrechten was tot 1 juli 1968 niet voorzien. De EEG-lidstaten (“Het Europa van Zes”) bepaalde de douanewaarde zodoende op basis van de waardedefinitie zoals vastgelegd in het Verdrag van Brussel (ook wel de ‘Brusselse Waarde Definitie’ (BWD), onderdeel 3.2.2.3).1 Bij laatstgenoemd verdrag waren namelijk alle EEG-lidstaten partij en krachtens het verdrag waren de verdragsluitende partijen ertoe gehouden om de BWD in hun nationale wetgevingen op te nemen. Echter, voor de precieze uitwerking van de waardedefinitie stond het de verdragsluitende partijen vrij om voor de interpretatie die bepalingen uit de Noten van het Verdrag van Brussel over te nemen die zij nodig achtten. Tevens bevatten de Noten van het Verdrag van Brussel facultatieve bepalingen, die in bepaalde EEG-lidstaten wel en in een aantal niet waren opgenomen, dan wel op verschillende wijze werden toegepast. Dat maakt dat de douanewaarde weliswaar binnen de EEG werd vastgesteld op basis van de BWD, maar dat eenvormigheid van de vaststelling van de douanewaarde niet verzekerd kon worden. Bosch wijst in dat kader op de verschillen die omtrent de uitdrukking ‘onder vrije mededinging’ bestonden. In een Nederlandse en Engelse visie betekent ‘onder vrije mededingen’ elke koopprijs die onder normale commerciële omstandigheden tot stand is gekomen, zelfs wanneer de prijs abnormaal laag is. Echter, de opvatting van Duitsland en Frankrijk luidt dat indien de koopprijs onder normale commerciële omstandigheden tot stand is gekomen, maar de prijs abnormaal laag is, het invoerrecht over de normale, mededingingsprijs moet worden berekend2 Het gevolg daarvan was dat importeurs potentieel ongelijk werden behandeld en handelsverkeer zich mogelijk zou verleggen, waardoor, met andere woorden, er concurrentieverstoringen binnen de EEG-lidstaten zouden optreden. Aangezien de maatstaf van heffing van het invoerrecht in de EEG bijna uitsluitend op basis van ad valorem rechten werd bepaald en vanwege voornoemde overwegingen, is besloten tot vaststelling van Verordening (EEG) nr. 803/68 van de Raad van 27 juni 1968 inzake de douanewaarde van de goederen.3 Deze verordening is op 1 juli 1968 in werking getreden en in deze verordening is voorzien in een nadere precisering van de waardedefinitie om de uniformiteit tussen de EEG-lidstaten te waarborgen. Voornoemde verordening is gebaseerd op artikel 235 van het EEG-verdrag.
In de verordening is voor de concretisering van een aantal bepalingen aan de Europese Commissie de bevoegdheid toegekend om toepassingsverordeningen vast te stellen. Daartoe is het Comité Waarde ingesteld.4 Tot en met 1979 zijn de volgende toepassingsverordeningen vastgesteld:5
Verordening (EEG) nr. 1769/68 van de Commissie van 6 november 1968 betreffende de in de douanewaarde te begrijpen luchtvrachtkosten;6
Verordening (EEG) nr. 375/69 van de Commissie van 27 februari 1969 betreffende de aangifte van gegevens inzake de douanewaarde van de goederen;7
Verordening (EEG) nr. 1788/69 van de Commissie van 10 september 1969 houdende vaststelling van enkele uitzonderingen in de zin van artikel 3, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 803/68 van de Raad;8
Verordening (EEG) nr. 1974/69 van de Commissie van 6 oktober 1969 inzake de toe te passen wisselkoers ten aanzien van de Deutsche Mark voor de bepaling van de douanewaarde;9
Verordening (EEG/) nr. 2198/69 van de Commissie van 30 oktober 1969 betreffende de tijdtoleranties bedoeld in artikel 10, lid 2 en 3, van Verordening (EEG) nr. 803/68 van de Raad inzake de douanewaarde van de goederen;10
Verordening (EEG) nr. 1150/70 van de Commissie van 18 juni 1970 betreffende de plaats van binnenkomst in aanmerking te nemen overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 803/68 van de Raad inzake de douanewaarde van de goederen;11
Verordening (EEG) nr. 1570/70 van de Commissie van 3 augustus 1970 houdende invoering van een stelsel inzake forfaitaire waarden voor citrusvruchten;12
Verordening (EEG) nr. 1970/70 van de Commissie van 30 september 1970 betreffende de voor het bepalen van de douanewaarde toe te passen wisselkoers ten aanzien van de Canadese dollar;13
Verordening (EEG) nr. 982/71 van de Commissie van 12 mei 1971 inzake de voor de bepaling van de douanewaarde ten aanzien van de munteenheid van bepaalde Lid-Staten toe te passen wisselkoers;14
Verordening (EEG) nr. 1971/71 van de Commissie van 10 september 1971 inzake de voor de bepaling van de douanewaarde toe te passen wisselkoers ten aanzien van de munteenheid van bepaalde derde landen;15
Verordening (EEG) nr. 603/72 van de Commissie van 24 maart 1972 betreffende de voor de bepaling van de douanewaarde in aanmerking te nemen koper;16
Verordening (EEG) nr. 604/72 van de Commissie van 24 maart 1972 voor de toepassing van artikel 3, lid 5, sub c), en lid 6 van Verordening (EEG) nr. 803/68 van de Raad van 27 juni 1968 inzake de douanewaarde van de goederen;17
Verordening (EEG) nr. 1581/74 van de Commissie van 24 juni 1974 inzake het in aanmerking nemen van prijsverminderingen bij het bepalen van de douanewaarde;18
Verordening (EEG) nr. 1343/75 van de Commissie van 26 mei 1975 inzake over te leggen stukken voor de bepaling van de douanewaarde;19
Verordening (EEG) nr. 1641/75 van de Commissie van 27 juni 1975 houdende invoering van een stelsel inzake forfaitaire waarden voor de bepaling van de douanewaarde van appels en peren;20
Verordening (EEG) nr. 2951/75 van de Commissie van 10 november 1975 betreffende de tijdtoleranties bedoeld in artikel 10, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 803/68 van de Raad inzake de douanewaarde van de goederen;21
Verordening (EEG) nr. 1025/77 van de Commissie van 17 mei 1977 betreffende de plaats van binnenkomst die in aanmerking moet worden genomen voor de goederen die over zee worden vervoerd, als bedoeld in artikel 6, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 803/68 van de Raad inzake de douanewaarde van de goederen;22
Verordening (EEG) nr. 2741/78 van de Commissie van 24 november 1978 betreffende de portokosten die in aanmerking moeten worden genomen voor de bepaling van de douanewaarde van met de post verzonden goederen;23
Verordening (EEG) nr. 2931/78 van de Commissie van 13 december 1978 betreffende de in aanmerking te nemen hoeveelheid voor het bepalen van de douanewaarde van goederen die in verscheidene zendingen worden ingevoerd;24
Verordening (EEG) nr. 477/79 van de Commissie van 9 maart 1979 tot vaststelling van enkele uitzonderingen in de zin van artikel 3, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 803/68 van de Raad inzake de douanewaarde van de goederen.25
Bovenstaande toepassingsverordeningen zijn maatregelen van algemene strekking en kunnen aangemerkt worden als nieuwe bindende handelingen welke een authentieke interpretatie geven aan Verordening (EEG) nr. 803/68.26 Naast voornoemde toepassingsverordeningen heeft de Europese Commissie op 23 januari 1970 een aanbeveling vastgesteld inzake de organisatie van de diensten van de centrale douaneadministratie, belast met de uitvoering van de bepalingen omtrent de douanewaarde van goederen.27 Dit betreft een juridisch niet-bindende handeling van de Europese Commissie.