Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/7.6.1.3
7.6.1.3 Financiële bijdrage
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480835:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Aanhangsel Handelingen II 2014/15, nr. 3115, p. 1-2.
‘Honderden woningen rond Schiphol niet meer geïsoleerd’, ANP 15 september 2004; zie ook ‘Schultz betaalt 110 miljoen voor geluidsisolatie’, ANP 15 september 2004.
‘Honderden woningen rond Schiphol niet meer geïsoleerd’, ANP 15 september 2004; ‘Gouden advocaat’, De Telegraaf 6 april 2006; Schreuder, NRC Handelsblad 16 september 2004; maximaal € 68 miljoen hiervan zou ‘ruimhartigheid’ te zijn, want zo’n € 42 miljoen kon simpelweg juridisch niet verhaald worden in verband met het te laat vaststellen van een tarief in de Luchtvaartwet: GIS Voortgangsrapport 1 2005, p. 2.
Subsidieregeling geluidsisolatie of vervangende nieuwbouw specifieke panden, Stcrt. 2004, nr. 70, p. 2.
Stcrt. 2004, nr. 70.
Kamerstukken II 1981/82, 17307, nr. 3, p. 4; Kamerstukken II 1989/90, 21660, nr. 1, p. 2; ‘In Zwanenburg is de sfeer er niet beter op geworden’, Het Parool 17 februari 1993.
Stcrt. 1998, nr. 223, p. 5, 12.
Stcrt. 1998, nr. 223, p. 5, 10-11.
‘Wet van 23 december 2004, houdende wijziging van de Luchtvaartwet in verband met wijziging van de heffingen voor de luchthaven Schiphol’, Stb. 2005, nr. 40.
Verslag Schadeschap 24 november 2010, p. 2; tevens sloot dit aan bij de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening: Kamerstukken II 2000/01, 27603, nr. 3, p. 15; men was bang voor een ‘claimcultuur’: De Vos, Het Financieele Dagblad 24 februari 2007.
Interviews betrokkenen 2020.
‘Schadeschap werkt aan oplossing voor Spaarndam’, Haarlems Dagblad 13 december 2007.
‘Claims Schiphol stapelen zich op’, Haarlems Dagblad 25 juni 2008.
Een lijn reeds ingezet in Kamerstukken II 1989/90, 21660, nr. 1, p. 2.
Rapport inzake de jaarrekening 2019, p. 8; Voortgangsverslag Stichting Leefomgeving Schiphol 2020, p. 2; Rapport inzake de jaarrekening 2020, p. 8.
Boele, Haarlems Dagblad 19 januari 2018.
Stcrt. 2009, nr. 14721.
Bestemmingsreglement 2016.
‘Vliegtuigen scheren pannen van de daken’, NRC Handelsblad 16 juni 1990; Interviews betrokkenen 2020.
De financiering van het schadebeleid werd grotendeels voorgeschoten door het Rijk en verhaald op de luchtvaartmaatschappijen. Het principe rondom Schiphol was: de vervuiler betaalt.1 Overigens verhaalden de maatschappijen op hun beurt de kosten (deels) op hun passagiers, de ‘ware’ vervuilers, via een toeslag op de ticketprijs.2
Bij de geluidsisolatieprojecten verhaalde het Rijk de kosten via heffingen op de luchtvaartmaatschappijen. Voor GIS-2 maakte staatssecretaris Schultz een uitzondering en besloot zij € 110 miljoen van de totale kosten van € 400 miljoen te dragen. De beleidswijzigingen en een ruimhartiger toepassing van regels hebben het project vertraagd en de kosten verhoogd. De staatssecretaris stelde: ‘Wat het Rijk voor de burger heeft gedaan, hoeft niet voor rekening van de luchtvaart te komen.’3 Deze bijdrage was het resultaat van onderhandelingen met de sector, waar discussies over juridische aansprakelijkheid en verhalen van kosten lijken te hebben plaatsgevonden.4 Meer uitgesproken financiële coulance vanuit het Rijk was zichtbaar bij de instelling van een speciale subsidieregeling voor een dertigtal woningen waarbij de isolerende maatregelen anders, vanwege ‘een sterk afwijkende bouw of vormgeving’,5 voor rekening van de eigenaren zouden komen.6 In vele andere gevallen werd van omwonenden verwacht dat zij kosten voor achterstallig onderhoud of bijkomende wensen zouden betalen, hoewel voor de isolatie zelf geen eigen bijdrage werd gevraagd.7
De kosten van het Schadeschap kwamen in eerste instantie ten laste van het Rijk.8 De planologische wijzigingen die de betrokken decentrale bestuursorganen zouden doorvoeren, waren immers naar aanleiding van door de minister vastgesteld beleid.9 De Rijksoverheid besloot de kosten vanaf 2005 door te belasten op de luchtvaartmaatschappijen via een heffing.10 Nadat uit onderzoeken bleek dat kostenoverschrijdingen bij het Schadeschap het gevolg waren van tekortschietend beleid en uitvoering, schikte het Rijk met de luchtvaartmaatschappijen (via belangenvertegenwoordiger BARIN) waardoor zij € 4 miljoen van de kosten van het Schadeschap droeg.11 Hiernaast werd bij het Schadeschap om een eigen bijdrage (€ 300) van de verzoekers gevraagd.12 De bijdrage diende ter administratieve ondersteuning, zou voorkomen dat ‘gelukszoekers’13 een schadevergoeding zouden vragen, en werd teruggestort als positief op een aanvraag werd besloten. Volgens betrokkenen moesten velen (honderden) omwonenden worden overtuigd dat de procedure positief zou uitvallen, dus besloten de no cure no pay adviesbureaus in ongeveer 1.500 gevallen om zelf het recht voor te schieten en zo het risico te dragen.14 Hoewel het Schadeschap werd gefinancierd door de luchtvaartmaatschappijen, leek het Rijk al met al in het opstellen van de regelgeving terughoudend te blijven wat betreft uitkeringen (zoals ook via strenge geluidscontouren15 en de verjaringstermijn16). Mogelijk kwam deze houding voort uit de wens om de heffingen voor Schiphol niet te hoog te maken om diens concurrentiepositie niet al te veel te benadelen.17
De Stichting Leefomgeving Schiphol bood individuele gedupeerden een financiële vergoeding in natura en droeg financieel bij aan gebiedsgerichte projecten. De individuele vergoedingen kwamen uit de bijdrage van Schiphol; uit de bijdragen van het Rijk en de provincie werden gebiedsgerichte projecten betaald. Tijdens de tweede tranche poogde de Stichting ruimhartiger uit te keren door het bestemmingsreglement voor zowel individuele gevallen als gebiedsgerichte projecten te verruimen18 en via een ‘laagdrempelig’ 19 initiatievenfonds. Net zoals het Schadeschap vroeg de Stichting individuele aanvragers een vergoeding van de administratieve verhandelingen (€ 25,- in de eerste tranche20 en € 50 tijdens de tweede tranche21). De Stichting handelde vanuit de bijdrage van Schiphol tevens vortexschade af. Hoewel omwonenden met dergelijke schade via de Stichting snel in natura werden geholpen, is het opmerkelijk dat het budget afkomstig was uit de ‘vrijwillige’ bijdrage van de luchthaven. Deze vortexschade kan worden aangemerkt als onrechtmatige daad (6:162 BW) en zou dientengevolge door Schiphol moeten worden vergoed; voor de komst van de Stichting betaalde de luchthaven deze schade al.22 Via de Stichting kwam de vergoeding ten laste van een budget voor ‘schrijnende’ individuele gedupeerden.