Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/5.2.5
5.2.5 Art. 10b Wet VPB 1969: vanaf 2007
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS302015:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zero coupon en deep discount leningen kunnen niet worden aangemerkt als renteloze leningen. Dergelijke leningen bevatten wel een rentecomponent, zij het dat deze niet expliciet is overeengekomen, maar ligt besloten in de uitgifteprijs en het aflossingsbedrag. Uiteraard zal wel moeten worden getoetst in hoeverre de rentecomponent zakelijk is. Kamerstukken II 2001/02, 27 896 en 28 034, nr. 9 (Brief), p. 8.
Anders dan het oude art. 10 lid 4, is het nieuwe art. 10b echter niet van toepassing als de vergoeding op de langlopende lening in belangrijke mate hoger is dan hetgeen zakelijk is. Zie Antwoorden op vragen over Wet werken aan winst, 10 juli 2007, DB2007-00115 U, V-N 2007/35.18.
Molenaars meent dat een waardevermindering van de schuld voor de debiteur in beginsel belastbaar is terwijl een waardestijging (bijvoorbeeld als gevolg van valutaschommelingen) niet in aftrek komt. M.L. Molenaars, ‘De behandeling van hybride leningen en convertibles onder het wetsvoorstel Werken aan winst’, WFR 2006/6686, p. 1073. Hofman meent daarentegen dat het verdedigbaar is dat de waardevermindering van de schuld voor de debiteur niet belastbaar is. Hij verwijst daarvoor naar de toelichting die door de staatssecretaris is gegeven op het oude art. 10 lid 1 onderdeel d. In deze bepaling komt de frase ‘komen bij het bepalen van de winst vergoedingen (...) en waardemutaties (...) niet in aftrek’ ook voor. De term ‘waardemutaties’ omvat volgens de staatssecretaris zowel positieve als negatieve mutaties. Een afwaardering bij de schuldenaar van een schuld tot onder de nominale waarde zou derhalve niet leiden tot te belasten winst. A.W. Hofman, ‘Hybride leningen in de voorgestelde wet Vpb 2007’, MBB oktober 2006, p. 357.
Kamerstukken II 2005/06, 30 572, nr. 3 (MvT), p. 50.
Kamerstukken II 2005/06, 30 572, nr. 8 (Nota), p. 84.
Brief staatssecretaris van Financiën van 14 juni 2007, nr. BCP2007-00826, V-N 2007/30.13.
Art. 10b Wet VPB 1969 is, globaal geformuleerd, gericht tegen de aftrek van de rente en de negatieve waardemutaties bij langlopende renteloze leningen of langlopende leningen met een zeer lage rente.1 Deze bepaling komt inhoudelijk grotendeels overeen met het vroegere art. 10, lid 4, Wet VPB 19692 dat tot 2007 onderdeel uitmaakte van de regeling met betrekking tot de beperking van de aftrek van de rente op hybride geldleningen, reden waarom zij in deze paragraaf wordt behandeld.
Wil art. 10b van toepassing zijn dan is in de eerste plaats vereist dat de belastingplichtige een geldlening heeft verkregen van een lichaam waarmee hij is gelieerd in de zin van art. 8b. De tweede voorwaarde houdt in dat de lening geen vaste aflossingsdatum heeft of een aflossingsdatum die meer dan tien jaar is gelegen na het tijdstip van het aangaan daarvan. Bij verschuiving van de aflossingsdatum naar een later tijdstip wordt de geldlening geacht vanaf het tijdstip van totstandkoming die nieuwe aflossingsdatum te hebben gehad. Ten slotte is nodig dat rechtens dan wel in feite geen vergoeding op die lening is overeengekomen of een vergoeding die in belangrijke mate lager is dan hetgeen in het economische verkeer door onafhankelijke partijen zou zijn overeengekomen. Is aan deze voorwaarden voldaan dan komen de vergoeding op de lening en waardemutaties van de lening niet in aftrek.3
De bepaling richt zich tegen internationale mismatches.4 Zij wil voorkomen dat geïmputeerde rente in aftrek komt voor de Nederlandse vennootschapsbelasting, terwijl bij de crediteur daarover geen winstbelasting is verschuldigd. Volgens de staatssecretaris is echter een nuancering op zijn plaats wanneer de renteaftrekbeperking door deze fictie leidt tot economisch dubbele belastingheffing over de rente. In binnenlandse deelnemingsverhoudingen is hij dan bereid om met behulp van de hardheidsclausule een oplossing te zoeken.5 Ten aanzien van leningen die zijn aangegaan voor 1 januari 2007 heeft hij goedgekeurd dat zij voor de toepassing van art. 13, lid 4, onderdeel b, bij de crediteur worden aangemerkt als een schuldvordering als bedoeld in art. 10, lid 1, onderdeel d.6 In internationale verhoudingen kan de dubbele heffing aanleiding geven tot overleg tussen de verdragspartijen.