Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/II.2.5
II.2.5 Daderschap
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460222:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Hiertoe reken ik dus ook de feitelijk leidinggever. Zie over deze taxonomische keuze par. II.5.4.2.
De keuze voor deze afbakening licht ik toe in par. II.1.3.
Zie hierover expliciet: Van Woensel 1993, par. 1.3.
Het verschil tussen daders en plegers komt nader aan bod in par. II.3.4.2.
Sommige auteurs zien feitelijk leidinggeven als een ‘zuivere aansprakelijkstelling’. Weer anderen zien de feitelijk leidinggever als een sui generis deelnemer. In het strafrecht is de indeling en samenstelling van daderschapsvormen ook in beweging, zie voor een overzicht van de discussie die speelt De Hullu 2018, p. 438-439, 505-507, 522-525.
Zie bijvoorbeeld Knigge & Wolswijk 2015, par. 11.4; Kelk/De Jong 2019, par. 10.3.
Met dank aan Eelke Sikkema, van wie ik nog als student tijdens de bachelor dit handige overzicht heb meegekregen.
Een belangrijke vraag in het kader van de strafrechtelijke aansprakelijkheid van leidinggevenden, is of de leidinggevende kan worden aangemerkt als ‘dader’. Onder daders versta ik in het kader van dit proefschrift de kring van personen die een strafbaar feit begaan aan wie het maximum van de hoofdstraf van het strafbare feit kan worden opgelegd.1 Ingevolge artikelen 47 lid 1 Sr en artikel 51 lid 2 Sr kunnen plegers, medeplegers, feitelijk leidinggevers, doen plegers en uitlokkers worden aangemerkt als daders. In dit proefschrift komen alleen de eerste drie daderschapstypen, dus plegers, medeplegers en feitelijk leidinggevers, aan bod.2
De woorden ‘dader’ en pleger worden doorgaans gebruikt als synoniemen.3 Dit heeft echter tot gevolg dat genus en species door elkaar lopen, en bovendien blijft er dan geen verzamelnaam over voor degenen die volwaardig aansprakelijk zijn voor een strafbaar feit (de daders). Ik zal daarom in dit proefschrift telkens spreken van ‘plegen’, en de term ‘dader’ alleen in de meeromvattende betekenis van het woord gebruiken.4
Verder is er de nodige discussie geweest over de dogmatische plaatsing van de feitelijk leidinggever.5 Veel auteurs rekenen alleen de aansprakelijkheidsfiguren van artikel 47 Sr tot daders; dus de pleger en de klassieke deelnemers.6 De aansprakelijkheid van de feitelijk leidinggever wordt besproken in het kader van de rechtspersoon, waarbij de dogmatische plaatsing in het midden wordt gelaten. Dit proefschrift is niet de plaats om deze discussie te beslechten. Ik volsta daarom met het noemen van de volgende argumenten, die ertoe geleid hebben dat ik de feitelijk leidinggever reken tot de categorie daders. De belangrijkste reden daarvoor is dat de feitelijk leidinggever gelijk aan andere daders gestraft kan worden met het strafmaximum. Bovendien zijn er veel parallellen tussen feitelijk leidinggeven en andere deelnemingsvormen die tot de categorie daders worden gerekend, bijvoorbeeld met betrekking tot het dubbel-opzetvereiste en het accessoriteitsvereiste. Daarnaast kan erop worden gewezen dat deze aansprakelijkheidsfiguur in de praktijk een belangrijke rol speelt bij de aansprakelijkstelling van natuurlijke personen in bedrijfscontext, ook in gevallen waarin de rechtspersoon niet vervolgd wordt. Dit alles wijst erop dat het leerstuk van feitelijk leidinggeven meer is dan slechts de appendix van het daderschap van de rechtspersoon, maar dat de feitelijk leidinggever zelf ook een dader is.
Bij de bespreking van de deelnemingsvorm medeplegen komt ook de aansprakelijkheidsfiguur medeplichtigheid zijdelings aan bod. Het verwijt dat deze deelnemer wordt gemaakt is lichter dan dat van andere deelnemers, en daarom kan de medeplichtige ingevolge artikel 49 Sr niet het strafmaximum opgelegd krijgen zoals bij deelnemers die kunnen worden aangemerkt als dader wel mogelijk is. Vanwege de lichtere aard van het verwijt en het lagere strafmaximum, wordt een medeplichtige niet aangemerkt als ‘dader’ van een strafbaar feit.
De daders kunnen worden onderverdeeld in twee subgroepen: de daders die zelf (al dan niet door middel van toerekening) alle bestanddelen van het delict vervullen (plegers); en de daders die niet zelf alle delictsbestanddelen vervullen maar het delict begaan samen met andere (rechts)personen en wier strafbaarheid erin is gelegen dat zij met hun betrokkenheid het strafbare feit bevorderen (deelnemers). De medeplichtige is ook een deelnemer, maar als gezegd geen dader. Dit levert het onderstaande overzicht op van personen die in het strafrecht gestraft kunnen worden.7
Zoals aangegeven in de afbakening zal ik niet alle daderschapsvormen bespreken; niet alle zijn relevant voor de aansprakelijkheid van leidinggevenden, en bovendien worden sommige daderschapsvormen nauwelijks meer gebruikt vanwege overlap met andere aansprakelijkheidsfiguren. De daderschapsvormen die aan bod komen in dit proefschrift kunnen als volgt worden weergegeven:
Bij de bovenstaande overzichten plaats ik de kanttekening dat de aansprakelijkheidsfiguren kunnen overlappen. Zo kan het voorkomen dat één van de medeplegers zelf ook alle bestanddelen vervult, en daarom kan worden aangemerkt als pleger. Ander voorbeeld: een functionele pleger in bedrijfscontext zal in veel gevallen ook kunnen worden aangemerkt als feitelijk leidinggever. Voor gevallen waarin overlap bestaat, geef ik in par. II.6 handvatten om de meest geëigende aansprakelijkheidsfiguur te vinden.
In paragraaf II.3 en II.4 komen de daderschapsvormen afzonderlijk uitvoerig aan bod en ga ik ook in op de toepassing van deze daderschapsvormen in het milieustrafrecht voor het aansprakelijk stellen van natuurlijke personen met een leidinggevende functie.