Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen in Nederland, Noorwegen en Zweden
Einde inhoudsopgave
Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen (SteR nr. 2) 2011/V.26.3.1:26.3.1 Nederland
Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen (SteR nr. 2) 2011/V.26.3.1
26.3.1 Nederland
Documentgegevens:
L.A. Kjellevold Hoegee, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
L.A. Kjellevold Hoegee
- JCDI
JCDI:ADS574889:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Terzijde: óók als er een bestuurlijke procedure openstaat die onvoldoende waarborgen biedt kan tijdelijke niet-ontvankelijkheid aan de orde zijn (de burgerlijke rechter wacht dan de uitkomst van die procedure af).
Zie voor de standaardrechtspraak (o.a. Heesch/Van de Akker en Van Gog/Neder-weert) par. 3.3.5).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zolang de toegang tot de bestuursrechter in Nederland aan het besluitbegrip is gekoppeld, zal de burgerlijke rechter aanvullende rechtsbescherming in geschillen met het bestuur moeten bieden. De burgerlijke rechter oordeelt in geschillen over burgerlijke rechten en over schuldvorderingen (art. 112 lid 1 GW). Een vordering uit onrechtmatige daad, ook als deze is gebaseerd op een publiekrechtelijke handeling van een bestuursorgaan, behoort in de praktijk vrijwel altijd tot de bevoegdheid van de burgerlijke rechter.
Echter, als een met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat, verklaart de burgerlijke rechter de vordering (tijdelijk) nietontvankelijk.1 De eisende partij heeft dan geen voldoende belang bij de civielrechtelijke procedure, tenminste als een rechtsbeschermingsresultaat wordt beoogd dat in essentie ook in de bestuursrechtelijke procedure kan worden verkregen. In dat geval wacht de burgerlijke rechter de uitkomst van de bestuursrechtelijke procedure af. Ook kan het zijn dat er een bestuursrechtelijke rechtsgang heeft opengestaan, waar al dan niet gebruik van is gemaakt. Als dit het geval is, bepaalt de aard en de inhoud van de vordering of de burgerlijke rechter nog (aanvullende) rechtsbescherming biedt. Als eiser met de civielrechtelijke procedure iets wil bereiken wat hij ook met de bestuursrechtelijke rechtsgang kon bereiken, dan zal de burgerlijke rechter de vordering in beginsel niet-ontvankelijk verklaren. Te denken is aan een eis om een appellabel besluit onrechtmatig te verklaren en buiten toepassing te laten. Weliswaar is een vernietiging juridisch net wat anders dan een onrechtmatigverklaring onder buiten toepassing laten, maar in essentie had de burger hetzelfde kunnen bereiken door beroep bij de bestuursrechter in te stellen.
Als de vordering ontvankelijk is, zal de burgerlijke rechter in beginsel een inhoudelijk oordeel geven over de vordering. Dit is echter anders als de leer van de formele of oneigenlijke formele rechtskracht zich daartegen verzet. De eerstgenoemde leer houdt in dat de burgerlijke rechter uitgaat van de rechtmatigheid van een appellabel besluit waartegen geen beroep is ingesteld of dat volgens de bestuursrechter rechtmatig is. Als het appellabele besluit vernietigd is gaat de burgerlijke rechter uit van de onrechtmatigheid van het besluit (oneigenlijke formele rechtskracht).2 De formele rechtskracht van een appellabel besluit wordt dus in de regel aangenomen als er een onherroepelijk oordeel van de bestuursrechter voorligt waaruit de rechtmatigheid van het besluit blijkt of wanneer de met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgang niet is gebruikt.