Omzetting van rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/2.8.2:2.8.2 Opzegging lidmaatschap
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/2.8.2
2.8.2 Opzegging lidmaatschap
Documentgegevens:
Dr. J.L. van de Streek, datum 01-09-2008
- Datum
01-09-2008
- Auteur
Dr. J.L. van de Streek
- JCDI
JCDI:ADS500130:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Vennootschapsbelasting / Omzettingsregeling
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 2:36 lid 4 BW geeft een lid van een vereniging het recht om, binnen een maand nadat het besluit tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm hem bekend is geworden, zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang op te zeggen. Hetzelfde geldt voor het lid van de coöperatie en een onderlinge waarborgmaatschappij (zie art. 2:53a BW). Het opzegrecht biedt extra bescherming naast de verzwaarde meerderheidseis die geldt voor het omzettingsbesluit (zie par. 2.7.2 hiervóór).
Op grond van art. 2:272 lid 3 en 2:183 lid 3 BW wordt bij de omzetting van een vereniging, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij in een NV respectievelijk BV ieder lid aandeelhouder, maar de omzetting kan niet plaatsvinden zolang een lid nog kan opzeggen op grond van art. 2:36 lid 4 BW. Bovendien vereist art. 2:72 lid 2 onderdeel c, respectievelijk art. 2:183 lid 2 onderdeel c BW de schriftelijke toestemming van ieder lid wiens aandelen niet worden volgestort door de rechtspersoon. Bij de omzetting van een vereniging, coöperatie, of onderlinge waarborgmaatschappij in een stichting ziet de rechter op de voet van art. 2:18 lid 5 BW toe op de belangen van de leden die niet met de omzetting hebben ingestemd (zie par. 2.8.6).