Arbeidsrecht en insolventie
Einde inhoudsopgave
Arbeidsrecht en insolventie (MSR nr. 75) 2019/4.7.1:4.7.1 Inleiding
Arbeidsrecht en insolventie (MSR nr. 75) 2019/4.7.1
4.7.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. J. van der Pijl, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
Mr. J. van der Pijl
- JCDI
JCDI:ADS297510:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Insolventierecht / Faillissement
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De uitzonderlijke positie van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen die in de regel werkzaam zijn op basis van een overeenkomst van opdracht op grond van de Wet Bestuur en Toezicht (Stb. 2011, 275) blijft hier buiten beschouwing.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een bijzondere positie in het arbeidsrecht c.q. het ontslagrecht wordt ingenomen door de statutair bestuurder. Nadat is vastgesteld dat de faillietverklaring van een onderneming al leidt tot complicaties voor 'gewone' werknemers, wordt – als slotstuk van dit hoofdstuk – onderzocht wat de deconfiture van de werkgever betekent voor de bestuurder.
Veelal zal een statutair bestuurder van een rechtspersoon zijn werkzaamheden mede op basis van een arbeidsovereenkomst verrichten.1 Er is dan sprake van een dubbele rechtsbetrekking: de bestuurder maakt deel uit van de rechtspersoon waardoor er een vennootschapsrechtelijke band bestaat en hij heeft daarnaast met de vennootschap een arbeidsovereenkomst.
De bestuurder staat aan het hoofd van de onderneming en treedt in de regel, tezamen met eventuele andere bestuurders, op als vertegenwoordiger van de rechtspersoon. Door het faillissement verliest gefailleerde het beheer en de beschikking over het vermogen van de failliete vennootschap, ten gunste van de curator aan wie deze taak op de voet van artikel 68 Fw wordt toebedeeld. De rol van de bestuurder lijkt daarmee uitgespeeld, maar de vraag is of hiermee ook automatisch een einde komt aan de vennootschapsrechtelijke band tussen rechtspersoon en bestuurder. Of kan uitsluitend een besluit van het normaliter daartoe bevoegde orgaan (AvA of Raad van Commissarissen) of een besluit van de bestuurder zelf daartoe leiden? En wat zijn de gevolgen van opzegging van de arbeidsovereenkomst door de curator voor de bestuurstaak van de bestuurder? Klaarblijkelijk legt het faillissement een aantal afsplitsingsvragen (betreffende het onderscheid tussen het bestuurderschap en de arbeidsrelatie) nadrukkelijk bloot. Hierop zal in deze paragraaf worden ingegaan.
Een ander in het oog springend verschil met de positie van de 'gewone' werknemer, betreft het feit dat de zgn. loongarantieregeling van UWV niet van toepassing is op aanspraken op loon c.a. van de bestuurder, voor zover deze directeur-grootaandeelhouder is. Deze vragen zijn in het hoofdstuk 3 (Loon) aan de orde gekomen. Hier gaat het enkel om de beëindiging van de vennootschapsrechtelijke en de arbeidsrechtelijke verhoudingen. Uitgangspunt is daarbij dat waar gesproken wordt van bestuurder het gaat om de directeur van een besloten of naamloze vennootschap. De situatie bij andere rechtspersonen (vereniging, stichting) is iets minder interessant, omdat deze, mits werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst, in beginsel dezelfde status hebben als gewone werknemers, althans wat de toepasselijkheid van preventieve toetsing van ontslag betreft.
Ook de gevolgen van surseance voor de positie van de statutair directeur blijven goeddeels onbesproken, nu deze beperkt blijven tot het gegeven dat de bestuurder voor iedere "daad of beschikking betreffende de boedel" de medewerking of machtiging van de bewindvoerder behoeft, aldus artikel 228 Fw.