Einde inhoudsopgave
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/4.4.2
4.4.2 Ook op internet publiceren?
mr. M.D. Reijneveld, datum 01-08-2022
- Datum
01-08-2022
- Auteur
mr. M.D. Reijneveld
- JCDI
JCDI:ADS675764:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
In de toelichting op het concept van de verzamelwet gegevensbescherming vermeldt de minister dat het faillissementsverslag doorgaans via het CIR te raadplegen is.
Art. 2 lid 1 onder 1° Besluit aanwijzing informatie uit beschikkingen, stukken en gegevens betreffende faillissementen ter opname in het Centraal Insolventieregister.
Nota van toelichting bij het conceptbesluit aanwijzing informatie uit beschikkingen, stukken en gegevens betreffende faillissementen ter opname in het Centraal Insolventieregister, §4.2, 10256 2020.
Nota van toelichting bij het conceptbesluit aanwijzing informatie uit beschikkingen, stukken en gegevens betreffende faillissementen ter opname in het Centraal Insolventieregister, 10256 2020, §5.
Art. 6 lid 1 sub e AVG. Uit rechtspraak van het HvJ EU volgt overigens ook dat de staat een register kan baseren op verschillende grondslagen, namelijk een wettelijke verplichting, een taak van algemeen belang, of de behartiging van gerechtvaardigde belangen, zie HvJ EU 9 maart 2017, ECLI:EU:C:2017:197 (Salvatore Manni), r.o. 42. Eerder had het Hof al geoordeeld dat bij het door een overheidsinstantie opslaan in een databank van gegevens die vennootschappen op grond van een wettelijke meldingsplicht hebben meegedeeld, het verlenen aan belanghebbenden van inzage daarin en het laten vervaardigen van kopieën voor hen sprake is van uitoefening van bevoegdheden van openbaar gezag, zie HvJ EU 12 juli 2012, ECLI:EU:C:2012:449 (Compass-Datenbank), r.o. 40-41.
Dit was ook een argument voor het CBP 2005, blad 2.
CBP 2005, p. 1. Zie ook Mulder 2007, p. 96.
Kamerstukken II 2015/16, 34253, 6, p. 15. De curator heeft dus in ieder geval geen wettelijke verplichting om het verslag in het CIR te publiceren.
Vergelijk Rb. Oost-Brabant 10 juli 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:4091, r.o. 4.6.
Zie over het Conceptbesluit uitgebreider Weijland 2020.
Interessant in dit verband is om op te merken dat in het CIR dus altijd persoonsgegevens van betrokkenen staan, zodra het faillissementsverslag daar wordt gepubliceerd. Art. 82 IVO schrijft voor dat er, wat betreft de gegevens uit onderling gekoppelde databanken, in het Europees e-justitieportaal geen persoonsgegevens betreffende de betrokkenen worden bewaard. Deze persoonsgegevens moeten worden bewaard in de door de lidstaten of andere instanties beheerde nationale banken. De in de nationale insolventieregisters bewaarde persoonsgegevens zijn wel toegankelijk via het Europees e-justitieportaal, zolang als zij toegankelijk blijven uit hoofde van het nationale recht (art. 83 IVO).
Nota van toelichting bij het conceptbesluit aanwijzing informatie uit beschikkingen, stukken en gegevens betreffende faillissementen ter opname in het Centraal Insolventieregister, 10256 2020, §4.2.
Weijland 2020, p. 51.
Zie uitgebreider §4.5.2.
Zie ook Verstijlen 2018.
Zie hiervoor bijvoorbeeld de website van de International Association of Privacy Professionals,https://iapp.org/news/a/publicly-available-data-under-gdpr-main-considerations/. Zie bijvoorbeeld ook de bewoording van art. 14(2)(f) AVG waaruit blijkt dat de verplichtingen ook gelden wanneer gegevens afkomstig zijn van openbare bronnen. Zie ook in deze lijn Rb. Noord-Nederland 3 mei 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:1700.
Het is de vraag of de wet en Recofa-richtlijnen ook een grondslag in de zin van de AVG geven voor het publiceren van het insolventieverslag op internet. In de Faillissementswet wordt alleen vermeld dat de curator het verslag bij de griffie deponeert.1 In de richtlijnen staat hierover niets vermeld.2 Er bestaat dus momenteel geen expliciete wettelijke plicht om een openbaar verslag op internet te publiceren. Dit geldt zowel voor het CIR als elke andere website.3 Het is onduidelijk of de Faillissementswet zo kan worden gelezen dat de curator impliciet toch de bevoegdheid heeft om het verslag in het CIR te zetten.
Inmiddels is in het kader van de Wet modernisering faillissementsprocedure het Besluit aanwijzing informatie uit beschikkingen, stukken en gegevens betreffende faillissementen ter opname in het Centraal Insolventieregister ter consultatie gepubliceerd. In artikel 2 van dat conceptbesluit beoogt de minister voor Rechtsbescherming vast te leggen dat afschriften van faillissementsverslagen van rechtspersonen en vennootschappen in het CIR worden ingeschreven.4 De minister heeft hiermee als doel om de praktijk waarbij faillissementsverslagen sinds 2007 in het CIR worden gepubliceerd, te codificeren.5 Mocht dit conceptbesluit daadwerkelijk worden vastgesteld, dan bestaat er vanaf dat moment een duidelijke wettelijke verplichting voor de curator om het faillissementsverslag in het CIR op te nemen. De grondslag voor publicatie van het faillissementsverslag in het CIR wordt dan gevormd door artikel 6 lid 1 sub c AVG – de wettelijke verplichting.6 Het is een positieve ontwikkeling dat de minister hier duidelijkheid over schept en aangeeft welke informatie in het CIR kan worden opgenomen.7 Mocht beoogd artikel 68a Fw uit de Verzamelwet gegevensbescherming in werking treden, dan wordt ook dit in de wet vastgelegd. In de consultatieversie van het wetsvoorstel staat dat het voor de curator noodzakelijk is om een faillissementsverslag op te stellen, openbaar te maken en gedurende een redelijke periode beschikbaar te houden.8 Dit is een positieve ontwikkeling omdat de curator op dit moment wat stappen moet zetten om een precieze grondslag voor de publicatie van persoonsgegevens in het CIR te vinden.
Tegelijkertijd betekent dit naar mijn mening niet dat de curator op dit moment het faillissementsverslag niet in het CIR mag publiceren. Voor het plaatsen van het verslag in het CIR kan de curator zich momenteel op een andere grondslag beroepen, namelijk de vervulling van een taak van algemeen belang.9 De curator heeft als taak om een openbaar faillissementsverslag te publiceren.10
In meer algemene zin dient de curator zorg te dragen voor een transparante afwikkeling van de aan hem toegewezen faillissementen. Om deze taak te vervullen, dient de curator zijn verslag ook te kunnen publiceren. Dit blijkt ook uit het feit dat de wetgever in de Faillissementswet heeft opgenomen dat het om een openbaar faillissementsverslag gaat.11 Door het faillissementsverslag op internet te plaatsen, is de informatie voor meer personen zichtbaar. Daarnaast is publicatie op internet een logische stap in het licht van openbare dienstverlening door de overheid.12 Ook de minister heeft aangegeven dat het een meerwaarde heeft om “faillissementsverslagen ook online te publiceren, bijvoorbeeld in het faillissementsregister”, omdat schuldeisers vaak niet in de buurt van de bevoegde rechtbank wonen. De minister heeft daarnaast echter aangegeven dat de curator “op zich [mag] volstaan met kosteloze nederlegging “ter griffie van de rechtbank, ter kosteloze inzage van een ieder”.13 Het CIR is echter opgericht met als kennelijk doel het publiceren van insolventieverslagen. Publicatie in het CIR strookt daarom met de kennelijke bedoeling van de wetgever en past ook in het stelsel van de wet.14 Deze bedoelingen worden inmiddels bevestigd door het conceptbesluit.15
Er zijn, zonder duidelijke juridische basis, wel situaties voorstelbaar waarin publicatie in het CIR niet redelijk is, bijvoorbeeld als er zwaarwegende belangen zijn om het verslag niet te publiceren. De curator moet een afweging maken tussen het belang om eenieder globaal te informeren en de inbreuk op de privacy van de betrokkenen. Het is aan te bevelen om de Faillissementswet of Recofa-richtlijnen op dit punt te verduidelijken.
Door een wettelijke verplichting tot opname in het CIR vast te leggen, kan een duidelijke grondslag voor de curator worden gecreëerd.16 In de toelichting op het conceptbesluit wordt geen ruimte geboden om een faillissementsverslag niet op te nemen in het CIR. De curator dient te vermijden dat hij “feiten en omstandigheden openbaar maakt die de hoogstpersoonlijke levenssfeer van de gefailleerde of derden raken”,17 maar dat zegt niets over de vraag óf de curator het faillissementsverslag van failliete rechtspersonen of vennootschappen op het internet mag publiceren. Het lijkt dan ook dat zodra het besluit wordt vastgesteld, ieder faillissementsverslag in het CIR dient te worden opgenomen. Weijland stelt dat er een noodzakelijkheidstoets dient te worden uitgevoerd, en wel door de griffie van de rechtbank. Hij stelt dat, doordat de griffier het verslag uiteindelijk in het CIR plaatst, die griffier ook “(in navolging van de curator) een noodzakelijkheidstoets uit [dient] te voeren ten aanzien van persoonsgegevens in het faillissementsverslag als deze door de griffier aan het CIR worden toegevoegd”.18 Ik denk dat niet kan worden gesteld dat de griffie het faillissementsverslag inhoudelijk moet controleren.
De curator lijkt mij degene die moet beoordelen welke informatie noodzakelijk is. Mocht de curator meer informatie dan noodzakelijk is opnemen in het faillissementsverslag, dan overtreedt hij daarmee in ieder geval artikel 5 lid 1 sub c AVG, namelijk het beginsel van dataminimalisatie. De curator zal er dan ook steeds alert op moeten zijn alleen de noodzakelijke gegevens in het verslag op te nemen.19
Een andere manier van online publiceren, is door het faillissementsverslag op de eigen kantoorwebsite te plaatsen. Ik meen dat de curator in beginsel geen grondslag heeft om het faillissementsverslag op een eigen website te plaatsen.20 Dit is niet in te passen in de taak van openbaar belang, omdat deze al is vervuld met de publicatie in het CIR. Het is niet zo dat gegevens, wanneer ze eenmaal openbaar zijn, altijd verder mogen worden verwerkt. De AVG is volledig van toepassing, ongeacht of gegevens al publiekelijk beschikbaar waren of niet.21 Ook in het geval van openbare gegevens moeten alle beginselen en verplichtingen uit de AVG worden nageleefd. In lijn met het beginsel van minimale gegevensverwerking is het niet wenselijk deze gegevens nogmaals te verwerken door ze opnieuw ergens anders te publiceren. Het is voor het informeren van schuldeisers of anderen ook niet noodzakelijk om het verslag op de website van de curator te plaatsen. Zij kunnen immers al terecht bij het CIR of de griffie van de rechtbank. Ten slotte zorgt een enkele publicatie in het CIR ervoor dat de gegevens eenvoudiger kunnen worden verwijderd of aangepast, als daar een reden voor blijkt te zijn. Ik meen dat hyperlinken in bepaalde gevallen wel mogelijk is. In §4.6.3 ga ik nader in op deze mogelijkheid.