Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief
Einde inhoudsopgave
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/8.1:8.1 Inleiding
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/8.1
8.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. V.J.M. van Hoof, datum 01-06-2015
- Datum
01-06-2015
- Auteur
mr. V.J.M. van Hoof
- JCDI
JCDI:ADS413452:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie: §8.3.2 (roerende zaken) en §8.4.1 (vorderingen).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De beginselen van publiciteit en specialiteit in het Burgerlijk Wetboek van 1838 (hierna: OBW) beperkten partijen in hun mogelijkheden om een zekerheidsrecht te vestigen naar hun wensen. Een schuldenaar kon niet meer zijn toekomstige zaken bij voorbaat bezwaren of een roerende zaak die hij niet wilde afgeven aan de schuldenaar. De praktijk ervoer deze beperkingen als knellend en zocht manieren om ze te ontgaan. Zij vond de oplossing in zekerheidseigendom. Dat wil zeggen dat een schuldenaar zijn roerende zaken en vorderingen tot zekerheid in eigendom overdroeg aan de schuldeiser waarbij hij constituto possessorio leverde. Hiermee voorkwam hij dat hij de macht van een roerende zaak moest verschaffen aan de schuldeiser of de schuldenaar van de verpande vordering op de hoogte moest brengen. Vanaf het begin van de 20e eeuw is de Hoge Raad tegemoet gekomen aan de behoefte van de praktijk door zekerheidseigendom als zekerheidsrecht te erkennen naast de in de wet geregelde pandrechten.1 Later heeft de Hoge Raad erkend dat een zekerheidsgever toekomstige roerende zaken en vorderingen ook bij voorbaat kon leveren. Geleidelijk is onder het OBW de generale zekerheid op roerende zaken en vorderingen van voor de invoering van de Code civil teruggekeerd in de hoedanigheid van zekerheidseigendom. De positie van de verschillende belanghebbenden is hierdoor veranderd. Onder het OBWis echter geen generale zekerheid op onroerende zaken tot ontwikkeling gekomen. Dat neemt niet weg dat (de ratio van) het specialiteitsbeginsel onderwerp van bespreking in de literatuur is geweest.
In dit hoofdstuk analyseer ik de afwezigheid en geleidelijke terugkeer van generale zekerheid onder vigeur van het OBW. Eerst behandel ik het hypotheekrecht op onroerende zaken (§8.2). Ik beantwoord onder meer de vragen waarom onder het OBWgeen generale zekerheid op onroerende zaken tot ontwikkeling is gekomen (§8.2.1) en welke betekenis de literatuur heeft toegekend aan het specialiteitsbeginsel (§8.2.2 e.v.). Vervolgens analyseer ik de geleidelijke terugkeer van generale zekerheid op roerende zaken en de wijze waarop de literatuur, wetgever en rechter waarborgen hebben geïntroduceerd voor de verschillende bij generale zekerheid betrokken partijen (§8.3). Ten slotte verricht ik dezelfde analyse voor de geleidelijke terugkeer van generale zekerheid op vorderingen in §8.4.