Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/4.2.5.6
4.2.5.6 Wet invoering bedenktijd beursvennootschappen
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649608:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Besluit van 20 april 2021 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 24 maart 2021 tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het inroepen van een bedenktijd door het bestuur van een beursvennootschap (Stb. 2021, 210), Kamerstukken 2020/21, 35 367.
Zie voor een schets van de achtergrond van de wettelijke bedenktijd Duldar & Lokin 2019.
Dit verschil in toepassingsbereik voor de NV en de BV is het gevolg van het beperkte toepassingsbereik van art. 2:187 BW (zie par. 4.2.5.5).
Op 1 mei 2021 is de Wet tot het inroepen van een bedenktijd door het bestuur van een beursvennootschap in werking getreden.1 De wet voorziet in de mogelijkheid voor het bestuur van beursvennootschappen om in reactie op bepaalde agenderings- en convocatieverzoeken onder voorwaarden een bedenktijd van maximaal 250 dagen in te roepen.2 De regeling is uitgewerkt in art. 2:114b BW en is van toepassing op NV’s waarvan (certificaten van) aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit als bedoeld in art. 1:1 Wft of een met een gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem, alsmede op BV’s waarvan (certificaten van) aandelen zijn genoteerd aan een gereglementeerde markt als bedoeld in art. 1:1 Wft.3 De achterliggende gedachte van de wettelijke bedenktijd is dat zij het bestuur de gelegenheid biedt om (ten aanzien van de strategie) een gedegen belangenafweging te maken, zonder de dreiging van een mogelijk ontslag te voelen. In par. 6.3.3.2 behandel ik de wettelijke bedenktijd uitgebreid.