Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/7.2.2.3
7.2.2.3 Preventiefunctie
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS577581:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Lindenbergh 2008, p. 12.
Zie over het neveneffect van een betaling van een geldsom aan schadevergoeding Lindenbergh 2008, p. 5 en p. 12-15.
Lindenbergh 2008, p. 6 en p. 12. Zie over preventie en aansprakelijkheid onder meer Bloembergen 1996, p. 30-31; Bloembergen 1995, p. 1-4; Bloembergen 1992, p. 59 e.v., 186, 402 e.v.; Bloembergen 1980, p. 925 e.v.; Bloembergen 1967, nr. 23, p. 47; Hartlief 1997, p. 20.
Wertheim 1930 (diss. Leiden).
Bloembergen 1996, p. 30-31.
Van Dam wijst erop dat de preventieve werking van het aansprakelijkheidsrecht weliswaar is afgenomen als gevolg van de opkomst van de aansprakelijkheidsverzekering, maar dat de preventieve functie deels is overgenomen door de verzekeringsvoorwaarden. Zie Van Dam 1989, p. 213 e.v. Van Dam legt overigens ook een accent op de preventiefunctie van het aansprakelijkheidsrecht, naast de straffunctie en de genoegdoeningsfunctie. Van Dam 1989, p. 202.
Een opzettelijke overtreding van de mededingingsrechtelijke regels kan niet verzekerd worden wegens strijd met de openbare orde en de goede zeden.
Zie ook Bloembergen 1996, p. 30-31.
Als gevolg van de toenemende belangstelling voor een rechtseconomische visie op het aansprakelijkheidsrecht komt de preventiefunctie steeds meer onder de aandacht. Door de mededingingsregels niet te schenden voorkomt men aansprakelijkheid en schade. Preventie wordt in deze visie belangrijker geacht dan compensatie. Het schadevergoedingsrecht zelf is niet primair op preventie gericht. Schadevergoedingsrecht komt pas in beeld wanneer preventie in het concrete geval niet is geslaagd.1 Een belangrijk neveneffect van het schadevergoedingsrecht kan zijn dat de laedens wordt weerhouden van het toebrengen van schade en dus van het maken van een inbreuk op de mededingingsregels.2 Hoewel de nadruk in het privaatrecht ligt op het individuele en concrete geval, kan de individuele rechtshandhaving tevens generaalpreventieve werking als neveneffect hebben.3 Nu van het schadevergoedingsrecht een zekere preventieve werking uitgaat, kan de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht naast individuele rechtshandhaving ook generaal-preventieve werking hebben. Wertheim wees reeds in 1930 op het belang van de generaal preventieve werking van het aansprakelijkheidsrecht. Hij zag deze generaal preventieve werking als rechtsgrond van de schadevergoeding.4
In de literatuur wordt vaak gewezen op het feit dat het aansprakelijkheidsrecht als financiële prikkel tot het voorkomen van ongevallen over het algemeen weinig effectief is.5 Het gaat daarbij echter vaak om gevallen waarin de aansprakelijkheid wordt gedekt door een aansprakelijkheidsverzekering.6 Bij aansprakelijkheid wegens schending van de mededingingsregels zal daar geen rekening mee hoeven te worden gehouden. Een verzekeraar zal de schade van de laedens niet snel dekken.7 Dat neemt niet weg dat negatieve publiciteit, de angst voor straf- en tuchtsancties en ethische overwegingen van potentiële daders wellicht een grotere rol spelen dan de preventieve werking van het aansprakelijkheidsrecht.8