Omzetting van rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/2.7.1:2.7.1 Drie algemene constitutieve vereisten
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/2.7.1
2.7.1 Drie algemene constitutieve vereisten
Documentgegevens:
Dr. J.L. van de Streek, datum 01-09-2008
- Datum
01-09-2008
- Auteur
Dr. J.L. van de Streek
- JCDI
JCDI:ADS501297:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Vennootschapsbelasting / Omzettingsregeling
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie M.A. Verbrugh, Structuurwijzigingen en kapitaalvennootschappen en de positie van schuldeisers (Uitgave vanwege het Instituut voor Ondernemingsrecht, deel 58), Deventer: Kluwer 2007, p. 345.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor het omzetten van een rechtspersoon op de voet van art. 2:18 BW geldt een aantal (procedurele) voorschriften, die voor een groot scala aan omzettingen zijn opgenomen in art. 2:18 BW. Daarnaast bevat art. 2:71 en 2:72 BW een aantal aanvullende regels voor de omzettingsvormen waarbij NV’s zijn betrokken en art. 2:181 en 2:183 BW voor omzettingen waarbij BV’s zijn betrokken. In de paragrafen 2.7.2, 2.7.3 en 2.7.4 hierna ga ik in op de drie algemene (constitutieve) vereisten voor de formele totstandkoming die voor alle omzettingsvarianten overeenkomen, respectievelijk:
Het besluit tot omzetting (art. 2:18 lid 2 onderdeel a BW);
Het besluit tot statutenwijziging (art. 2:18 lid 2 onderdeel b BW); en
De notariële akte van omzetting die de nieuwe statuten bevat (art. 2:18 lid 2 onderdeel c BW).
Geen constitutief vereiste, maar wel verplicht, is dat van de omzetting opgave wordt gedaan in het Handelsregister waar de rechtspersoon is ingeschreven, waarbij het inschrijfnummer van de rechtspersoon overigens ongewijzigd blijft (art. 2:18 lid 7 BW). De notaris draagt hier in de praktijk zorg voor.1
De voor sommige omzettingsvormen constitutief vereiste rechterlijke machtiging op grond van art. 2:18 lid 4 BW bespreek ik in paragraaf 2.8 bij de aanvullende voorschriften die meer specifiek zijn gericht op het waarborgen van de belangen van degenen die bij diverse omzettingen zijn betrokken, zoals aandeelhouders, schuldeisers en degenen die in aanmerking komen voor (ideële of sociale) uitkeringen van een stichting. Ten slotte wijs ik vanaf deze plaats erop dat de over de fase vóór de besluitvorming het BW zwijgt. Zo geeft het BW anders dan bij een juridische fusie of splitsing niet aan vanaf welk moment tot besluitvorming kan worden overgaan en binnen welke termijn het besluit tot omzetting moet worden geëffectueerd.2