Sleutels voor personenvennootschapsrecht
Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/7.1:1 Inleiding
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/7.1
1 Inleiding
Documentgegevens:
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS585739:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Nederlandse wettelijke regeling voor personenvennootschappen is sinds 1838 inhoudelijk niet gewijzigd. Het onderscheid tussen civiele handelingen en daden van koophandel is in Nederland afgeschaft in 1934, maar het onderscheid tussen maatschap (geregeld in het Burgerlijk Wetboek) en personenhandelsvennootschappen (geregeld in het Wetboek van Koophandel) is gebleven. Na de Tweede Wereldoorlog is een omvangrijke hercodificatie van het burgerlijk recht tot stand gebracht, die resulteerde in een nieuw Burgerlijk Wetboek. De belangrijkste onderdelen daarvan traden in 1992 in werking. Vanaf het begin van deze hercodificatiearbeid is het de bedoeling geweest om het personenvennootschapsrecht te hervormen en volledig in het nieuwe Burgerlijk Wetboek op te nemen. Prof. mr. W.C.L. van der Grinten heeft in 1972 een voorontwerp voor een nieuwe wettelijke regeling gepresenteerd, maar dat heeft het parlement nooit bereikt. In 2002 is een door prof. mr. J.M.M. Maeijer voorbereid wetsvoorstel bij het parlement ingediend. Dat wetsontwerp is uitvoerig besproken, veelvuldig geamendeerd en uiteindelijk ingetrokken in 2011. Daarna heeft een particuliere werkgroep onder voorzitterschap van prof. mr. M. van Olffen in 2016 weer een ander concept-wetsvoorstel naar buiten gebracht.
Ook dit proefschrift bevat voorstellen tot modernisering van het personenvennootschapsrecht. De aanbevelingen hierin zijn ontwikkeld met behulp van drie stukken juridisch gereedschap (sleutels). De eerste sleutel, het algemene vermogensrecht, biedt (min of meer gevorderde) conceptuele gedachten over onderwerpen zoals vertegenwoordigingsbevoegdheid, rechtspersoonlijkheid, vermogensovergang onder algemene titel, hoofdelijke aansprakelijkheid, gemeenschap en afgescheiden vermogen. De beide andere sleutels zijn het bestaande en tot nu toe voorgestelde Nederlandse vennootschapsrecht en de rechtsvergelijking (Frankrijk, Duitsland en Engeland). Een rode draad in de analyse en aanbevelingen wordt gevormd door een streven om binnen de grenzen van evenredigheid tot een zo groot mogelijke rechtsvormkeuzevrijheid te komen. De aanbevelingen tezamen vormen een unieke code (sleutel) tot modernisering.
De nadruk ligt in deze samenvatting op de rechtsvergelijkende aspecten van het proefschrift en de aanbevelingen van de auteur.