NJB 2025/318
Verenigbaarheid Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm met hoger recht.
HR 31-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:156
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
31 januari 2025
- Magistraten
(Mrs. Van Hilten, Van Eijsden, Punt, Feteris, Fierstra)
- Zaaknummer
24/00575
24/01942
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:311, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑02‑2025
ECLI:NL:HR:2025:156, Uitspraak, Hoge Raad, 31‑01‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑01‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑01‑2025
ECLI:NL:HR:2025:46, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1118, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1140, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1141, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑10‑2024
- Wetingang
(art. 30a Wet waardering onroerende zaken)
Essentie
Verenigbaarheid Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm met hoger recht.
Uitspraak
Hoge Raad, onder meer:
'Verenigbaarheid wet
5.2.3
In zijn verweerschrift in cassatie heeft belanghebbende zich op het standpunt gesteld dat artikel 30a van de Wet WOZ onverbindend is wegens strijd met het verbod van ongerechtvaardigde ongelijke behandeling. De Hoge Raad verwerpt dat standpunt en verwijst daartoe naar onderdeel 3.6 van zijn arrest van 17 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:46 (hierna: het arrest van 17 januari 2025).
5.3
Niettemin kan de regeling over de beperkingen van proceskostenvergoedingen in de WHpkv, en daarmee artikel ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.