Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid voor ongeschikte medische hulpzaken (R&P nr. CA19) 2018/7.3.3
7.3.3 Aansprakelijkheid van het ziekenhuis
mr. J.T. Hiemstra, datum 01-07-2018
- Datum
01-07-2018
- Auteur
mr. J.T. Hiemstra
- JCDI
JCDI:ADS365059:1
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Cox v Ministry of Justice [2016] UKSC 10.
Mohamud v Wm Morrison Supermarkets plc. [2016] UKSC 11 (Lord Toulson); Morgan 2016, p. 202.
Vergelijk Mohamud v Wm Morrison Supermarkets plc. [2016] UKSC 11.
Syrett 2017, p. 373-374.
Lee Ting San v. Chuch Chi-Keung [1990] 2 AC 374.
Cassidy v. Ministry of Health [1951] 2 KB 343, 360 (CA).
Roe v. Minister of Health [1954] 2 QB 66 ( Lord Morris). Vicarious liability geldt overigens niet voor negligence van huisartsen: zij staan niet in een arbeidsrelatie tot een NHS instelling (Syrett 2017, p. 375).
JGE v Portsmouth Roman Catholic Diocesan Trust [2012] EWCA Civ 938; Various Claimants v Institute of the Brothers of the Christian Schools [2012] UKSC 56 (Lord Phillips); Cox v Ministry of Justice [2016] UKSC 10 (Lord Reed).
Indien het een NHS-ziekenhuis betreft, vloeit dit tevens voort uit de ‘NHS indemnity arrangements’.
A v Ministry of Defence [2004] EWCA Civ 641 (Lord Philips), r.o. 32; Jackson 2016, p. 122.
Giliker 2017, par. 2.
Idem.
Woodland v Essex CC [2013] UKSC 66 (Lord Sumption).
Giliker 2017, par. 2.
Woodland v Essex CC [2013] UKSC 66 (Lord Sumption).
Giliker 2017, par. 3.
Woodland v Essex CC [2013] UKSC 66 (Lord Sumption).
Woodland v Essex CC [2013] UKSC 66 (Lord Sumption).
Giliker 2017, par. 6.
Voor de vraag of de patiënt niet alleen de arts, maar ook het private of NHS- ziekenhuis aan kan spreken indien hij schade heeft geleden ten gevolge van een gedraging van de arts, dient gekeken te worden naar de regels van vicarious liability. Uit hoofde van vicarious liability is A risicoaansprakelijk voor een tort gepleegd door B indien er een toereikende relatie tussen A en B bestaat,1 en indien er een voldoende nauw verband (‘a sufficient connection’) bestaat tussen de tort en de relatie.2 Het tweede vereiste ziet op de aanwezigheid van een causaal verband tussen de tort en de functie van de tortfeasor en wordt ruim geïnterpreteerd.3 De toepassing van dit vereiste zal bij de aansprakelijkheid van het ziekenhuis niet snel problematisch zijn. Het eerste vereiste heeft daarentegen lange tijd moeilijkheden opgeleverd.4 Het klassieke voorbeeld van een toereikende relatie is namelijk de relatie die voortvloeit uit een arbeidsovereenkomst en de traditionele test om te beoordelen of iemand als een werknemer aangemerkt kan worden, is of de werkgever control over het gedrag van de individu had.5 Aan deze test wordt in geval van professionals, zoals artsen, niet snel voldaan. In 1951, echter, werd in Cassidy v. Ministry of Health aangenomen dat vicarious liability evengoed van toepassing is op ziekenhuizen als op andere werkgevers.6 Artsen kunnen doorgaans aangemerkt worden als leden van de ‘organisatie’ van het ziekenhuis.7 Later werd het vereiste van control minder streng uitgelegd en bovendien geoordeeld dat niet alleen een relatie die voortvloeit uit een arbeidsovereenkomst tot vicarious liability kan leiden.8 Concluderend kan er dus ook een vordering jegens het ziekenhuis bestaan in geval van negligence van de arts.9
Naast de mogelijkheid vicariously liable te zijn voor de negligence van een werknemer, kan het ziekenhuis bovendien zelf aansprakelijk zijn jegens de patiënt wegens de schending van een eigen duty of care ten aanzien van het voorzien in redelijk bekwaam personeel en een behoorlijk uitgerust ziekenhuis.10
Tot slot zou het ziekenhuis aansprakelijk kunnen zijn voor de schending van een non-delegable duty. Non-delegable duties kunnen ontstaan als een instelling een (zorg)verplichting ten aanzien van een bepaalde persoon of groep personen heeft gedelegeerd aan een derde. De non-delegable duty houdt in dat de instelling ervoor dient te zorgen dat deze derde de benodigde zorg in acht neemt.11 Het is, anders dan de situatie die in de vorige alinea is omschreven, niet een eigen duty of care van de instelling, maar een ‘duty to ensure that care is taken’.12 In Woodland v Essex CC zijn vereisten ontwikkeld ten aanzien van het aannemen van non-delegable duties voor instellingen zoals scholen en ziekenhuizen.13 In deze uitspraak komt duidelijk naar voren dat de non-delegable duties, in de woorden van Giliker, een ‘somewhat curious feature of the law of tort’ zijn.14 Sumption overweegt:15
“The law does not in the ordinary course impose personal (as opposed to vicarious) liability for what others do or fail to do. (…) The expression “non-delegable duty” has become the conventional way of describing those cases in which the ordinary principle is displaced and the duty extends beyond being careful, to procuring the careful performance of work delegated to others.”
Non-delegable duties komen dikwijls aan de orde wanneer vicarious liability tekort schiet. Dit kan het geval zijn als de instelling taken heeft uitbesteed aan een onafhankelijke, niet-ondergeschikte derde.16 Als deze derde tekort is geschoten en vicarious liability niet van toepassing is omdat de instelling geen controle over de handelingen van de derde had, zorgt het aannemen van een non-delegable duty ervoor dat de instelling geen aansprakelijkheid ontloopt.
Hoewel het in Woodland v Essex CC om de aansprakelijkheid van een school ging, is in deze zaak aangenomen dat een non-delegable duty ook in het ziekenhuis kan ontstaan.17 Voor het aannemen van een dergelijke duty is vereist dat (1) de gelaedeerde een patiënt of een kind is (of om een andere reden bijzonder kwetsbaar of afhankelijk van de bescherming van de laedens tegen het risico op schade is), (2) er een relatie van custody, charge of care tussen de laedens en de gelaedeerde bestaat waaruit de verplichting voortvloeit om de gelaedeerde tegen het ontstaan van schade te beschermen, (3) de gelaedeerde geen controle heeft over de wijze waarop de laedens aan haar verplichtingen uitvoert, (4) de laedens een integraal onderdeel van haar verplichting jegens de gelaedeerde aan een derde heeft gedelegeerd en deze derde dientengevolge custody/charge/care over de gelaedeerde heeft verworven, en (5) de derde negligent heeft gehandeld bij de uitvoering van de aan hem gedelegeerde verplichting.
Volgens Sumption mag een non-delegable duty slechts in uitzonderlijke gevallen worden aangenomen:18
“The main problem about this area of the law is to prevent the exception from eating up the rule. Non-delegable duties of care are inconsistent with the fault-based principles on which the law of negligence is based, and are therefore exceptional.”
Giliker vraag zich af of in de medische context vaak situaties ontstaan waarin andere leerstukken, zoals vicarious liability, tekort schieten en of er derhalve een leemte is die opgevuld dient te worden met het leerstuk van non-delegable duties. De wijze waarop dit leerstuk in de medische context zou moeten worden toegepast, is volgens haar nog erg onzeker.19