De ex-werknemer
Einde inhoudsopgave
De ex-werknemer (MSR nr. 83) 2023/2.1:2.1 Inleiding
De ex-werknemer (MSR nr. 83) 2023/2.1
2.1 Inleiding
Documentgegevens:
Vincent Gerlach, datum 10-11-2022
- Datum
10-11-2022
- Auteur
Vincent Gerlach
- JCDI
JCDI:ADS687100:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De meest fundamentele vraag ten aanzien van de postcontractuele fase van de arbeidsovereenkomst – het bestaan en het verklaren van dat bestaan – behandel ik als eerste. In paragraaf 2.2 sta ik daarom stil bij het begrip van de postcontractuele verbintenis en hoe deze het einde van de arbeidsovereenkomst kan overleven. Centraal staat daarbij de uitlegproblematiek die gepaard gaat met dit type verbintenissen. Paragraaf 2.3 gaat vervolgens in op de vraag hoe de postcontractuele fase moet worden geduid binnen het BW en of er een eenduidige definitie bestaat van wat onder ex-werkgever en ex-werknemer moet worden verstaan. Het onderwerp van paragraaf 2.4 is het doel van de rechten en verplichtingen van enerzijds de ex-werkgever en anderzijds de ex-werknemer. Vanuit de ex-werkgever bezien is er een zeker belang postcontractuele bedingen overeen te komen ten aanzien van bijvoorbeeld concurrentie of geheimhouding, maar is het niet zo dat hij vogelvrij is verklaard indien dergelijke bedingen er niet zijn. In dat verband komen zowel de onrechtmatige daad als de (omstreden) postcontractuele werking van artikel 7:611 BW en artikel 6:248 BW aan de orde. Ter afsluiting zal vanuit de ex-werknemer worden bezien waarom een ex-werkgever hem postcontractueel zou willen belonen en hoe ver de contractsvrijheid in dat verband strekt.