De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie
Einde inhoudsopgave
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/1.4:1.4 Doelstelling van het onderzoek
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/1.4
1.4 Doelstelling van het onderzoek
Documentgegevens:
mr. F.G. Laagland, datum 15-07-2013
- Datum
15-07-2013
- Auteur
mr. F.G. Laagland
- JCDI
JCDI:ADS383720:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Report of the Reflection Group on the Future of Company Law, Brussels 5 April 2011, p. 22 en 76.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De waarde van het onderzoek ligt in het verkrijgen van inzicht in de wijze waarop de rol van Nederlandse werknemers binnen het Europese vennootschapsrecht – meer specifiek bij grensoverschrijdende juridische fusies – vorm krijgt. Zoals gezegd, heeft de Tiende Richtlijn zowel het vergemakkelijken van grensoverschrijdende fusies als het regelen van de medezeggenschap als doelstelling. Het onderzoek maakt inzichtelijk hoe beide doelstellingen zich op Europees niveau tot elkaar verhouden en in hoeverre de concrete uitwerking van de tot stand gebrachte regelgeving voldoet aan de uitgangspunten waarop de regels zijn gebaseerd. De uitkomsten van het onderzoek kunnen bovendien worden gebruikt voor toekomstige ontwikkelingen binnen het Europese vennootschapsrecht. De door de Europese Commissie in het leven geroepen ‘Reflection Group’ heeft in 2011 geadviseerd de medezeggenschapssystematiek uit de Tiende Richtlijn te hanteren bij andere initiatieven op het vlak van grensoverschrijdende activiteiten.1 Denk aan grensoverschrijdende juridische fusies van andere rechtspersonen dan kapitaalvennootschappen, maar ook aan de grensoverschrijdende zetelverplaatsing. Deze ontwikkelingen vergroten de noodzaak te bezien of de wettelijke regeling inzake de rol van werknemers in de Tiende Richtlijn recht doet aan de daaraan ten grondslag liggende gedachte. Uitgaande van de wenselijkheid dat werknemers bij grensoverschrijdende herstructureringen een bepaalde rol vervullen, draagt dit onderzoek bij aan de ontwikkeling van die rol binnen het kader van het Europese vennootschapsrecht. Het proefschrift geeft daarmee een nadere invulling aan de (academische) discussie over de verhouding tussen de vrijheid van vestiging enerzijds en de rol van werknemers anderzijds.
Verder heeft het onderzoek praktische relevantie. Het onderzoek biedt inzicht in de wijze waarop de rol van Nederlandse werknemers op basis van het huidige recht vorm krijgt. Het legt de knelpunten bloot en geeft aan hoe men met deze knelpunten in de praktijk kan omgaan. Het behoeft geen betoog dat de bereidwilligheid grensoverschrijdende fusies aan te gaan toeneemt naarmate de bekendheid met en de herkenbaarheid van het toepasselijke recht op de transactie bij de betrokken partijen duidelijk is. Op die wijze vergroot het onderzoek de toepasbaarheid en de toegankelijkheid van de regeling in de (rechts)praktijk, in het bijzonder bij een grensoverschrijdende juridische fusie van een Nederlandse met een Duitse en/of Belgische vennootschap.