Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/5.7.1
5.7.1 Verplicht bod-regeling
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS368802:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 1 april op de openbare overnamebiedingen, B.S. 26 april 2007.
Vanden Borre 2008, p. 130.
Koninklijk Besluit van 8 november 1989, B.S. 11 november 1989, laatst gewijzigd bij KB van 21 april 1999, B.S. 19 juni 1999.
Art. 41 De Benedetti-KB.
Zie uitvoerig Wymeersch 1996, p. 2-4. Zie voor verdere literatuurverwijzingen Vanden Borre 2008, p. 152 en Nieuwe Weme 2004, p. 125.
Art. 74 Overnamewet. Hierover uitgebreid Laga/Leroux 2008, p. 171; Peeters 2007, p. 85-88 en p. 107-114.
Art. 50 § 1 van K.B. van 27 april 2007, B.S. 23 mei 2007 (“Overnamebesluit”).
Zie art. 51 Overnamebesluit. Dit is een codificatie van de zogenaamde Royal Vendôme-doctrine van de toezichthouder FSMA (voorheen CBFA), Nelissen Grade 2007, p. 241 en Van den Borre 2008, p. 171.
Hier geldt dus niet de forfaitaire 30%-drempel, maar een materieel controlecriterium, zie Van den Borre 2008, p. 174; Dieux/Willermain 2007, p. 57 e.v. en de fundamentele analyse van Wouters 1993-2, p. 109 e.v.
Zie de definitie van houdsteronderneming in art. 1 § 2, 6° Overnamebesluit. De deelneming van de houdsteronderneming moet – om als zodanig gekwalificeerd te kunnen worden – in de doelvennootschap hetzij de helft van haar nettoactief hetzij de helft van haar gemiddelde nettoresultaten over de laatste drie boekjaren vertegenwoordigen. In de literatuur wordt er op gewezen dat het toerekeningskader niet sluitend is waardoor ruimte lijkt te bestaan voor omzeiling, zie Van den Borre 2008, p. 172.
Zie art. 50 § 2 en 3 en art. 51 § 2 en 3 Overnamebesluit.
Zie art. 3 § 2 Overnamewet en art. 1, § 2, 5° Overnamebesluit. De toegevoegde waarde van dit vermoeden wordt betwijfeld aangezien de regels van art. 50 en 51 Overnamebesluit reeds tot toerekening leiden, zie Van Gerven/De Crombrugghe 2008, p. 224.
De Overnamerichtlijn is in België geïmplementeerd door middel van de Overnamewet1 , welke op 1 september 2007 in werking trad. De meest opmerkelijke wijzigingen betroffen de verplicht bod-regeling.2 Zo werd vóór de hervorming – toen het zogenaamde De Benedetti-KB gold3 – nog als bieddrempel een feitelijk controlecriterium gehanteerd en was het ontstaan van de biedplicht afhankelijk van het betalen van een controlepremie.4 Beide elementen zorgden in de praktijk voor toepassingsproblemen.5
De Belgische verplicht bod-regeling is zeer gedetailleerd en mede daardoor gecompliceerd van opzet. Dit blijkt uit de uitgewerkte overgangsregeling voor zeggenschapsdeelnemingen die op het moment van inwerkingtreding van het nieuwe regime (1 september 2007) reeds bestonden (het zogenaamde grandfathering),6 maar ook uit de in detail uitgewerkte acting in concert-regels (§ 5.7.2).
Volgens art. 5 Overnamewet dient een openbaar overnamebod te worden uitgebracht – voorzover hier van belang – wanneer een persoon, ten gevolge van een eigen verwerving of een verwerving door in onderling overleg met hem handelende personen of personen die handelen voor rekening van deze personen, rechtstreeks of onrechtstreeks meer dan 30% van de effecten met stemrecht houdt in een vennootschap met statutaire zetel in België. In het Overnamebesluit7 is specifiek voor de situatie van rechtstreekse verwerving door een individuele aandeelhouder bepaald dat overschrijding van de 30%-grens tot een biedplicht leidt. Het Overnamebesluit bevat daarnaast regels voor de onrechtstreekse controleverwerving.8 Hiervan is sprake bij – wederom rechtstreekse of onrechtstreekse – verwerving van de controle9 over een houdsteronderneming die op haar beurt weer een uitgevende instelling controleert.10
Toerekening van stemrechten in concernverband vindt daarnaast plaats via de definitie van verbonden personen in de zin van art. 11 Wetboek van Vennootschappen (W.Venn.).11 Deze verbonden personen worden weer geacht in onderling overleg te handelen.12