Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/2.1.2.0
2.1.2.0 Inleiding
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS468817:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Voor de volledigheid dient te worden opgemerkt dat vrijwel alle bilaterale verdragen waren gebaseerd op het beginsel van nationale behandeling, maar dat in een enkel geval echter voor een andere oplossing werd gekozen, te weten voor toepasselijkheid van de lex originis. Meestal gaven bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding. Zo werd toepasselijkheid van de lex originis als uitgangspunt genomen in verdragen met Zwitserland omdat dit land vóór 1883 nog geen federale auteurswet kende; zie Ladas 1938, p. 51 (zo bijvoorbeeld het Frans-Zwitserse verdrag van 23 februari 1882, Lyon-Caen & Delalain 1889, Tome II, p. 365). In zo'n geval bood het beginsel van nationale behandeling immers geen oplossing: het zou dan niet meer dan een lege huls zijn geweest. Vgl. ook het Belgisch-Spaanse verdrag van 26 juni 1880 (Recueil des conventions (propriété littéraire) 1904, p. 121 e.v.; Ladas 1938, p. 58). Sommige auteurs lezen in het Nederlands-Franse verdrag van 1855 (zie noot 85 van hoofdstuk 1) ten onrechte een verwijzing naar de lex originis (zo De Martens 1886, p. 222; Pillet 1924, p. 29; Boytha 1988, p. 406). Het betreft hier echter een slecht geformuleerd beginsel van nationale behandeling, zie Bastide 1890, p. 101; Veegens 1895, p. 178-179; Khadjavi-Goutard 1977, p. 6.
130. Uitzonderingen op beginsel van nationale behandeling. Bezien wij nader welke uitzonderingen op het beginsel van nationale behandeling precies werden gemaakt, en in hoeverre deze uitzonderingen problemen opleverden.1 Het gaat om een conflictenrechtelijke lex originis-uitzondering (par. (a)), een vreemdelingenrechtelijke lex originis-uitzondering (par. (b)), en de zogenoemde meestbegunstigingsclausule (par. (c)).