Einde inhoudsopgave
E-arbitrage (BPP nr. VI) 2009/1.1
1.1 Volgorde van behandeling
Mr. J.P. Fokker, datum 04-05-2009
- Datum
04-05-2009
- Auteur
Mr. J.P. Fokker
- JCDI
JCDI:ADS397910:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Mohamed S. Abdel Wahab: 'Does Technology Emasculate Trust? Confidentiality and Security Concerns in Online Arbitration', in Using technology to resolve Business Disputes - Special Supplement 2004, ICC International Court of Arbitration Bulletin.
De werkgroep van UNCITRAL die de Modelwet destijds heeft ontworpen heeft nagedacht over een definitie van het begrip 'arbitrage', maar heeft deze uiteindelijk in het midden gelaten. Er bestond wel overeenstemming over dat arbitrages die niet zijn gebaseerd op een vrijwillige overeenkomst van de partijen buiten het begrip arbitrage-overeenkomst vallen. Ook was er overeenstemming over dat mediation, conciliation en andere procedures die niet leiden tot een bindende beslissing erbuiten vallen.
Dit boek gaat over elektronische arbitrage, dat wil zeggen arbitrage waarbij gebruik wordt gemaakt van informatie- en communicatietechnologie (ICT). Het boek beoogt in de eerste plaats een overzicht te geven van de stand van zaken op dit gebied en poogt in de tweede plaats enige vragen te beantwoorden.
In hoofdstuk 1 worden inleidende opmerkingen gemaakt over arbitrage en wordt een globaal overzicht gegeven van de arbitragepraktijk.
Arbitrage is particuliere rechtspraak. Hoe vindt het in de praktijk vorm? Welke kansen en risico's roept het gebruik van elektronische gegevens in arbitrage in het leven?
Op dit moment wordt in arbitrage al gebruik gemaakt van moderne vormen van ICT. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van e-mail, het houden van videoconferenties, het aanleveren van stukken op een cd-rom of usb-stick (ook wel flash drive genoemd). De techniek schept meer mogelijkheden, maar brengt ook valkuilen met zich mee.
De vooruitgang op het gebied van ICT heeft de laatste jaren voor arbitragepractici mogelijkheden geopend die voorheen niet bestonden. Deze veranderingen hebben invloed op onze manier van werken, die wij daaraan met verstand zullen moeten aanpassen, als we willen voorkomen dat fundamentele processuele rechten, zoals hoor en wederhoor en 'equality of arms', worden ondermijnd.
Toepassing van nieuwe technologie brengt niet alleen kansen maar ook risico's mee.
Zo zal niet iedere partij, of arbiter, zijn voorzien van en/of vertrouwd zijn met de nieuwste technologieën. Dat kan leiden tot rechtsongelijkheid. Het gemak en de snelheid waarmee communicatie langs elektronische weg plaatsvindt, kan leiden tot misverstanden, omissies en fouten.
Kan het langs elektronische weg verzenden van belangrijke informatie in een arbitrale procedure stuiten op wettelijke of anderszins bestaande belemmeringen of valkuilen? Staan verdragen, wetten of andere regelingen in de weg aan het gebruik van ICT in arbitrage? Denk bijvoorbeeld aan eisen als een 'geschrift' of 'ondertekening', of de eis dat 'originele' documenten moeten worden overgelegd.
Het is nuttig eventuele obstakels te identificeren en oplossingen aan te bieden, opdat de geboden kansen kunnen worden benut. Want de klassieke spanning tussen technologie en vertrouwen hoeft niet onnodig in stand te worden gelaten. Dat gebrek aan vertrouwen ligt in 'Cyberspace' toch al op de loer, wanneer zittingen waarbij wij de wederpartij in de ogen kunnen kijken ontbreken, als er scepsis bestaat over het elektronisch verzenden van documenten en sluiten van transacties, en als er zorgen bestaan over de betrouwbaarheid en privacy van communicatie langs elektronische weg. Hetzelfde geldt als wantrouwen bestaat ten aanzien van de ingewikkeldheid van de technologie. Vrees voor het onbekende vergroot dat wantrouwen alleen maar1
In hoofdstuk 2 wordt nagegaan welke initiatieven nationaal en internationaal zijn genomen, die voor elektronisch procederen van belang zijn. In internationaal opzicht komen aan de orde de initiatieven die de Verenigde Naties hebben ontplooid, met name de United Nations Commission on International Trade Law (UNCITRAL). Zo heeft UNCITRAL een Modelwet op het gebied van arbitrage gemaakt2 Ook Europa heeft initiatieven genomen, die van belang zijn: de Richtlijn elektronische handtekening en de Richtlijn elektronische handel. Verder worden besproken de Nota Wetgeving Elektronische Snelweg van de Nederlandse regering en de Nederlandse wetgeving ter uitvoering van de Europese Richtlijnen. Ook de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) zijn voorzien van regels over elektronisch verkeer.
In hoofdstuk 3 wordt aandacht besteed aan de arbitrageovereenkomst, immers: geen arbitrage zonder overeenkomst. Deze kan worden bewezen door elektronische gegevens (art. 1021 Rv) en kan langs elektronische weg tot stand worden gebracht, zie art. 6:227a Burgerlijk Wetboek (BW). In dit hoofdstuk komen verder een wijziging in de Model Arbitration Law van UNCITRAL en een aanbeveling van UNCITRAL betreffende de uitleg van het Verdrag van New York, beide aangaande de toepassing van elektronische gegevens, aan de orde. Ook het arbitrale beding in algemene voorwaarden komt aan de orde.
In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het gebruik van ICT in arbitrale procedures. Kan een arbitrage langs elektronische weg aanhangig worden gemaakt? Wat is rechtens als een aan een geadresseerde verzonden bericht deze niet heeft bereikt? Hoe staat het met bewijslevering langs elektronische weg? Welke eisen moeten bij gebruikmaking van ICT aan een behoorlijke procedure worden gesteld?
In hoofdstuk 5 wordt het elektronische vonnis besproken en wordt de vraag behandeld of een langs elektronische weg tot stand gekomen vonnis voor erkenning in aanmerking komt.
In hoofdstuk 6 wordt een blik op de praktijk geworpen. Er worden voorbeelden uit de praktijk gegeven (zoals NetCase van ICC en WIPO). Zie voor de betekenis van de afkortingen dit hoofdstuk. Ook wordt enige aandacht besteed aan Online Dispute Resolution, de online versie van ADR (Alternative Dispute Resolution).
In hoofdstuk 7 wordt een blik op de toekomst geworpen.
Daarbij komen voorstellen tot wijziging van de Nederlandse arbitragewetgeving aan de orde, en wordt enig commentaar daarop gegeven.
In hoofdstuk 8 wordt een samenvatting gegeven en worden conclusies getrokken.