Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/13.9.2
13.9.2 Vorm van artikel 23 lid 2 EEX-V°
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS420493:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kropholler, EZPR, p. 291, nr. 41; Nagel/Gottwald, IZPR, p. 137.
Kropholler, EZPR, p. 292, nr. 42.
Zie mijn bijdrage in: IPR en Elektronische Handel, p. 461.
Richtlijn 2000/31/EG van 8 juni 2000, PbEG L 178/1 van 17 juli 2000.
Schlosser, EZPR, p. 166.
Met name grote detailhandelconcems zoals Ahold passen deze methode toe om goedkoper en competitiever in te kopen. Zij stellen daartoe in een of meerdere ronden leveranciers in de gelegenheid om in te schrijven voor leveringen van bepaalde producten volgens nauwkeurig gedefinieerde specificaties.
Richtlijn 2004/17/EG van 31 maart 2004 houdende con rdinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten, PbEG L 134/1 van 30 april 2004.
Richtlijn 2004/18/EG van 31 maart 2004 betreffende de con rdinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten, PbEG L 134/114 van 30 april 2004.
De structuur van de wijziging lijkt duidelijk. Deze bepaling verwijst naar art. 23 lid 1 sub a EEX-V°, dat inhoudt dat een forumkeuze bij een schriftelijke of een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst kan worden gesloten. In een elektronische overeenkomst kan een forumkeuze dus via elektronische mededelingen 'duurzaam geregistreerd' tot stand komen op grond van art. 23 lid 1 sub a EEX-V°. Voor zover de elektronische mededeling ongewijzigd schriftelijk is gereproduceerd, kan sprake zijn van een schriftelijke overeenkomst en is een beroep op art. 23 lid 2 EEX-V° overbodig.1 Hetzelfde geldt voor een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst die bijv. door een elektronische mededeling is bevestigd en afgedrukt op papier.2 Sluit art. 23 lid 2 EEX-V° de mogelijkheden van art. 23 lid 1 sub b en EEX-V° (lopende handelsbetrekkingen en een in de internationale handel gebruikelijke en bekende vorm die partijen kennen of geacht worden te kennen) hiermee uit? Naar mijn mening niet, omdat art. 23 lid 2 EEX-V° moet worden geplaatst tegen de achtergrond van bevordering van de elektronische handel.3 De reden voor deze bepaling is mede het aannemen in 2000 van de Richtlijn 2000/31/EG4 inzake elektronische handel.5Deze Richtlijn heeft echter geen betrekking op internationale bevoegdheid (art. 1 lid 4 Richtlijn 2000/31 EG), zodat dit onderwerp voorbehouden blijft voor de EEX-V°. Deze laatste Verordening moest derhalve worden aangepast om tegemoet te komen aan de veranderingen die voortvloeien uit de elektronische handel. De bepaling beoogt derhalve de vormvoorschriften van een rechtsgeldige forumkeuze voor elektronische overeenkomsten te verruimen en niet te beperken tot de vorm voorzien in art. 23 lid 1 sub (a) EEX-V°. Met name art. 23 lid 1 sub c EEX-V° biedt ruimte om voor sommige overeenkomsten aan te nemen dat een elektronische overeenkomst een vorm is die in de internationale handel gebruikelijk is en die partijen kennen of geacht worden te kennen. Door de opkomst van bijv. e-procuremen6' zullen enige vormen van elektronische overeenkomsten in de internationale handel gebruikelijk worden (of reeds zijn). Indien een partij regelmatig deelneemt aan inschrijvingen via e-procurement, is art. 23 lid 1 sub c EEG-V° op dit type overeenkomst van toepassing. De totstandkoming van een forumkeuze kan dan voor de vorm zowel zijn gebaseerd op lid 1 sub a jo. lid 2 als op lid 1 sub c. Andere voorbeelden zijn de grote internetretailers, zoals Amazon.com en Dell, en e-veilingen (`e-auctions'), zoals e-Bay.com. Ook voor overeenkomsten met deze partijen meen ik dat per definitie een elektronische overeenkomst een vorm is die in het internationale handelsverkeer gebruikelijk is en die partijen kennen of geacht worden te kennen. De wederpartij (klant) van deze ondernemingen weet (of behoort te weten) op welke wijze overeenkomsten met dergelijke partijen tot stand komen en dat zij zaken doen door middel van elektronische overeenkomsten. Een andere nieuwe gebruikelijke vorm die partijen geacht worden te kennen, zijn de elektronische Europese aanbestedingen onder Richtlijn 2004/17/EG7 en Richtlijn 2004/18/EG.8 Aangezien deze richtlijnen uitdrukkelijk voorzien in elektronische aanbestedingen, kan deze vorm van aanbesteding na de implementatiedatum (31 januari 2006) als een vorm in de zin van art. 23 lid 1 sub c EEX-V°/17 lid 1 sub c Verdrag worden beschouwd.