RN 2015/1
Naheffing. Wanneer vangt de naheffingstermijn aan als een voorwaardelijke vrijstelling is verleend?
HR 10-10-2014, ECLI:NL:HR:2014:2922
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 oktober 2014
- Magistraten
Mrs. C. Schaap, R.J. Koopman, Th. Groeneveld
- Zaaknummer
13/06391
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS919521:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Aanslag
Fiscaal bestuursrecht / Aangifte
Belastingen van rechtsverkeer / Overdrachtsbelasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:2922, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑10‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 10‑10‑2014
- Wetingang
Art. 20 AWR
Essentie
Naheffing.
Wanneer vangt de naheffingstermijn aan als een voorwaardelijke vrijstelling is verleend?
Samenvatting
Op 31 december 2004 heeft belanghebbende de juridische eigendom van een onroerende zaak verkregen. Ter zake van deze verkrijging is belanghebbende geen overdrachtsbelasting verschuldigd geworden door de toepassing van de (voorwaardelijke) vrijstelling van art. 15 lid 1 onderdeel h Wet BRV. Op 1 maart 2007 voldeed belanghebbende niet meer aan de voor de vrijstelling geldende voorwaarde(n). De Inspecteur heeft daarom aan belanghebbende een op 10 december 2010 gedagtekende naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd ter zake van de verkrijging. In geschil is of de naheffingsaanslag tijdig is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.