Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/10.14:10.14 Conclusie
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/10.14
10.14 Conclusie
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS450525:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk is ingegaan op de wijze waarop in Duitsland invulling wordt gegeven aan het materiële budgetrecht in het kader van Europese integratie, de derde subvraag van dit proefschrift. De jurisprudentie van het Bundesverfassungsgericht over Europese integratie speelt hierbij een belangrijke rol. In een reeks van arresten heeft het Hof grenzen gesteld aan de uitoefening van het budgetrecht door de Bondsdag. Ook de Bondsdag zelf heeft via wetgeving zijn rol bij de uitvoering van Europese crisismaatregelen veilig gesteld, zoals hiervoor aan de orde kwam. Zo is het instemmingsrecht van de Bondsdag bij de inzet van de EFSF en het ESM niet afgedwongen door het Bundesverfassungsgericht, maar op initiatief van de Bondsdag zelf tot stand gekomen. Het Nederlandse parlement heeft nauwelijks vergelijkbare grenzen aan de uitoefening van het budgetrecht getrokken. Als gevolg daarvan hebben de Tweede en de Eerste Kamer, in tegenstelling tot de Bondsdag, bijvoorbeeld in vrijwel geen enkel geval expliciete zeggenschap over de toepassing van het ESM. Hoewel beide rechtsstelsels belangrijke verschillen kennen, staan die, zoals hiervoor aan de orde kwam, mijns inziens niet in de weg aan een materiële interpretatie van het budgetrecht in Nederland.