Forumkeuze in het Nederlandse internationaal privaatrecht
Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/10.7.1:10.7.1 Inleiding
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/10.7.1
10.7.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS415646:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 27 juni 1991, zaak C 351/89, Overseas Union, Jur. 1991, 3317, NJ 1993, 527; Verheul, Rechtsmacht, Deel 1, p. 123; anders: Rb. Rotterdam gepubliceerd in Hof 's-Gravenhage 29 februari 1980, NJ 1980, 608.
Bijv. Rb. Amsterdam 28 oktober 1992, NIPR 1993, 169.
HvJ EG 9 december 2003, zaak C-116/02, Gasser/MISAT, Jur. 2003, p. 1-14693, NJ 2007, 151, r.o. 51.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Prorogatie en derogatie kunnen jurisdictieconflicten tot gevolg hebben. De gerechten kunnen immers verschillend oordelen over de geldigheid van een forumkeuze en daardoor over de prorogatie of derogatie van de bevoegdheid van een gerecht. De jurisdictieconflicten kunnen in twee groepen worden verdeeld. Bij positieve jurisdictieconflicten achten verschillende gerechten zich ten aanzien van hetzelfde geschil bevoegd. Negatieve jurisdictie conflicten ontstaan, indien geen gerecht zich bevoegd acht om van een geschil kennis te nemen. Positieve jurisdictieconflicten kunnen zich bij alle denkbare forumkeuzen voordoen. Met name bij niet-exclusieve forumkeuzen zijn zulke conflicten denkbaar. Slechts bij forumkeuzen die tegelijkertijd prorogeren en derogeren bestaat de mogelijkheid dat geen van de gerechten zich bevoegd acht, zodat een negatief jurisdictieconflict ontstaat. Prorogatie alleen kan geen negatief jurisdictieconflict tot gevolg hebben. De forumkeuze dient tevens te derogeren om een negatief jurisdictieconflict te veroorzaken.
De art. 27 en 28 EEX-V°/21 en 22 Verdrag lossen ten dele positieve jurisdictieconflicten op. De werking van deze artikelen blijft hier buiten beschouwing. Ik merk slechts op dat een geprorogeerde of gederogeerde rechter de art. 27 en 28 EEX-V°/21 en 22 Verdrag steeds kan gebruiken om positieve jurisdictieconflicten te vermijden, indien voor gerechten van verschillende EG-lidstaten resp. verdragsluitende staten dezelfde of samenhangende zaken aanhangig zijn. De woonplaats van partijen doet niet ter zake. Ook indien de verweerder buiten de EG-lidstaten resp. verdragsluitende staten woonplaats heeft, zijn deze artikelen van toepassing.1 Bij toepasselijkheid van deze artikelen zal het gerecht dat als tweede is geadieerd vaak niet toekomen aan toetsing van de forumkeuze, omdat het gerecht de procedure aanhoudt.2 In het arrest Gasser/MISAT heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat de eerst geadieerde rechter de forumkeuze dient te onderzoeken en de rechtsgeldigheid vast te stellen.3
Enige hierna te bespreken casus verduidelijken de eventuele complicaties ten gevolge van prorogatie en vaak daarmee gepaard gaande derogatie. Steeds wordt ervan uitgegaan dat een forumkeuze is overeengekomen waarvan de geldigheid in geding is. De forumkeuze heeft veronderstellenderwijs voorts derogerende werking. Bij de casus blijft onbehandeld de vraag of er sprake is van litispendentie of samenhang. Evenmin ga ik in op de vraag op welk moment een gerecht geacht wordt geadieerd te zijn. Voor een kort overzicht van de vraag wanneer art. 23 EEX-V°/17 Verdrag de derogatie beheerst, verwijs ik naar par. 10.3.1.