Einde inhoudsopgave
Beperkte rechten op eigen goederen (O&R nr. 132) 2022/8.4
8.4 Vergelijking met herpandrecht
mr. R.J. ter Rele, datum 01-10-2021
- Datum
01-10-2021
- Auteur
mr. R.J. ter Rele
- JCDI
JCDI:ADS491165:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht / Testamenten
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht (V)
Erfrecht / Gevolgen erfopvolging
Voetnoten
Voetnoten
Zie over herverpanding: Asser/Van Mierlo & Krzemi/ski 3-VI 2020/132-134; Krzemi/ski 2013; Steneker, Pandrecht (Mon. BW nr. B12a) 2012/14. Zie voor een vergelijking met de stapelbepalingen: W. Snijders 2006, p. 835.
Parl. Gesch. BW Boek 3, p. 767; Asser/Van Mierlo & Krzemi/ski 3-VI 2020/132; Asser/Kortmann 3-III 2017/136a; Krzemi/ski 2013, p. 290; Steneker, Pandrecht (Mon. BW nr. B12a) 2012/14.
Parl. Gesch. BW Boek 3, p. 767; Asser/Van Mierlo & Krzemi/ski 3-VI 2020/133; Krzemi/ski 2013, p. 99, 141-142, 218-219, 329-333; Steneker, Pandrecht (Mon. BW nr. B12a) 2012/14. Zie voor het geval op het bezwaarde goed meerdere pandrechten rusten: Krzemi/ski 2013, p. 141-154, 218-234, 325-333.
Asser/Van Mierlo & Krzemi/ski 3-VI 2020/133; Krzemi/ski 2013, p. 160-161.
Asser/Van Mierlo & Krzemi/ski 3-VI 2020/132; Krzemi/ski 2013, p. 303-304; Steneker, Pandrecht (Mon. BW nr. B12a) 2012/14.
91. Het herpandrecht (art. 3:242 BW) vertoont overeenkomsten met de rechten van ondererfpacht, onderopstal en de erfdienstbaarheid ex art. 5:84 BW.1 Een herpandrecht is een pandrecht dat is gevestigd door degene die zelf een pandrecht heeft op het bezwaarde goed. De herpandgever kan het bezwaarde goed gebruiken als zekerheidsobject ten behoeve van schulden van hemzelf. De herpandgever vestigt in eigen naam een pandrecht op het goed waarop zijn eigen pandrecht rust.2 Het herpandrecht neemt in beginsel rang boven het pandrecht van de herpandgever.3 De erfpachter vestigt eveneens in eigen naam een recht van ondererfpacht op de zaak waarop zijn recht rust. De ondererfpacht neemt ook rang boven de erfpacht (de erfpachter moet de ondererfpacht eerbiedigen). Hetzelfde geldt voor onderopstal en de erfdienstbaarheid ex art. 5:84 BW.
De inhoud van het herpandrecht is echter niet – zoals bij ondererfpacht, onderopstal en de erfdienstbaarheid ex art. 5:84 BW – afgeleid van het pandrecht van de herpandgever. Het herpandrecht blijft voortbestaan bij het einde van het pandrecht van de herpandgever.4 Verder kan de pandhouder uitsluitend een herpandrecht vestigen als de eigenaar van het bezwaarde goed beschikkingsbevoegd is. Dus niet als de eigenaar failliet is (art. 23 en 35 Fw).5 Om deze redenen is bij het herpandrecht geen sprake van quasi-stapeling. Een herpandrecht is geen onderpandrecht. Het herpandrecht rust formeel én materieel op het bezwaarde goed; niet op het pandrecht van de herpandgever. In §9.2.4 en 9.3 komt aan de orde dat een eigenaar een beperkt recht op zijn eigen zaak kan hebben, als op de bezwaarde zaak een beperkt recht van een derde rust met een lagere of gelijke rang. Dit brengt mee dat een eigenaar een herpandrecht op zijn eigen zaak kan hebben.