Einde inhoudsopgave
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/4.4
4.4 Informatieverschaffing aan de schuldeiserscommissie
mr. H.J. de Kloe, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. H.J. de Kloe
- JCDI
JCDI:ADS708313:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Van Andel & Van Zanten 2013, p. 48 en 49.
Windt & Hummelen 2015, p. 310 en 311; Van Andel & Van Zanten 2013, p. 48 en 49.
Windt & Hummelen 2015, p. 310.
Zie ook de annotatie van J.J. van Hees onder HR 6 juni 2014, JOR 2014/280.
HR 6 juni 2014, JOR 2014/280.
Vriesendorp meent dat de informatieverplichting van de curator jegens de rechter-commissaris is beperkt door het propotionaliteitsbeginsel en het algemene beginsel van redelijkheid. Wessels betrekt dit ook op de schuldeiserscommissie. Zie R.D. Vriesendorp, annotatie bij de twee Jomed-uitspraken, AA 2005, afl. 4, p. 256-257 en Wessels Insolventierecht IV 2020/4281.
Kamerstukken II 2016/17, 23740, nr. 3, p. 24-25.
Reactie INSOLAD d.d. 26 februari 2016, bijlage bij Kamerstukken II 2016/17, 23740, nr. 3, p. 7. Zie ook Renssen 2019, par. 3.10.
Van der Korst 2007, p. 159.
Vergelijk het klassieke arrest HR 31 januari 1919, NJ 1919, p. 161 (Lindenbaum/Cohen).
Bijvoorbeeld Van Andel & Van Zanten 2013, p. 49-50. Zie ook Oppedijk van Veen & Leferink, FIP 2020/266 en (meer in algemene zin) Windt & Hummelen 2015.
Tegenover een relatief beperkt recht op informatie van schuldeisers en andere belanghebbenden, staat een zeer vergaand informatierecht van de schuldeiserscommissie. Op grond van artikel 74 Fw is de curator verplicht alle inlichtingen te verschaffen die de commissie wenst. Het betreft dan de inlichtingen die de curator op grond van artikel 105 Fw heeft ontvangen van de schuldenaar, maar ook inlichtingen over de wijze waarop de curator de boedel afwikkelt. Ook kan de commissie te allen tijde ‘boeken, bescheiden en andere gegevensdragers’ die betrekking hebben op het faillissement raadplegen. De schuldeiserscommissie hoeft niet kenbaar te maken wat haar belang is bij de verzochte informatie.1
Het recht op informatie van de schuldeiserscommissie gaat wel ver, maar is niet onbeperkt. In ieder geval mag de commissie geen misbruik maken van haar bevoegdheid tot het vragen van inlichtingen en inzage (art. 3:13 BW).2 Dat betekent ten eerste dat de curator kan afzien van het verstrekken van informatie als deze informatie niet wordt verzocht met het oog op de taak van de schuldeiserscommissie, maar met als doel het versterken van de belangen van een of meer individuele leden van de commissie.3 Commissieleden kunnen onder meer bedrijfsgeheimen gebruiken voor eigen gewin of informatie gebruiken bij het instellen van een aansprakelijkheidsvordering tegen bijvoorbeeld bestuurders.4
In het faillissement van een certificaathouder en middellijk bestuurder van Eurocommerce was het risico op oneigenlijk gebruik van de informatierechten door potentiële leden van de schuldeiserscommissie voor de rechtbank een reden om geen voorlopige schuldeiserscommissie in te stellen. Het cassatieberoep tegen deze beslissing wees de Hoge Raad van de hand.5 Is eenmaal een schuldeiserscommissie ingesteld, dan kan het opvragen van informatie voor oneigenlijk gebruik een reden zijn om een informatieverzoek af te wijzen. In dat geval wordt de informatiebevoegdheid immers gebruikt met een ander doel dan waarvoor zij aan de commissie is verleend (art. 3:13 lid 2 BW). Informatieverzoeken mogen ten tweede niet onredelijk zijn.6 Als de curator hoge kosten moet maken om gehoor te geven aan een informatieverzoek terwijl het belang van de commissie bij de verzochte informatie beperkt is of als het verzoek om een andere reden niet redelijk is, kan worden geconcludeerd dat de commissie in redelijkheid niet tot de uitoefening van haar informatiebevoegdheid had mogen komen (zie ook art. 3:13 lid 2 BW).
In een reglement, dat kan worden vastgesteld door de rechtbank of de rechter-commissaris (art. 75a lid 1 Fw), kan een nadere regeling worden getroffen omtrent het informatierecht van de schuldeiserscommissie. Mijns inziens is het niet mogelijk het informatierecht van de commissie in het algemeen en zonder reden te beperken, omdat dit indruist tegen het fundamentele recht van de schuldeisercommissie op informatie. Wel kunnen procedurele afspraken worden gemaakt over het tijdstip en de wijze waarop om inlichtingen kan worden verzocht en de inlichtingen worden verstrekt. Ook kan het informatierecht in specifieke gevallen in het reglement worden geclausuleerd in verband met de aanwezigheid van tegenstrijdige belangen. Daarnaast ligt het voor de hand dat het reglement bepalingen bevat over geheimhouding.7
INSOLAD heeft in reactie op de consultatie van het wetsontwerp Wet modernisering faillissementsprocedure betoogd dat een geheimhoudingsregeling zou moeten worden opgenomen in de wet,8 maar een dergelijke regeling heeft de wet niet gehaald. Door Van der Korst is betoogd dat de commissieleden gebonden zijn aan een functionele geheimhoudingsplicht als het gaat om bedrijfsgeheimen.9 Hoewel hier wat voor te zeggen valt en het zonder toestemming gebruiken van bedrijfsgeheimen door een commissielid een onrechtmatige daad kan opleveren,10 valt het toch aan te bevelen de geheimhouding in een reglement vast te leggen. Op die manier staat de omvang en reikwijdte van de geheimhoudingsplicht vast.
De instelling van een schuldeiserscommissie zorgt, gelet op de omvattende informatierechten van de commissie, voor meer transparantie over de afwikkeling van het faillissement. In de literatuur is mede om die reden het standpunt ingenomen dat vaker een schuldeiserscommissie moet worden ingesteld, of in ieder geval dat schuldeisers eerder dan op de verificatievergadering de mogelijkheid moeten hebben over te gaan tot instelling van een schuldeiserscommissie.11 Het instellen van een schuldeiserscommissie kan inderdaad voor meer transparantie zorgen. Hierbij past wel een kanttekening. De schuldeiserscommissie kent een beperkt aantal leden. Partijen die geen zitting hebben in de schuldeiserscommissie, worden door de instelling van een dergelijke commissie in de regel niet beter geïnformeerd. Dit terwijl zij mogelijk wel behoefte hebben aan meer informatie. Onder omstandigheden hebben individuele schuldeisers ook recht op meer informatie.