Informatierechten van aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/2.5.3:2.5.3 Omgang met informatie van de vennootschap
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/2.5.3
2.5.3 Omgang met informatie van de vennootschap
Documentgegevens:
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS972049:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aandeelhouders hebben veel vrijheid in de wijze waarop zij de verkregen informatie gebruiken. Als gezegd, zijn individuele aandeelhouders in beginsel gerechtigd hun eigen belang na te streven. Daaruit volgt ook dat zij in beginsel niet gehouden zijn tot geheimhouding van de verkregen informatie.1 Tegen deze achtergrond is in algemene zin betoogd dat verstrekking van informatie aan aandeelhouders feitelijk gelijk staat aan openbaarmaking van die informatie.2
Dit uitgangspunt verdient evenwel enige nuance. Ik acht het verdedigbaar dat in voorkomende gevallen een geheimhoudingsplicht kan voortvloeien uit artikel 2:8 BW, bijvoorbeeld in die gevallen waarin het op voorhand duidelijk is dat verdere verspreiding van de informatie door een aandeelhouder de vennootschap zou schaden. Daarbij kunnen verschillende gezichtspunten een rol spelen, waaronder de aard van de informatie, de beslotenheid van het samenwerkingsverband en de vertrouwensband tussen de betrokken aandeelhouders. Een aan artikel 2:8 BW ontleende geheimhoudingsplicht past binnen de opkomende gedachte dat aandeelhouders zich (meer) zouden moeten laten leiden door het belang van de vennootschap.3 Uiteraard kan een dergelijke geheimhoudingsplicht ook contractueel worden overeengekomen.4