Misleidende beursberichten
Einde inhoudsopgave
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/9.1:9.1 Inleiding
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/9.1
9.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. A.C.W. Pijls, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. drs. A.C.W. Pijls
- JCDI
JCDI:ADS655800:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Na de uitgebreide analyse van het bewijs van reliance, loss causation en damages naar Amerikaans recht, staat in dit hoofdstuk het bewijs van causaal verband en koersschade naar Nederlands recht centraal. Bij de analyse van het relevante bewijsrechtelijk kader naar Nederlands recht zullen de inzichten uit het Amerikaanse recht een belangrijke inspiratiebron vormen, en hierbij zal ik dankbaar gebruik maken van de in de Amerikaanse securities fraud class actions praktijk ontwikkelde methoden en technieken. Zo zie ik ook bij het processuele debat over (het bewijs van) het causaal verband en de koersschade in een aansprakelijkheidsprocedure die wordt beheerst door Nederlands (proces)recht, een voorname rol weggelegd voor de event study. En zo kan ook bij het debat over (het bewijs van) de omvang van de koersschade in een procedure naar Nederlands (proces)recht mijns inziens gebruik worden gemaakt van het in de Amerikaanse praktijk ontwikkelde raamwerk van de price line en value line, en van de in dat verband gehanteerde technieken back casting en forward casting. Verder merk ik op dat in dit hoofdstuk – evenals in hoofdstuk 5 – het eerdergenoemde onderscheid tussen enerzijds de beleggers die aan hun vordering tot schadevergoeding ten grondslag leggen dat zij ook bij afwezigheid van de misleiding het litigieuze aandeel zouden hebben gekocht, maar dan tegen een gunstigere prijs, en anderzijds de beleggers die aan hun vordering ten grondslag leggen dat zij bij afwezigheid van de misleiding het litigieuze aandeel in het geheel niet zouden hebben gekocht, een belangrijke leidraad zal vormen bij de verdere inhoudelijke analyse.
De opbouw van dit hoofdstuk is als volgt. Ter introductie geef ik in § 9.2 eerst een korte beschrijving van het algemene bewijsrechtelijk kader van het causaal verband en de schade bij aansprakelijkheid voor misleidende beursberichtgeving. In § 9.3 ga ik vervolgens in op het bewijs van het causaal verband (in de zin van het csqn-verband) tussen de misleiding en de beleggingsbeslissing. In dat kader besteed ik onder meer aandacht aan de wijze waarop de bewijslast van de belegger kan worden verlicht. In § 9.4 bespreek ik daarna het bewijs van causaal verband (in de zin van het csqn-verband) tussen de misleiding en de door de belegger gestelde koersschade c.q. het bewijs van het bestaan van (rechtens relevante) koersschade, het bewijs van de omvang van de koersschade en de processuele mogelijkheden van de gedaagde om de omvang van de rechtens toerekenbare schade – en in het verlengde daarvan – de omvang van de door hem te betalen schadevergoeding, te betwisten.