Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/15.4.4
15.4.4 Artikel 17 lid 5 EEX versus artikel 17 lid 5 EVEX
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS413165:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Nuyts, L'espace judiciaire européen, p. 34. De Nederlandse rechtspraak verwierp meestal anticipatie op de gewijzigde (ontwerp) tekst van EEX en EVEX; bijv. Pres. Rb. 's-Gravenhage 5 oktober 1994, KG 1994, 405; Rb. Maastricht 7 maart 1996, NIPR 1996, 240.
HvJ EG 13 november 1979, zaak 25/79, Sanicentral/Collin, Jur. 1979, p. 3423, NJ 1980, 510; Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 100; Polak, Arbeidsverhoudingen, p. 28-29.
Bijv. Pretore di Brescia 25 oktober 1975, Moretti/Schrottverwertung, Serie D 1-17.1.1. — Bl.
Par. 15.4.7; vgl. Arbeidsrechtbank Brussel 27 december 1977, Serie D 1-17.1.1 — B7.
Rapport Jenard/Mbller, PbEG p. C 189/72; zie voor bijv. Frankrijk CA Aix en Provence 10 mei 1974, Rev. Crit. 1974, p. 548; Ktr. Zutphen 12 augustus 1986, NI 1987, 402 (derogatie van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter); Rb. Maastricht (tussenvonnis) 24 juni 1982 in 11R 21 november 1986, NI 1987, 229; vgl. Ktr. en Rb. in 11R 1 december 1995, RvdW 1995, 258 en r.o. 3.4.4 van het arrest van de 11R dat een betoog verwerpt dat een werknemer bij prorogatie van de Nederlandse rechter door een forumkeuze belang blijft behouden, indien hij binnen hetzelfde concern voor een andere vennootschap gaat werken; Rb. Maastricht 7 maart 1996, NIPR 1996, 240; Pres. Rb. 's-Gravenhage 5 oktober 1994, KG 1994, 405 (miskennende dat inmiddels het Derde toetredingsverdrag in werking was getreden, maar laat voorlopige voorziening tot onder meer doorbetaling van loon toe ex art. 24 EEX). Vander Elst/Weser, Dip Belge, Deel II, p. 273 met verwijzingen naar Belgische jurisprudentie en p. 274 voor verwijzingen naar Franse jurisprudentie; CC ch. soc. 7 januari 1992, Rev. Crit. 1992, p. 793 (vernietigende een arrest dat de vrijheid van forumkeuze ex art. 17 EEX had miskend)
Travaux préparatoires Convention de Lugano, p. 14 en 42.
Meijknecht, Preadvies NV1R 1992, p. 18; Travaux préparatoires Convention de Lugano, p. 80.
Travaux Preparatoires Convention de Lugano, p. 80.
Rapport Jenard/Mbller, PbEG p. C 189/77; Rapport Almeida Cruz, PbEG p. C 189/44; zie hierover Meijknecht, Preadvies NV1R 1992, p. 23.
Rapport Jenard/Mbller, PbEG p. C 189/77; Kropholler, EZPR, p. 250; Penis, TVVS 1991, p. 148; Polak, Ongelijkheidscompensatie, p. 235.
Ik verwijs naar par. 15.4.2.2 voor afbakeningsproblemen tussen de individuele en collectieve arbeidsovereenkomst.
Rapport Jenardffinller, PbEG p. C 189/77.
HvJ EG 15 februari 1989, zaak 32/88, Jur. 1989, p. 341, NJ 1990, 698; zie Rapport Almeida Cruz, PbEG p. C 189/47.
Meijknecht, Preadvies NVIR 1992, p. 20-21 en p. 24.
HvJ EG 15 februari 1989, zaak 32/88, Six Constructions/Humbert, Jur. 1989, p. 341, NJ 1990, 698.
Nuyts, L'espace judiciaire européen, p. 35.
Mijns inziens is de oplossing niet zozeer radicaal, maar rigide omdat plotseling iedere forumkeuze vooraf was verboden, terwijl deze ook (bijv. na onderhandelingen) ten gunste van de werknemer kon strekken.
Rapport Almeida Cruz, PbEG p. C 189/47; Meijknecht, Preadvies NVIR 1992, p. 24.
Rapport Almeida Cruz, PbEG p. C 189/45 en p. C 189/47; HvJ EG 15 februari 1989, zaak 32/88, Six Constructions/Humbert, Jur. 1989, p. 341, NJ 1990, 698; Strikwerda, Inleiding NIPR, 7`1` druk, p. 258; Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 101; Penis, TV VS 1991, p. 148; Polak, Ongelijkheidscompensatie, p. 235.
Meijknecht, Preadvies NVIR 1992, p. 24.
Het EEX tot het Derde Toetredingsverdrag bevatte geen bijzondere bepaling over forumkeuze in arbeidsovereenkomsten.1 Het gevolg daarvan was dat voor forumkeuze in arbeidsovereenkomsten geen bijzonder regime van toepassing was. Een forumkeuze was op gelijke voet met andere overeenkomsten — met uitzondering van verzekerings- (art. 12 EEX) en consumentenovereenkomsten (art. 15 EEX), alsmede huur- en pachtovereenkomsten (art. 16 EEX) — toegestaan.2 Aanvankelijk had de rechtspraak hiermee moeite,3 omdat het commune internationaal privaatrecht veelal een forumkeuze niet (onbeperkt) toelaat.4 Toch blijken de nationale gerechten een analoge toepassing van de beschermende bepalingen van het commune internationaal privaatrecht te verwerpen en redeneringen tegen toepasselijkheid van art. 17 EEX op forumkeuze te verwerpen.5 Deze vrijheid voor partijen onder het EEX was voor de EVA staten onaanvaardbaar.6 De zwakkere partij, de werknemer, was onvoldoende beschermd tegen een voor hem belastende forumkeuze. Een betere bescherming onder het EVEX was een voorwaarde van de EVA staten. Daarnaast voerden de EVA staten aan dat art. 17 EVEX gelijk moest lopen met art. 5 sub 1 EVEX waarin ook een extra bescherming van de werknemer noodzakelijk werd geacht.7 Ten derde wezen zij op de verschillen tussen de arbeidswetgevingen in de EG en EVA staten.8 De EVA staten9 zijn daarom met een voorstel gekomen dat heeft geleid tot de volgende bepaling:
`Ten aanzien van geschillen inzake individuele arbeidsovereenkomsten hebben overeenkomsten tot aanwijzing van een bevoegde rechter alleen gevolg indien deze laatste overeenkomsten zijn gesloten na het ontstaan van het geschil'.
Deze beperking van forumkeuze beschermt de werknemer als sociaal-economisch zwakkere partij in vergaande mate tegen een forumkeuze conform de beoogde strekking van art. 17 lid 5 EVEX.10 Collectieve arbeidsovereenkomsten zijn steeds buiten het toepassingsbereik gehouden,11 vermoedelijk omdat de partijen bij collectieve arbeidsovereenkomsten deze bescherming niet nodig hebben.
Nadat deze bepaling in het EVEX was opgenomen, werd het nodig geacht art. 17 EEX — dat geen regeling had voor de arbeidsovereenkomst — te wijzigen toen de onderhandelingen plaatsvonden over het Derde Toetredingsverdrag. De bedoeling was om de tekst van art. 17 EVEX over te nemen in een identiek nieuw art. 17 lid 5 EEX.12 Opvallend is dat art. 17 lid 5 EEX de tekst van art. 17 lid 5 EVEX niet volgt. Reden hiervoor lijkt te zijn geweest dat tijdens de onderhandelingen over het Derde Toetredingsverdrag het Hof van Justitie op 15 februari 1989 arrest heeft gewezen in de zaak Six Constructions/Humbert.13 Dit arrest handelt weliswaar met name over de vragen of (1) de vestiging van de werkgever die de werknemer in dienst heeft genomen bevoegd is en (2) of art. 5 sub 1 EEX van toepassing is indien de arbeid buiten de verdragsluitende staten werd verricht, maar leidde tot een heroverweging van de bepalingen in het EEX en EVEX over de arbeidsovereenkomst.14 Dat lijkt te zijn veroorzaakt door de overweging van het Hof van Justitie — als obiter dictum dat voor de werknemer als sociaal-economisch zwakkere partij een passende bescherming noodzakelijk was.15 Meestal zal de werknemer eiser zijn van een loon- of schadevordering na ontslag. De bescherming van art. 17 lid 5 EVEX beknot de werknemer in dat geval echter in zijn mogelijkheden de vordering bij de meest geschikte rechter aanhangig te maken.16 De delegaties van de verdragsluitende staten hebben om die reden een wijziging opgenomen in het ontwerp voor art. 17 lid 5 EEX, omdat de bepaling van art. 17 lid 5 EVEX te `radicaal'17 werd geacht.18 In lid 5 is toegevoegd:
`... of indien de werknemer zich daarop beroept om andere gerechten aan te zoeken dan dat van de woonplaats van de verweerder of het in art. 5, punt 1, bedoelde gerecht.'
Deze wijziging leidt tot een betere bescherming van de werknemer. Het Hof van Justitie had hierop reeds gewezen in het arrest Six Constructions/Humbert.19 Ook ontstaat een parallel met de art. 12 lid 2 (verzekeringnemer) en 15 lid 2 (consument) Verdrag.20 In de EEX-V° is deze bepaling teruggekomen als art. 21 sub 2 EEX-V°. Mijns inziens had het voor de hand gelegen dat de lidstaten bij de voorbereiding van het Derde Toetredingsverdrag nog meer hadden aangesloten bij de art. 12 en 15 EEX door eenzelfde bescherming op te nemen voor de werknemer met één toevoeging, te weten de mogelijkheid om te procederen voor het forum loci laboris. Vermoedelijk zou daardoor dan ook art. 21 EEX-V° (in de nieuwe Afdeling 5) voor de individuele arbeidsovereenkomst meer gelijkenis tonen met de bepalingen in verzekerings- en consumentenovereenkomsten hetgeen de uniformiteit en gebruikersvriendelijkheid van de EEX-V° en het Verdrag zou bevorderen.
Tot slot wijs ik nog op een tekstueel verschil tussen art. 17 lid 3 Verdrag (verzekerings- en consumentenovereenkomsten) en art. 17 lid 5 Verdrag (arbeidsovereenkomsten). De eerste bepaling schrijft voor dat een forumkeuze geen 'rechtsgevolg' heeft bij strijd met de art. 12 en 15 Verdrag, terwijl art. 17 lid 5 Verdrag inhoudt dat een afwijkende forumkeuze geen 'gevolg' heeft. Naar mijn mening is hiermee geen verschil beoogd. Gelet op de Duitse en Franse tekst die in beide leden spreken over `rechtliche Wirkung' en `effets' lijkt sprake te zijn van een vertaalfout. Naar mijn mening zou ook art. 17 lid 5 Verdrag bij voorkeur het woord 'rechtsgevolg' moeten gebruiken. In art. 23 lid 5 EEX-V° is alleen het woord 'rechtsgevolg' gebruikt, zodat het tekstuele verschil niet langer bestaat.