De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.5.7.4:4.5.7.4 De benoemde correspondent en het 'regelend' Bureau
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.5.7.4
4.5.7.4 De benoemde correspondent en het 'regelend' Bureau
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS393615:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De tweede 'heer' van de correspondent is het 'regelend' Bureau. De correspondent behandelt namens het Bureau (zij het voor rekening van de verzekeraar) de schadegevallen die door verzekerden van deze laatste zijn veroorzaakt. Hij vertegenwoordigt dus expliciet het 'regelend' Bureau. De benadeelde kan van deze vertegenwoordigingsverhouding zowel door het Bureau op de hoogte worden gesteld, als door de correspondent zelf. Het Bureau zal de benadeelde informeren als het - na ontvangst van de schademelding en na onderzoek - vaststelt dat de dekking verlenende verzekeraar een correspondent heeft aangesteld en het dossier doorstuurt. Het komt echter ook voor dat de benadeelde langs andere weg dan via het Bureau vaststelt dat de schade door een correspondent moet worden behandeld, en dan dient de correspondent de vertegenwoordigingsrelatie duidelijk te maken.
Bij de regeling van de verhouding van de correspondent met het 'regelend' Bureau is essentieel dat de benadeelde een rechtstreekse vordering tegen het 'regelend' Bureau kan instellen. Kan immers de benadeelde geen rechtstreekse vordering tegen het 'regelend' Bureau instellen en zou het Bureau slechts als vertegenwoordiger van de verzekeraar kunnen optreden, dan zou dit tot gevolg hebben dat de correspondent ook niet in naam van het Bureau kan optreden. Hij zou dan immers een Bureau vertegenwoordigen dat zelf geen eigen verplichtingen jegens de benadeelde heeft. Van groot praktisch belang is dit echter niet, nu in alle (thans) in het groenekaartstelsel deelnemende landen de directe actie tegen het Bureau kan worden ingesteld. Bovendien is in paragraaf 4.5.5.4 de conclusie getrokken dat de Bureaus zich, deze wettelijke rechtstreekse vordering weggedacht, ook zelf garant (bedoelen te) stellen jegens de benadeelde.
In de verhouding tussen 'regelend' Bureau en correspondent is van lastgeving geen sprake. In de eerste plaats al omdat de correspondent niet voor rekening van het Bureau optreedt, maar voor rekening van de verzekeraar. Belangrijker is echter dat het Bureau de correspondent geen opdracht geeft schadegevallen te behandelen, maar toestaat dat de verzekeraar een dergelijke opdracht geeft. In de woorden van de Internal Regulations: het Bureau grants the approval. Wel moet de lastgeving door de verzekeraar aan de correspondent inhouden dat deze laatste (mede, al staat dit niet met zoveel woorden in de tekst van de Internal Regulations) het Bureau vertegenwoordigt. Hij moet immers schadegevallen in naam van het Bureau behandelen en afwikkelen.
Het Bureau heeft er daarom belang bij dat de correspondent in zijn naam handelt, omdat daardoor wordt bereikt dat ook het Bureau zich op het door de correspondent in de onderhandelingen met de benadeelde bereikte resultaat kan beroepen. De benadeelde kan zich niet meer tot het Bureau wenden.
Het Bureau is gehouden alle schademeldingen wegens door verzekerden van de verzekeraar veroorzaakte ongevallen door de correspondent te laten behandelen. Volgens art. 4.5Internal Regulations erkent het Bureau de correspondent immers als bij uitsluiting bevoegd de met deze ongevallen verband houdende verzoeken om schadevergoeding te behandelen en te regelen. Het Bureau verplicht zich benadeelden van deze bevoegdheid op de hoogte te stellen. Het ligt voor de hand dat het Bureau daarbij meldt dat de correspondent niet alleen de verzekeraar, maar ook het Bureau vertegenwoordigt.
Het feit dat de correspondent het Bureau vertegenwoordigt, heeft een aantal gevolgen voor de bewegingsvrijheid die hem toekomt. Hij zal zich aan een aantal basisprincipes van het groenekaartstelsel moeten houden. Daartoe behoort in de eerste plaats dat hij gehouden is de toepasselijke wet- en regelgeving in acht te nemen. Art. 6.2Internal Regulations verplicht het garanderend Bureau wellicht ten overvloede te garanderen dat de verzekeraar de correspondent daartoe instructies geeft. De Internal Regulations hebben hier met name het oog op het aansprakelijkheids-, schadevergoedings- en (verplichte) verzekeringsrecht. Hiervoor, in paragraaf 4.5.73, kwam reeds aan de orde dat de correspondent, evenmin als het Bureau, instructies behoeft aan te nemen van de dekking gevende verzekeraar. De autonomie van het Bureau en dus ook van 'zijn' vertegenwoordigers is een van de wezenskenmerken van het groenekaartstelsel. Deze beslissingsautonomie van het Bureau moet niet doorbroken worden als niet het Bureau maar een correspondent door de verzekeraar wordt belast met het regelen van de schade.
Het Bureau heeft er belang bij dat de correspondent de door hem geregelde schadegevallen naar behoren, dat wil zeggen met inachtneming van alle geldende geschreven en ongeschreven regels, be- en afhandelt. De correspondent vertegenwoordigt het Bureau immers en de benadeelde kan zich te allen tijde tot het Bureau zelf wenden. Als stok achter de deur om de correspondent en de verzekeraar te bewegen zich verantwoordelijk te gedragen, kan het Bureau te allen tijde, en zonder zelfs verplicht te zijn tot het motiveren van deze stap, de schaderegeling in het concrete geval naar zich toetrekken. Zie art. 4.6, laatste volzin Internal Regulations. Aangenomen moet voorts worden dat de Bureaus de bevoegdheid van een bepaalde partij om als correspondent op te treden kunnen intrekken, hetzij in het algemeen of alleen voor een bepaalde verzekeraar (bijvoorbeeld omdat deze zich op ongewenste wijze inlaat met de schaderegeling).
Reeds hier zij er, tot besluit van dit onderdeel van de paragraaf over de verhouding van de benoemde correspondent met het 'regelend' Bureau, op gewezen dat ook de correspondent is gehouden de benadeelde, als het tot erkenning van aansprakelijkheid komt, zelf schadeloos te stellen. De regel 'eerst betalen, dan restitutie vragen' die de Bureaus hanteren, heeft ook voor de correspondent te gelden.1 De Bureaus hanteren deze regel, omdat benadeelden niet moeten behoeven te wachten op (soms erg lang uitblijvende) restitutie van de zijde van de verzekeraar. Voor de correspondent heeft dezelfde regel te gelden: zou hij de benadeelde pas uitkeren nadat de verzekeraar gelden heeft overgemaakt, dan zal de benadeelde veelal het Bureau zelf aanspreken. Daarmee zou het Bureau een ongewenst debiteurenrisico ter zake van de vordering op de verzekeraar dragen. Om het risico voor de correspondent - die met name als hij geen verzekeraar is veelal niet de noodzakelijke financiële middelen heeft om langdurig krediet te verlenen aan zijn opdrachtgever, de verzekeraar - te beperken is bepaald dat de correspondent zich bij uitblijven van betaling door de verzekeraar om restitutie tot het 'regelend' Bureau kan wenden, dat vervolgens verhaal neemt op het garanderend Bureau.2