De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie
Einde inhoudsopgave
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/7.1:7.1 Inleiding
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/7.1
7.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. F.G. Laagland, datum 15-07-2013
- Datum
15-07-2013
- Auteur
mr. F.G. Laagland
- JCDI
JCDI:ADS387386:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Richtlijn 2002/14/EG noopte slechts tot een zeer beperkt aantal aanpassingen van de WOR. De aanpassingen hadden betrekking op de artt. 5 en 20 WOR.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De betrokkenheid van Nederlandse werknemers bij een grensoverschrijdende fusie krijgt gestalte via de invloed van de (centrale) ondernemingsraad dan wel Europese ondernemingsraad op de besluitvorming in de deelnemende vennootschap. De Tiende Richtlijn kent voor de betrokkenheid geen uitgebreide regeling, maar verwijst naar eerdere Europese richtlijnen die over dit onderwerp tot stand zijn gebracht. Van belang zijn Richtlijn 2002/14/EG inzake informatie en raadpleging (Richtlijn 2002/14/EG) en Richtlijn 2009/38/EG inzake de Europese ondernemingsraad (EOR-Richtlijn, hierna ook wel Herschikkingsrichtlijn genoemd). De Nederlandse implementatie van deze richtlijnen is te vinden in de Wet op de ondernemingsraden (WOR)1 en de Wet op de Europese ondernemingsraden (WEOR)
De WOR kent bevoegdheden toe aan de Nederlandse (centrale) ondernemingsraad. Art. 25 WOR bepaalt dat ‘de ondernemingsraad door de ondernemer in de gelegenheid wordt gesteld advies uit te brengen over elk door hem voorgenomen besluit tot (…)’. De term fusie komt in art. 25 WOR niet voor. De WOR noemt in het bijzonder twee categorieën van adviesplichtige onderwerpen die in de optiek van een grensoverschrijdende fusie een rol kunnen spelen: de overdracht van de zeggenschap over de onderneming (art. 25 lid 1 (a) WOR) en het overnemen van de zeggenschap over een andere onderneming dan wel het aangaan van een duurzame samenwerking met een andere onderneming (art. 25 lid 1 (b) WOR). De bevoegdheden uit de WEOR komen toe aan de Europese ondernemingsraad en geven recht op informatie en raadpleging over sociaaleconomische transnationale besluiten (tenzij anders is overeengekomen). De WOR en de WEOR sluiten elkaar niet uit en zijn naast elkaar van toepassing.
De bevoegdheden uit de WOR zijn gekoppeld aan de onderneming in de zin van de WOR (de zelfstandige arbeidsorganisatie zoals bedoeld in art. 1 lid 1 (c) WOR). De bevoegdheden worden niet bedreigd door een grensoverschrijdende fusie. De onderneming blijft in Nederland gelegen. Dat de ondernemer na de fusie eventueel in het buitenland is gevestigd, doet daar niet aan af. De bevoegdheden van de Europese ondernemingsraad zijn daarentegen gekoppeld aan de onderneming (de rechtspersoon) of het concern in de zin van de WEOR met een communautaire dimensie. Ook deze koppeling is doorgaans niet problematisch nu de uit de fusie ontstane vennootschap altijd een communautaire dimensie kent. Dit verklaart waarom de regels inzake de betrokkenheid – anders dan bij de vennootschappelijke medezeggenschap – niet zijn gericht op een behoud van de voorafgaand aan de fusie bestaande bevoegdheden. In plaats daarvan heeft de regeling tot doel werknemers een bepaalde mate van invloed te verschaffen op het besluitvormingsproces. De Europese wetgever heeft het niet nodig geacht een speciale regeling op te nemen voor de situatie dat het besluit een grensoverschrijdende fusie behelst. Ter bevordering van grensoverschrijdende fusies is zo veel mogelijk aangesloten bij de nationale bepalingen die eveneens op de interne fusievariant van toepassing zijn.
In dit hoofdstuk richt ik mij op de invloed zoals die wordt uitgeoefend door de Nederlandse dan wel Europese ondernemingsraad als het orgaan dat de Nederlandse werknemers vertegenwoordigt. Aan de orde komt de wijze waarop beide organen invloed uitoefenen op een (voor)genomen besluit tot grensoverschrijdend fuseren. Nagegaan wordt welke knelpunten zich voordoen nu het besluit een grensoverschrijdende dimensie kent en hoe hiermee kan worden omgegaan. Bijzondere aandacht komt toe aan de situatie binnen concernverband. Een aparte paragraaf is gewijd aan de vraag of het klopt dat de bevoegdheden inzake de betrokkenheid geen wijziging ondergaan als een gevolg van de grensoverschrijdende fusie. Het Duitse en Belgische recht spelen in dit hoofdstuk geen prominente rol. Dit heeft ermee te maken dat de onderneming waarin de Nederlandse werknemers werkzaam zijn in Nederland is gelegen zodat de WOR van toepassing is. Dit kan anders liggen bij de positie van de Europese ondernemingsraad. De (oprichting van de) Europese ondernemingsraad is onderworpen aan het implementatierecht van de lidstaat waar het hoofdbestuur zetelt. Bij de bespreking van de Europese ondernemingsraad komt daarom wel aandacht toe aan het Duitse en Beglische (implementatie)recht.