Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/7.4.2:7.4.2 Zelfbelasting en strafcontext
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/7.4.2
7.4.2 Zelfbelasting en strafcontext
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS497014:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 5 april 2012 (Chambaz t. Zwitserland), AB 2012/323 (m.nt. Barkhuysen en Van Emmerik); EHRC 2012/135 (m.nt. Niessen).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In § 6.4 kwam ter sprake dat het EHRM de notie van zelfbelasting ruim opvat. Van (potentiële) zelfbelasting is sprake als niet kan worden uitgesloten dat de van de verdachte gevorderde verklaring op enig moment tegen hem kan wordt gebruikt; dit los van de andere twee toepasselijkheidcriteria. Na Chambaz moet worden aangenomen dat deze opvatting onverkort geldt voor fysiek bewijs. In deze zaak overweegt het EHRM in lijn met de zaken Shannon en Marttinen (waarin het zwijgrecht in het geding was), dat de klager niet kon uitsluiten dat de van hem gevorderde informatie in een latere procedure tegen hem kon worden gebruikt.1
Ook voor wat betreft de strafcontext als criterium voor de toepasselijkheid van het niet-meewerkrecht, moet het ervoor worden gehouden dat het Hof dat niet verschillend uitlegt, naar gelang sprake is van (de gedwongen verkrijging van) verklaringen of fysiek bewijs. Noch de strafcontext noch het criminal charge-begrip houdt verband met het type bewijs dat wordt verkregen. De Straatsburgse rechtspraak verschaft hierover echter geen duidelijkheid.