Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/3.5.4.2
3.5.4.2 Het Katterug-arrest
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS591616:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HR 29 mei 2015, JOR 2015/192, NJ 2015/380(Lunchroom de Katterug).
Tervoort 2013. Voor een pleidooi in deze richting, maar uitgaande van een noodzaak tot wetswijziging daarvoor: Mendel & Mohr 2000.
De Hoge Raad verwijst hierbij naar HR 11 april 1980, NJ 1981/377(SMS/Buis), dat overigens het naamsverbod van art. 20 lid 1 betreft en niet het beheersverbod van lid 2.
De Hoge Raad komt hiermee terug op HR 15 januari 1943, NJ 1943/201(Walvius/Stamp- en Trekwerk).
Dit overwoog de Hoge Raad ook al in HR 11 april 1980, NJ 1981/377(SMS/Buis).
De commanditaire vennoot kan zich dus niet disculperen door te stellen dat hij niet wist dat zijn handeling verboden was.
In het Katterug-arrest heeft de Hoge Raad in enkele mooie en krachtige overwegingen deels nieuwe regels gegeven over hoe ver het beheersverbod en de op overtreding gestelde aansprakelijkheidssanctie reiken.1 Het arrest is gewezen op een door A-G Timmerman ingesteld cassatieberoep in het belang der wet. Tervoort heeft met zijn proefschrift een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling die tot dit arrest heeft geleid.2
Vanwege de brede strekking van het arrest is de casus die eraan ten grondslag ligt van weinig belang. Toch is het aardig er kort bij stil te staan. Een jongeman is beherend vennoot van een CV, zijn ouders zijn de commanditaire vennoten. Het huurcontract voor de bedrijfsruimte en het latere contract tot beëindiging van de huur worden door de zoon én de ouders namens de CV getekend. De ouders zullen later verklaren de huurstukken te hebben medeondertekend op verzoek van de verhuurder, omdat zij de waarborgsom voor de huur van de bedrijfsruimte hebben gefourneerd. Degene die op enig moment de lunchroom van de CV koopt, stelt de ouders aansprakelijk voor een nog voor rekening van de CV komende schuld aan een werknemer, stellende dat zij met hun handtekening onder de huurstukken het beheersverbod hebben overtreden. Rechtbank en hof oordelen dat inderdaad sprake is van een overtreding en dat hoofdelijke aansprakelijkheid van de commanditaire vennoten, voor de CV-schuld aan de koper van de lunchroom, daarom onontkoombaar is.
De Hoge Raad overweegt dat de sanctie van artikel 21 WvK ertoe strekt te voorkomen dat commanditaire vennoten die op een van de in artikel 20 WvK vermelde manieren onduidelijkheid laten bestaan over hun rechtspositie in de vennootschap, zich kunnen onttrekken aan de aansprakelijkheid die artikel 18 WvK voorziet voor de gewone vennoten.3 Het gaat er volgens de Hoge Raad om te voorkomen, enerzijds dat een commanditaire vennoot ten name van de CV aan het handelsverkeer deelneemt als ware hij beherend vennoot en aldus misbruik maakt van het rechtsgevolg dat is verbonden aan de hoedanigheid van commanditaire vennoot, en anderzijds dat derden door het optreden van een commanditaire vennoot in de veronderstelling kunnen worden gebracht dat zij van doen hebben met een gewone, dus hoofdelijk aansprakelijke vennoot.
De Hoge Raad bevestigt nog eens de sanctie op overtreding van het beheersverbod: de commanditaire vennoot wordt jegens alle schuldeisers van de CV ten volle aansprakelijk voor alle verbintenissen van de CV, ook die welke zijn ontstaan voor het tijdstip waarop het verbod werd overtreden. Hij voegt daar aan toe dat deze sanctie uitsluitend gerechtvaardigd is, indien en voor zover zij in overeenstemming is met de hierboven genoemde strekking ervan. Zij mag niet in een onevenredige verhouding staan tot aard en ernst van de schending van het beheersverbod. Zij dient achterwege te blijven, indien en voor zover zij door het handelen van de commanditaire vennoot niet of niet ten volle wordt gerechtvaardigd. Indien de (in beginsel daartoe door de commanditaire vennoot te stellen en te bewijzen) omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan de rechter oordelen dat de sanctie niet gerechtvaardigd is, of dat het gevolg daarvan dient te worden beperkt tot bepaalde verbintenissen. Bij deze beoordeling kan mede van belang zijn of bij derden redelijkerwijs een onjuiste indruk over de hoedanigheid van de commanditaire vennoot heeft kunnen ontstaan.4 Verder zal aan de commanditaire vennoot in elk geval steeds enig verwijt van zijn handelwijze gemaakt moeten kunnen worden.5 Daarbij dient in aanmerking te worden genomen dat een commanditaire vennoot ervan op de hoogte behoort te zijn, dat hij geen daden van beheer mag verrichten.6 Tot zover de Hoge Raad.