Einde inhoudsopgave
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/5.5
5.5 Andere vermogenstitels dan aandelen
E.J.W. Heithuis, datum 01-12-1999
- Datum
01-12-1999
- Auteur
E.J.W. Heithuis
- JCDI
JCDI:ADS458996:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. de toelichting op de tweede nota van wijziging. Tweede Kamer, Kamerstuknr. 24 761, nr. 9, blz. 3.
Memorie van toelichting Tweede Kamer, Kamerstuknr. 25 692, nr. 3. blz. 2. H.P.A.M. van Arendonk merkt mijns inziens terecht op dat deze wetswijziging overbodig was als de niet-tijdelijke winstbewijzen met aandelen konden worden gelijkgesteld, welk risico geenszins denkbeeldig was, H.P.A.M. van Arendonk, Wetswijzigingen Belastingplan 1998 en Wijzigingen van technische aard (wetsvoorstel 25 691 en 25 692), MBB januari 1998, blz. 3 e.v.
Memorie van toelichting Tweede Kamer, Kamerstuknr. 24 761, nr. 3, blz. 40-41.
Zie memorie van toelichting en de toelichting op de tweede nota van wijziging, Tweede Kamer, Kamerstuknr. 24 761, nr. 3, blz. 14-15 en nr. 9, blz. 3.
De oude aanmerkelijkbelangregeling had enkel betrekking op aandelen of winstbewijzen, waarbij voor de winstbewijzen gold dat deze eerst tot het aanmerkelijk belang behoorden als overigens reeds sprake was van een aanmerkelijk belang. In de nieuwe aanmerkelijkbelangregeling is het bereik van het aanmerkelijk belang uitgebreid in die zin dat ook andere vermogensbestanddelen dan aandelen of winstbewijzen eronder kunnen vallen. Het betreft dan met name schuldvorderingen en koopopties. Voorts is de systematiek met betrekking tot winstbewijzen enigszins gewijzigd. De uitbreiding van de aanmerkelijkbelangregeling met de winstbewijzen, schuldvorderingen en koopopties is tweeërlei:
enerzijds kan het enkele bezit van (niet-tijdelijke) winstbewijzen of koopopties op aandelen tot een aanmerkelijk belang leiden;
anderzijds kunnen schuldvorderingen, winstbewijzen en koopopties worden meegetrokken in een bij de belastingplichtige, zijn echtgenoot of één van hun bloed- of aanverwanten in de rechte lijn aanwezig aanmerkelijk belang.
De achtergrond van de uitbreiding van de aanmerkelijkbelangregeling met de genoemde vermogensbestanddelen moet worden gezocht in het antimisbruik-karakter ervan. De fiscale wetgever was beducht voor nieuwe ontgaanscon-structies met koopopties en winstbewijzen, als het enkele bezit van koopopties of winstbewijzen niet tot een aanmerkelijk belang zou leiden. Hierbij kan dan worden gedacht aan situaties waarbij de belastingplichtige niet de aandelen in de vennootschap neemt doch een koopoptie op die aandelen. In dergelijke situaties gaat de waarde-ontwikkeling van de aandelen de belastingplichtige/optiehouder volledig aan zonder dat dit onder het aanmerkelijkbelangregime zou vallen.1 Met betrekking tot de winstbewijzen geldt iets soortgelijks, zij het dat het enkele bezit van winstbewijzen eerst met ingang van 1 januari 1998 tot een aanmerkelijk belang kan leiden. Deze uitbreiding van de aanmerkelijkbelangdefinitie met een zelfstandig bezit aan winstbewijzen is in de memorie van toelichting gemotiveerd door te wijzen op mogelijke constructies, waarbij de aandelen in de vennootschap zijn ondergebracht bij een derde, bijvoorbeeld een stichting, en aan deze aandelen nauwelijks rechten zijn verbonden, terwijl de belastingplichtige zelf slechts over winstbewijzen van de vennootschap beschikt.2 Overigens geldt dit enkel voor de zgn. niet-tijdelijke winstbewijzen, zijnde winstbewijzen die niet door tijdsverloop in waarde dalen.
Voorts is de zgn. meetrekregeling (art. 20a, vierde lid, Wet IB) in de nieuwe aanmerkelijkbelangregeling uitgebreid ten opzichte van haar voorganger. In de oude aanmerkelijkbelangregeling werden enkel nog de winstbewijzen meegetrokken in het aanmerkelijk belang als anderszins reeds sprake was van een aanmerkelijk belang. Dit gold en geldt zowel voor de niet-tijdelijke winstbewijzen als de tijdelijke winstbewijzen. Met ingang van 1 januari 1997 is dit uitgebreid met de schuldvorderingen en koopopties op schuldvorderingen. Dit betekent dat aanmerkelijkbelangheffing volgt over het verschil tussen de overdrachtsprijs en de verkrijgingsprijs als de tot een aanmerkelijk belang behorende schuldvordering op de vennootschap wordt vervreemd. Een eventueel negatief vervreemdingsvoordeel is als verlies uit aanmerkelijk belang op de voet van art. 60 Wet IB verrekenbaar met de inkomstenbelasting die overigens is verschuldigd (zie hoofdstuk 10, onderdeel 10.2). Deze uitbreiding van de aanmerkelijkbelangregeling met schuldvorderingen moet eveneens worden geplaatst tegen de achtergrond van mogelijk misbruik. De schuldvorderingen zijn onder het aanmerkelijk belang gebracht ter reparatie van de zgn. turboconstructies (zie hoofdstuk 4, onderdeel 4.2.1), maar blijkens de memorie van toelichting vallen onder deze wijziging alle geldleningen die de aanmerkelijkbelanghouder aan de vennootschap heeft verstrekt.3 Bij tweede nota van wijziging zijn daar de koopopties op schuldvorderingen aan toegevoegd, aangezien men beducht was dat de reparatie van de zgn. turboconstructies kon worden ontgaan door middel van koopopties op turbovorderingen.4 Voorts kan hierbij nog worden gedacht aan de regeling van het zgn. afgeleid aanmerkelijk belang van art. 20a, vijfde lid, Wet IB (zie onderdeel 5.4), ingevolge welke regeling een schuldvordering of een koopoptie op een schuldvordering tot het aanmerkelijk belang kan behoren als de echtgenoot of één van hun bloed- of aanverwanten in de rechte lijn een aanmerkelijk belang in de vennootschap bezit.
Resumerend ontstaat met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van een aanmerkelijk belang in de vennootschap het volgende beeld:
zelfstandig bezit
via meetrekregeling of afgeleid- a.b.-regeling
aandelen
ja
ja
winstbewijzen:
- niet-tijdelijke winstbewijzen
ja
ja
- tijdelijke winstbewijzen
neen
ja
schuldvorderingen
neen
ja
koopopties:
- aandelen
ja
ja
- winstbewijzen
* niet-tijdelijke winstbewijzen
neen
ja
* tijdelijke winstbewijzen
neen
ja
- schuldvorderingen
neen
ja
Met betrekking tot de koopopties kan worden geconstateerd dat deze het fiscale regime volgen van het vermogensbestanddeel waarop ze betrekking hebben. Hierop bestaat één uitzondering en dat betreft een zelfstandig bezit van koopopties op zgn. kwalificerende niet-tijdelijke winstbewijzen. Een dergelijk bezit van koopopties leidt niet tot een aanmerkelijk belang, terwijl een zelfstandig bezit van de kwalificerende niet-tijdelijke winstbewijzen zelf met ingang van 1 januari 1998 wel tot een aanmerkelijk belang kan leiden. Het had mijns inziens voor de hand gelegen om met ingang 1 januari 1998 ook een zelfstandig bezit van koopopties op zgn. kwalificerende niet-tijdelijke winstbewijzen tot het aanmerkelijk belang te rekenen.