Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht
Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/4.2:4.2 De onafhankelijkheid van de bestraffende instantie
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/4.2
4.2 De onafhankelijkheid van de bestraffende instantie
Documentgegevens:
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS469265:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de internationaalrechtelijke beschouwing (zie hoofdstuk 3, onderdeel 3.4.3.1) volgt dat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht twee dimensies kent: een externe en een interne. Met de externe onafhankelijkheid wordt gedoeld op de verhouding tussen de rechterlijke macht en de wetgevende en uitvoerende macht (het traditionele onderscheid binnen wat wel wordt aangeduid als de Trias Politica). De positie van de individuele rechter binnen de rechterlijke organisatie als geheel betreft de interne onafhankelijkheid.
In de strafrechtelijke vakliteratuur worden verschillende soorten van onafhankelijkheid onderkend. Zo maakt Franken1 een onderverdeling tussen de constitutionele, functionele, rechtspositionele en praktische onafhankelijkheid. Volgens Schoep2 worden deze vier vormen van onafhankelijkheid vaak teruggebracht tot twee typen onafhankelijkheid, namelijk de functionele en rechtspositionele.3 Aangezien op voorhand geen duidelijk beeld te geven is van het aantal en typen onafhankelijkheidsvormen dat kan worden onderscheiden, zal ik in het kader van dit onderzoek vooralsnog slechts de eerdergenoemde interne en externe dimensie als vertrekpunt hanteren.
4.2.1 De externe onafhankelijkheid4.2.2 De interne onafhankelijkheid