Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/6.12:6.12 Slotconclusie
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/6.12
6.12 Slotconclusie
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS481180:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het vorenstaande dient voort te vloeien dat art. 5:60 lid 1 wordt aangepast in die zin dat mandeligheid ten behoeve van de beperkte rechten (vruchtgebruik, erfpacht en opstal) en appartementsrechten kan komen te ontstaan. Een nadere regeling omtrent het einde van deze rechten dient in verband hiermee ontwikkeld te worden. In dit hoofdstuk heb ik aanzetten voor een dergelijke regeling gegeven.
Erf in art. 5:62 betekent onroerende zaak. Daaronder is dan het opstalrecht mede begrepen. Het zal evenwel van de inhoud van het opstalrecht afhangen of de bloot eigenaar dan wel de opstalgerechtigde eigenaar wordt van de muren, hekken en heggen als bedoeld in evenbedoeld artikel.