Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/4.5.8:4.5.8 Tussenbeschouwing en plan van aanpak
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/4.5.8
4.5.8 Tussenbeschouwing en plan van aanpak
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS577567:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De voorstellen van de Commissie in het Groenboek en Witboek roepen de nodige fundamentele vragen op.1 Waarom behoort de verkrijging van schadevergoeding naar aanleiding van inbreuken op mededingingsregels wél door middel van speciale regels te worden gestimuleerd en de verkrijging van schadevergoeding vanwege andere schendingen van communautaire normen niet? Te denken valt bijvoorbeeld aan communautaire milieunormen en aan-bestedingsnormen waar geen speciale regels voor worden ontworpen, terwijl ze wel van belang zijn voor de verwezenlijking van de doelstellingen van het EG-Verdrag.2 Naast andere schendingen van communautaire normen kan ook worden gedacht aan andere schendingen van nationale normen. Is bijvoorbeeld een schending van een verkeers- of veiligheidsnorm in het nationale recht niet ernstiger dan een schending van de mededingingsregels?
Het zal lastig worden de juiste regels toe te passen in schadevergoedingszaken waarbij naast mededingingsrechtelijke normen ook nog andere normen zijn geschonden. Denk bijvoorbeeld aan een schadevergoedingszaak waarin naast de schending van het mededingingsrecht ook nog sprake is van dwaling of bedrog. Moeten de speciale regels die gelden voor inbreuken op de mededingingsregels in een dergelijke procedure ook worden toegepast op andere normschendingen? Zijn alle voorgestelde oplossingen even nuttig en noodzakelijk?
De obstakels en mogelijke oplossingen voor een succesvolle privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht komen in de hoofdstukken 7 tot en met 11 nader aan bod. In hoofdstuk 7 wordt de verkrijging van schadevergoeding op grond van schending van het mededingingsrecht onderzocht. In hoofdstuk 8 zullen de problemen omtrent het instellen van collectieve acties aan bod komen. Hoofdstuk 9 behandelt de mogelijke bewijsproblemen en hoofdstuk 10 gaat nader in op vragen en mogelijke problemen van internationaal privaatrecht. In de slotbeschouwing in hoofdstuk 11 hoop ik, op grond van het onderzoek in de hoofdstukken 2 tot en met 10, antwoord te kunnen geven op bovenstaande vragen en de centrale vraagstelling zoals is geformuleerd in hoofdstuk 1.
Hoofdstuk 5 behandelt de evolutie van de rol van de nationale rechter bij de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht. Hoofdstuk 6 behandelt de rol van de arbiter bij de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht.