Levering en verpanding van toekomstige goederen
Einde inhoudsopgave
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/2.2.4.1:2.2.4.1 Inleiding
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/2.2.4.1
2.2.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. B.A. Schuijling, datum 28-01-2016
- Datum
28-01-2016
- Auteur
mr. B.A. Schuijling
- JCDI
JCDI:ADS479297:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
19. Tegen de hiervoor geschetste achtergrond wekt het weinig verbazing dat de (zekerheids)overdracht van toekomstige goederen ook in Nederland werd beproefd. In het bijzonder had deze figuur haar sporen al verdiend in het Duitse recht en haar toepassing in de Nederlandse rechtspraktijk lijkt nauw verband te houden met de introductie van andere Duitse constructies in diezelfde periode. De toelaatbaarheid van de figuur naar Duits recht zou echter geen garantie blijken voor succes in Nederland. Daar waar de Hoge Raad financieringsconstructies als het eigendomsvoorbehoud, de huurkoop en de zekerheidsoverdracht accordeerde, was hij – zoals hierna aan de orde zal komen – niet genegen om de (zekerheids)overdracht van toekomstige goederen te aanvaarden. Vanaf de jaren 1920 werd een aantal keren geoordeeld over de toelaatbaarheid van een levering bij voorbaat. Daarbij ging het steeds om goederen ten aanzien waarvan de leveringsformaliteit niet in de weg stond aan een levering bij voorbaat, nu deze goederen door een enkele akte konden worden geleverd. Achtereenvolgens wees de Hoge Raad op principiële gronden de levering bij voorbaat af van vorderingen op naam en auteursrechten.