Het juridische begrip van godsdienst
Einde inhoudsopgave
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/10.4.2:10.4.2 Binnen welk politiek-filosofisch kader kan het juridische begrip van godsdienst worden geplaatst?
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/10.4.2
10.4.2 Binnen welk politiek-filosofisch kader kan het juridische begrip van godsdienst worden geplaatst?
Documentgegevens:
mr. drs. A. Vleugel, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. drs. A. Vleugel
- JCDI
JCDI:ADS454031:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Gesteld kan worden dat de wetgever met de discriminatiedelicten (artikel 137c Sr) een ruim begrip van ‘godsdienst en levensovertuiging’ op het oog had. Dit hoeft niet te verbazen aangezien deze strafbepalingen zuiver dienen om groepen te beschermen tegen belediging, discriminatie en haat. Anders gezegd: op grond van deze bepalingen wordt enkel voorzien in de minimale behoefte van bescherming van deze groepen. Om die reden zal de wetgever weinig problemen hebben met het accommoderen van de bescherming van een grote diversiteit van godsdiensten en levensovertuigingen. Een dergelijke benadering past in een accommodationistisch ideaaltype waarin groepen mensen met verschillende kenmerken (waaronder religie) met elkaar samenleven.
De (onproblematische) wijze van kwalificeren van de rechter naar aanleiding van het bestanddeel ‘godsdienst of levensovertuiging’ kan niet worden geassocieerd met een bepaalde politieke-filosofische benadering. De meer objectieve eis dat een levensbeschouwing fundamenteel van aard moet zijn om als zodanig te kunnen worden gekwalificeerd kan men associëren met het ideaaltype van het liberaal gezindtepluralisme. Hij impliceert een traditioneel concept van levensovertuiging waarbij alleen opvattingen met een ‘fundamenteel karakter’ en die betrekking hebben op de ‘inrichting van het leven’ als zodanig worden gekwalificeerd.