Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/4.3.4
4.3.4 Belastingheffing over de rente in de inkomstenbelasting
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS304357:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Ter illustratie, uitgaande van een brutowinst van 200 en een rentelast van 69 is de belastbare winst van een particuliere ondernemer in stap 1: 200. Daarover is 25,5% inkomstenbelasting verschuldigd: 51. De belastbare winst in stap 2 bedraagt 200 – 69 – 51 = 80. Daarover is 25% inkomstenbelasting verschuldigd: 20. De winst na belasting is dan gelijk aan 200 – 69 – 51 – 20 = 60. Zou de onderneming zijn gedreven in de BV-vorm, dan wordt de BV 25,5% vennootschapsbelasting verschuldigd over een winst van 200 is 51. Voor uitdeling is beschikbaar 200 – 69 – 51 = 80. Bij uitdeling wordt hierover 25% inkomstenbelasting geheven: 20. Het nettodividend bedraagt 80 – 20 is 60.
In de inkomstenbelasting blijft de rente op een a.b.-vordering belast, zij het dat deze rente niet langer in box 1 maar in box 2 wordt belast. Zo wordt verdisconteerd dat de rente niet langer aftrekbaar is voor de vennootschapsbelasting. Rente en dividend worden dan gelijk behandeld. Ook de vordering op een ondernemer die een met de belastingplichtige verbonden persoon is, kan verhuizen van box 1 naar box 2. De regeling van het forfaitair rendement behoeft geen aanpassing, omdat dividend en rente in box 3 al op dezelfde wijze worden behandeld.
Ook de renteaftrek voor ondernemers in de inkomstenbelasting wordt beperkt. Deze beperking komt erop neer dat de berekening van de inkomstenbelasting over winst uit onderneming in twee stappen plaatsvindt. In stap 1 wordt de winst uit onderneming berekend volgens de regels van box 1 met dien verstande dat de rente niet aftrekbaar is. De aldus berekende winst wordt belast naar het tarief van de vennootschapsbelasting. In stap 2 wordt de winst opnieuw berekend volgens de regels van box 1 maar nu is de rente wel aftrekbaar en komt bovendien de belasting die in stap 1 is berekend in mindering op de winst. Deze ‘netto’-winst wordt belast naar het tarief van box 2. Op deze wijze wordt de ondernemer die zijn onderneming voor eigen rekening uitoefent wat betreft de aftrekbaarheid van de rente gelijk behandeld aan de ondernemer die zijn onderneming in een BV heeft ondergebracht.1