Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/10.1.1
10.1.1 Fusierichtlijn
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS394723:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
In artikel 2 van de huidige Fusierichtlijn staan de definities van deze fusie en splitsingsvormen.
Zie daarvoor G.F. Boulogne, Shortcomings in the EU Merger Directive, Kluwer Law International 2016 en G.F. Boulogne, Lessen uit de EU-Fusierichtlijn, NTFR-B 2016/11. De auteur constateert in laatstgenoemd artikel zes tekortkomingen van de Fusierichtlijn, namelijk, (i) het doel van de Fusierichtlijn is onscherp geformuleerd, (ii) minimumharmonisatie leidt niet tot de beoogde gemeenschappelijke fiscale regeling, (iii) uitputtende lijsten worden gehanteerd als wetgevingstechniek, (iv) de richtlijn voegt weinig toe aan de uitkomst onder de fundamentele vrijheden v. de definities van kwalificerende reorganisaties onder de Fusierichtlijn komen niet volledig overeen met die onder het civiele recht en (vi) de Fusierichtlijn zwijgt over de formele eisen die lidstaten mogen stellen.
In Nederland blijkt dat uit de parlementaire toelichting (zie hoofdstuk 10.2.2). In Duitsland blijkt dat uit o.a. §1 UmwStG. Daar staat dat voor zover bij een reorganisatie een lichaam of personenvennootschap is betrokken die naar EU/EER is opgericht en de zetel of feitelijke leiding in de EU/EER is gelegen, het UmwStG ook van toepassing is als de reorganisatie naar buitenlands recht vergelijkbaar is met de Duitse reorganisatiebepalingen.
HvJ EU 29 novemer 2011, nr. C-371/10 (National Grid Indus), BNB 2012/40.
Zie bijvoorbeeld Montag in Tipke/Lang, Steuerrecht Tipke/Lang22, Steuerrecht, §14, Rz. 44; Rödder in Rödder/Herlinghaus/van Lishaut, UmwStG, 2. Aufl. §§20 UmwStG, Rz. 165d en Linn, Das EuGH-Urteil in der Rs. DMC und der Vorlagebeschluss des FG Düsseldorf – Ende der Diskussionen um die Wegzugssteuer? IStR 2014, blz. 136.
De Fusierichtlijn verplicht de lidstaten in hun wetgeving faciliteiten op te nemen in geval van fusies, splitsingen, inbreng van activa of aandelenruil1, waarbij vennootschappen uit twee of meer lidstaten zijn betrokken. Blijkens de Preambule van de Fusierichtlijn is het uitgangspunt het tot stand brengen van een fiscale faciliteit voor fusies, splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil van vennootschappen in verschillende lidstaten van de EU, met dien verstande dat de financiële belangen van de lidstaat alwaar de verworven vennootschap is gevestigd, moeten worden veiliggesteld. De gedachte achter de faciliteit is dat ondernemingen binnen de EU in staat worden gesteld zich zonder fiscale belemmeringen binnen de EU te hergroeperen teneinde zich aan te passen aan de eisen van de gemeenschappelijke markt. Bij Richtlijn 2005/19/EG van 17 februari 2005 is de Fusierichtlijn op diverse punten aangepast. Het toepassingsbereik van de Richtlijn is uitgebreid tot gedeeltelijke splitsingen en tot verplaatsingen van de statutaire zetel van een Europese vennootschap en een Europese coöperatieve vennootschap van een lidstaat naar een andere lidstaat. Daarnaast zijn specifieke bepalingen ingevoerd voor situaties waarin een lidstaat een vennootschap of (een) deelgerechtigde(n) in een vennootschap als transparant aanmerkt en het aantal van de in de bijlage bij de Richtlijn genoemde kwalificerende rechtsvormen van vennootschappen werd uitgebreid.
De Richtlijn is op 19 oktober 2009 vervangen door een nieuwe gecodificeerde versie, Richtlijn 2009/133/EG van 19 oktober 2009. Er zijn geen inhoudelijke wijzigingen aangebracht bij de codificatie. Op 13 mei 2013 is de bijlage bij de Fusierichtlijn aangepast in verband met de toetreding van de republiek Kroatië tot de EU (Richtlijn 2013/13/EU van 13 mei 2013).
In dit hoofdstuk zal op hoofdlijnen duidelijk worden of en op welke wijze beide landen hun wetgeving in overeenstemming hebben gebracht met de Fusierichtlijn. Een integrale toetsing of de Nederlands en Duitse nationale wetgeving wel geheel voldoet aan de Fusierichtlijn, of een toetsing van de (bedoeling van de) Fusierichtlijn als zodanig valt buiten het bestek van mijn onderzoek.2 Ook ga ik verder niet in op de grensoverschrijdende fusie en splitsingsmogelijkheden, maar vergelijk ik de fiscale gevolgen van fusie en splitsingsmogelijkheden binnen Nederland, respectievelijk Duitsland. Wel merk ik op dat zowel in Nederland als in Duitsland fiscaalrechtelijk (begeleiding bij) grensoverschrijdende fusies en splitsingen mogelijk zijn, met als belangrijkste voorwaarde dat er een latere heffing in het desbetreffende land verzekerd moet zijn.3 Is dat niet het geval, dan moet in beide landen worden afgerekend. In Nederland wordt de claim (op grond van het National Grid Indus arrest4) gehandhaafd door middel van het opleggen van een conserverende aanslag. In Duitsland moet direct worden afgerekend (zonder mogelijkheid van een conserverende aanslag). Dit laatste lijkt in strijd met Europees recht en wordt in Duitsland dan ook bekritiseerd.5