De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/11.4.4.2:11.4.4.2 Duiding
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/11.4.4.2
11.4.4.2 Duiding
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS368825:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een negatief vermoeden is een vermoeden dat in een bepaald geval geen sprake is van onderling overleg. Dit kan worden ook gebruikt om duidelijk te maken dat een bepaalde gedraging niet tot een biedplicht zal leiden. Gaat het om een onweerlegbaar vermoeden, dan heeft dit hetzelfde effect als een wettelijke uitzondering of vrijstelling. Anders gezegd: de onweerlegbare wettelijke vermoedens zijn niet anders dan zuivere rechtsregels.1 De regelingen die een dergelijk vermoeden bevatten, bespreek ik bij de vrijstellingen van de biedplicht (§ 15.2). Indien daarentegen wordt gewerkt met een weerlegbaar vermoeden dan wordt die verduidelijking geboden zonder de desbetreffende gedraging volledig uit te zonderen van de biedplicht. Eerst bespreek ik enkele voorbeelden daarvan (§ 11.4.4.3). Daarna analyseer ik of het werken met een weerlegbaar negatief vermoeden zinvol is (§ 11.4.4.4).