Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/2.4.5.2.2
2.4.5.2.2 De ‘testamentary’ trust
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717539:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nr. 3-003; P.S. Davies & G. Virgo, Equity & Trusts. Text, Cases and Materials, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 30; P. Matthews e.a., Underhill & Hayton. The Law of Trusts and Trustees, London: Butterworths/LexisNexis 2022, p. 97-98; G. Thomas & A. Hudson, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 112-113.
De ‘executor’ is de persoon die door de erflater bij uiterste wilsbeschikking is benoemd om de nalatenschap af te wikkelen. Indien de erflater niet een ‘executor’ bij uiterste wilsbeschikking heeft benoemd, dan wel niet een uiterste wil heeft gemaakt, wordt voor de boedelafwikkeling een vereffenaar, de zogenoemde ‘administrator’, door de rechtbank benoemd. Zie hiervoor: J.G. Ross Martyn e.a., Theobald on Wills, London: Sweet & Maxwell 2021, nr. 37-002; L. King, Halsbury’s Laws of England. Wills & Intestacy (volumes 102,103), London: LexisNexis 2021, nrs. 608 t/m 610; A. Learmonth e.a., Williams, Mortimer and Sunnucks on Executors, Administrators and Probate, London: Sweet & Maxwell 2018, p. 4 en p. 6; R. Kerridge m.m.v. A.H.R. Brierley, Parry & Kerridge: The Law of Succession, London: Sweet & Maxwell 2016, p. 439 en p. 449-450; R.F.D. Barlow e.a., Williams on Wills, London: LexisNexis 2021, p. 251-252.
L. King, Halsbury’s Laws of England. Wills & Intestacy (volumes 102,103), London: LexisNexis 2021, nr. 629; A. Learmonth e.a., Williams, Mortimer and Sunnucks on Executors, Administrators and Probate, London: Sweet & Maxwell 2018, p. 101-105 en p. 275; R. Kerridge m.m.v. A.H.R. Brierley, Parry & Kerridge: The Law of Succession, London: Sweet & Maxwell 2016, p. 447 en p. 457; R.F.D. Barlow e.a., Williams on Wills, London: LexisNexis 2021, p. 258.
L. King, Halsbury’s Laws of England. Wills & Intestacy (volumes 102,103), London: LexisNexis 2021, nr. 671; A. Learmonth e.a., Williams, Mortimer and Sunnucks on Executors, Administrators and Probate, London: Sweet & Maxwell 2018, p. 3-4; R. Kerridge m.m.v. A.H.R. Brierley, Parry & Kerridge: The Law of Succession, London: Sweet & Maxwell 2016, p. 447, p. 457 en p. 461 e.v.; R.F.D. Barlow e.a., Williams on Wills, London: LexisNexis 2021, p. 259-261. Zie ook: J.G. Ross Martyn e.a., Theobald on Wills, London: Sweet & Maxwell 2021, nrs. 37-008 en 37-010.
Gelet op het feit dat de ‘executor’ bij uiterste wilsbeschikking is benoemd, verkrijgt hij de volledige eigendom – de ‘title’ (zowel de ‘legal als ‘equitable’ title) – van alle goederen, alsook de schulden van de nalatenschap op het tijdstip van overlijden van de erflater. De uiterste wil waarin hij is benoemd, dient als geldige titel van overgang van de goederen en schulden van de nalatenschap. De ‘grant of probate’ dient enkel als bekrachtiging van dit feit. Een ‘administrator’ ontleent zijn ‘title’ echter aan de ‘grant of letters of administration’ en verkrijgt derhalve van rechtswege de goederen en schulden van de nalatenschap pas op het moment dat hij in het bezit is van de voornoemde ‘grant’. Zie hiervoor: A. Learmonth e.a., Williams, Mortimer and Sunnucks on Executors, Administrators and Probate, London: Sweet & Maxwell 2018, p. 3-4, p. 18, p. 56-57, p. 62-64, p. 556-561.
J.E. Penner, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2022, p. 45-46; A. Learmonth e.a., Williams, Mortimer and Sunnucks on Executors, Administrators and Probate, London: Sweet & Maxwell 2018, p. 561; P. Matthews e.a., Underhill & Hayton. The Law of Trusts and Trustees, London: Butterworths/LexisNexis 2022, p. 32-34 en p. 97.
J.A. McGhee & S. Elliott, Snell’s Equity, London: Sweet & Maxwell 2020, p. 26-27 en p. 916-917; G. Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 339; J.E. Penner, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2022, p. 45-46; R. Wilson, Halsbury’s Laws of England. Trusts and Powers (volume 98), London: LexisNexis 2019, nr. 3; A. Learmonth e.a., Williams, Mortimer and Sunnucks on Executors, Administrators and Probate, London: Sweet & Maxwell 2018, p. 558-559, p. 1371-1372; J. Glister & J. Lee, Hanbury & Martin. Modern Equity, London: Sweet & Maxwell 2021, p. 46-48; R. Kerridge m.m.v. A.H.R. Brierley, Parry & Kerridge: The Law of Succession, London: Sweet & Maxwell 2016, p. 586-587; P. Matthews e.a., Underhill & Hayton. The Law of Trusts and Trustees, London: Butterworths/LexisNexis 2022, p. 32-34 en p. 97-98.
L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nrs. 3-065 en 3-066; P. Matthews e.a., Underhill & Hayton. The Law of Trusts and Trustees, London: Butterworths/LexisNexis 2022, p. 328-329; G.W. Thomas & A. Hudson, The Law of Trust, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 112. Zij hierbij opgemerkt dat hoewel er thans op dit punt geen consensus op bestaat, het bovenstaande de meest voorkomende visie is. Bepaalde auteurs in het Anglo-Amerikaanse recht denken hier evenwel anders over en zijn van mening dat de ‘testamentary trust’ pas tot stand komt op het tijdstip dat de trustgoederen aan de trustee worden toevertrouwd. Zie hiervoor o.a.: S. Wilson, Todd & Wilson’s Textbook on Trusts, Oxford: Oxford University Press 2015, p. 28-30; J. Hudson, B. McFarlane & C. Mitchell, Hayton, McFarlane and Mitchell: Text, Cases and Materials on Equity and Trusts, London: Sweet & Maxwell 2022, p. 186. Zie ook: P.S. Davies & G. Virgo, Equity & Trusts. Text, Cases and Materials, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 30; G. Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 56.
In het Anglo-Amerikaanse recht komt de ‘testamentary’ trust aldus tot stand onder voorbehoud van de eerbiediging van de rechten van crediteurs. Crediteurs van de nalatenschap hebben derhalve voorrang op de begunstigden van de nalatenschap, waaronder ook trustees. Zie hiervoor: L. King, Halsbury’s Laws of England. Wills & Intestacy (volumes 102,103), London: LexisNexis 2021, nr. 973; A. Learmonth e.a., Williams, Mortimer and Sunnucks on Executors, Administrators and Probate, London: Sweet & Maxwell 2018, p. 855 e.v.
De tegeldemaking geschiedt in het Anglo-Amerikaanse erfrecht – tenzij de erflater anders heeft bepaald – volgens de in de wet aangegeven volgorde, waarbij de trustgoederen hiervoor niet als eerste in aanmerking komen . Zie hiervoor: Schedule 1, Pt. II van de Administration of Estates Act 1925; J.G. Ross Martyn e.a., Theobald on Wills, London: Sweet & Maxwell 2021, nrs. 38-002 t/m 38-005; A. Learmonth e.a., Williams, Mortimer and Sunnucks on Executors, Administrators and Probate, London: Sweet & Maxwell 2018, p. 828 e.v.
P. Matthews e.a., Underhill & Hayton. The Law of Trusts and Trustees, London: Butterworths/LexisNexis 2022, p. 97-169 en p. 200-201. Vgl. ook: L. King, Halsbury’s Laws of England. Wills & Intestacy (volumes 102,103), London: LexisNexis 2021, nr. 995; L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nr. 21-016.
Section 36 van de Administration of Estates Act 1925; J.A. McGhee & S. Elliott, Snell’s Equity, London: Sweet & Maxwell 2020, p. 919; R. Wilson, Halsbury’s Laws of England. Trusts and Powers (volume 98), London: LexisNexis 2019, nr. 3; A. Learmonth e.a., Williams, Mortimer and Sunnucks on Executors, Administrators and Probate, London: Sweet & Maxwell 2018, p. 1370, p. 1377 en p. 1380; R. Kerridge m.m.v. A.H.R. Brierley, Parry & Kerridge: The Law of Succession, London: Sweet & Maxwell 2016, p. 596; R.F.D. Barlow e.a., Williams on Wills, London: LexisNexis 2021, p. 282-283.
Section 36 van de Administration of Estates Act 1925; A. Learmonth e.a., Williams, Mortimer and Sunnucks on Executors, Administrators and Probate, London: Sweet & Maxwell 2018, p. 1369-1370; R. Kerridge m.m.v. A.H.R. Brierley, Parry & Kerridge: The Law of Succession, London: Sweet & Maxwell 2016, p. 588-589.
Zie voor het onderscheid tussen ‘personal representative’ en trustee: L. King, Halsbury’s Laws of England. Wills & Intestacy (volumes 102,103), London: LexisNexis 2021, nr. 611; J.A. McGhee & S. Elliott, Snell’s Equity, London: Sweet & Maxwell 2020, p. 650-651; J.E. Penner, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2022, p. 45-46; R. Wilson, Halsbury’s Laws of England. Trusts and Powers (volume 98), London: LexisNexis 2019, nr. 3; J. Glister & J. Lee, Hanbury & Martin. Modern Equity, London: Sweet & Maxwell 2018, p. 44-46; R. Kerridge m.m.v. A.H.R. Brierley, Parry & Kerridge: The Law of Succession, London: Sweet & Maxwell 2016, p. 593-596; P. Matthews e.a., Underhill & Hayton. The Law of Trusts and Trustees, London: Butterworths/LexisNexis 2022, p. 31-36; C.C.J Mitchell, P.B. Matthews & D.J. Hayton, Underhill & Hayton. The Law of Trusts and Trustees, London: Butterworths/LexisNexis 2016, p. 33-36; R.F.D. Barlow e.a., Williams on Wills, London: LexisNexis 2021, p. 282-283.
A. Learmonth e.a., Williams, Mortimer and Sunnucks on Executors, Administrators and Probate, London: Sweet & Maxwell 2018, p. 1370-1371; P. Matthews e.a., Underhill & Hayton. The Law of Trusts and Trustees, London: Butterworths/LexisNexis 2022, p. 97. Dit betekent echter niet dat de ‘personal representative’ die nu trustee is, van rechtswege ontslagen wordt uit zijn aansprakelijkheid uit hoofde van zijn taakvervulling als ‘personal representative’. De ‘personal representative’ wordt in beginsel voor het leven benoemd.
Thans is er in de Anglo-Amerikaanse juridische literatuur een debat gaande over de vraag of er bij de wijziging van hoedanigheid nogmaals een eigendomsovergang dient plaats te vinden, gezien het feit dat de ‘personal representative’ bij het optreden als trustee reeds eigenaar is van de trustgoederen. In Re King’s Will Trusts, Assheton v Boyne [1964] Ch 542, p. 543 was bepaald dat bij een ‘personal representative’ die tevens trustee is, een wijziging van hoedanigheid en daarmee een eigendomsovergang van ‘personal representative’ naar trustee daadwerkelijk gerealiseerd wordt door middel van een ‘assent’. In de literatuur wordt echter gesteld dat niet alle relevante jurisprudentie in deze zaak in acht is genomen. Alhoewel betoogd wordt dat een ‘assent’ bij de wijziging van hoedanigheid niet strikt noodzakelijk is, wordt in de rechtspraktijk – teneinde aan te tonen dat de ‘personal representative’ zijn taken als zodanig heeft beëindigd en om rechtsonzekerheid te voorkomen – gebruikgemaakt van een ‘assent’ – veelal in geval van onroerend goed – waarin de ‘personal representative’ verklaart dat hij de trustgoederen aan zichzelf toevertrouwt en hij voortaan zal optreden als trustee. Zie in dit kader o.a.: L. King, Halsbury’s Laws of England. Wills & Intestacy (volumes 102,103), London: LexisNexis 2021, nrs. 1147, 1151 en 1152; J.A. McGhee & S. Elliott, Snell’s Equity, London: Sweet & Maxwell 2020, p. 651-652; A. Learmonth e.a., Williams, Mortimer and Sunnucks on Executors, Administrators and Probate, London: Sweet & Maxwell 2018, p. 1376 en p. 1378-1379: R. Kerridge m.m.v. A.H.R. Brierley, Parry & Kerridge: The Law of Succession, London: Sweet & Maxwell 2016, p. 597; C.C.J Mitchell, P.B. Matthews & D.J. Hayton, Underhill & Hayton. The Law of Trusts and Trustees, London: Butterworths/LexisNexis 2016, p. 36-37; R.F.D. Barlow e.a., Williams on Wills, London: LexisNexis 2021, p. 282-283.
Een settlor kan ook kiezen om een ‘testamentary’ trust – ook wel aangeduid als een ‘will’ trust – in het leven te roepen. In dat geval wijst hij bij uiterste wilsbeschikking de na te laten goederen aan, die na zijn overlijden onder trustverband moeten worden geplaatst.1
Wanneer een erflater overlijdt, is naar Anglo-Amerikaans erfrecht een ‘executor’ of ‘administrator’2 – ook wel de ‘personal representative’ genoemd – als juridische opvolger van de overledene belast met de boedelafwikkeling, waaronder ook de vereffening van de nalatenschap. Teneinde als juridische opvolger op te treden, dient de ‘executor’ of de ‘administrator’ zijn functie te aanvaarden.3 Vervolgens dient hij de rechtbank te verzoeken tot afgifte van een verklaring van erfrecht & executele (een ‘grant of probate’, respectievelijk een ‘grant of letters of administration with the will annexed’), waarin is vastgelegd dat de uiterste wil rechtsgeldig is verklaard en dat hij bevoegd is de nalatenschap af te wikkelen.4 De aanvaarding van de functie van de ‘executor’ c.q. de afgifte van de ‘grant of letters of administration’ aan de ‘administrator’ heeft tot gevolg dat hij – ter afwikkeling van de nalatenschap – van rechtswege de volledige eigendom verkrijgt van alle goederen en de schulden die deel uitmaken van de nalatenschap van de erflater.5/6 De rechten van de begunstigden van de nalatenschap zijn gedurende de afwikkeling van de nalatenschap – in het bijzonder de vereffening – zelf zeer beperkt. Zij kunnen echter alleen van de ‘personal representative’ eisen dat hij de nalatenschap op een behoorlijke en juiste wijze afwikkelt en dat hij na de voltooiing van de vereffening van de nalatenschap overgaat tot verdeling, zodat de begunstigden al dan niet het overschot krachtens erfrecht verkrijgen.7 Van een uitgebreide bundel van rechten en bevoegdheden zoals in het trustrecht aan een beneficiary van een trust is toegekend, is gedurende de vereffening derhalve geenszins sprake.
Heeft de erflater (lees: settlor) geopteerd om een ‘testamentary trust’ in te stellen, dan komt deze – anders dan in het geval van de ‘inter vivos’ trust – rechtsgeldig tot stand op het tijdstip dat de ‘personal representative’ van rechtswege de goederen en schulden van de nalatenschap verkrijgt.8 Hoewel de ‘testamentary’ trust rechtsgeldig op dat moment tot stand is gebracht en daardoor de door de erflater nagelaten of vermaakte goederen onder trustverband zijn geplaatst, zijn de trustgoederen onderworpen aan de vereffening en kan de ‘personal representative’ deze te gelde maken voor zover dat noodzakelijk is voor de voldoening van de schulden van de nalatenschap.9/10 Gedurende de vereffening hebben beneficiaries van een ‘testamentary’ trust – evenals de begunstigden van de nalatenschap – geen rechten en bevoegdheden ten aanzien van nalatenschapsgoederen waarop het trustverband rust. Zij hebben enkel het recht om via de trustee van de desbetreffende trust de behoorlijke vereffening en beheer van de nalatenschap door de ‘personal representative’ af te dwingen.11
Indien de erflater (lees: settlor) in zijn uiterste wil een andere persoon dan de ‘personal representative’ als trustee heeft benoemd, moet de ‘personal representative’ na de vereffening bij de verdeling van de nalatenschap ervoor zorgen dat de volledige eigendom (de ‘legal title’) van de trustgoederen op de juiste wijze wordt toevertrouwd aan deze trustee. Dit kan geschieden door een overdracht (‘conveyance’) aan de trustee of een eigendomsovergang door middel van een ‘assent’.12 In dat laatste geval verklaart de ‘personal representative’ dat de nalatenschapsgoederen niet meer onderworpen zijn aan de vereffening, met het gevolg dat deze verklaring een overgang van goederen bewerkstelligt.13 Dit effect kan worden vergeleken met een overgang onder algemene titel in het Curaçaose en het Nederlandse recht.
In bepaalde gevallen komt het ook voor dat de erflater de ‘personal representative’ van de nalatenschap tevens als trustee heeft benoemd. Ondanks het feit dat de werkzaamheden van ‘personal representative’ en trustee verschillend zijn, vervagen de scheidingslijnen wanneer de ‘personal representative’ de functie van trustee aanvaardt.14 In dergelijke gevallen rijst de vraag op welk tijdstip de functie van ‘personal representative’ overgaat in die van trustee en of een wijziging van hoedanigheid tot een overgang van goederen leidt. Deze vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. Volgens het thans geldende recht is het tijdstip van de wijziging van de hoedanigheid van de ‘personal representative’ in die van de trustee afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij in ieder geval wordt vermoed een wijziging te hebben plaatsgevonden ingeval de vereffening is voltooid en is vastgesteld wat het overschot is.15 Of een wijziging van hoedanigheid van de ‘personal representative’ naar de trustee gepaard gaat met een eigendomsovergang, is thans niet geheel duidelijk.16