Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/7.5.3.2
7.5.3.2 Beoordeling en evaluatie van de maatregelen
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480868:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Evaluatie convenant omgevingskwaliteit 2013, p. 28.
Brief van H. Alders 2013, p. 41.
Rapport inzake de jaarrekening 2017, p. 8.
Evaluatie convenant omgevingskwaliteit 2013, p. 14.
Evaluatie convenant omgevingskwaliteit 2013, p. 28.
Rapport inzake de jaarrekening 2019, p. 14.
Standpunt BWA.
Van den Berg, Noordhollands Dagblad 3 september 2016.
Rapport inzake de jaarrekening 2017; Rapport inzake de jaarrekening 2018, p. 7.
Boele, Haarlems Dagblad 17 januari 2018; Stil, Het Parool 18 januari 2018.
Andriessen, AD/Groene Hart 18 januari 2018.
Andriessen, AD/Groene Hart 18 januari 2018.
Stil, Het Parool 18 januari 2018.
Van der Heijden 2017.
Kamerstukken II 2018/19, 29665, nr. 353; Van Geel 2019.
Van Lieshout, De Volkskrant 5 september 2016.
‘Ze laten er geen vliegtuig minder om vliegen’, Leidsch Dagblad 3 februari 2009; Mooyman, Het Parool 22 mei 2013.
Flach, Haarlems Dagblad 22 november 2017; drie belanghebbenden procederen tot aan de Afdeling: ABRvS 7 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:430 en ABRvS 26 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3103; Boele, Haarlems Dagblad 9 januari 2020.
‘Duimen voor komst sporthal’, Haarlems Dagblad 20 mei 2017.
‘Miljoenen voor schrijnende gevallen Schiphol’, Noordhollands Dagblad 9 oktober 2013.
Mooyman, Het Parool 22 mei 2013.
‘Leefbaarheidsfonds Schiphol vooral naar schrijnende gevallen’, Hoofddorpse Courant 13 november 2013.
Van den Berg, Noordhollands Dagblad 24 februari 2017.
Evaluatie convenant omgevingskwaliteit 2013, p. 13; Rapport inzake de jaarrekening 2015, p. 10; Niet bij steen alleen 2016, p. 2.
Rapport inzake de jaarrekening 2016, p. 9.
Rapport inzake de jaarrekening 2015, p. 11.
Boele, Haarlems Dagblad 23 oktober 2015.
Boele, Haarlems Dagblad 23 oktober 2015.
Interviews betrokkenen 2020.
Brief van H. Alders 2013, p. 41.
‘Er zit een luchtje aan het Schipholfonds’, Het Parool 24 januari 1995; ‘Vliegtuigoverlast in Groene Hart’, AD/Groene Hart 2 september 2017.
‘Er zit een luchtje aan het Schipholfonds’, Het Parool 24 januari 1995; Klein Arfman, Noordhollands Dagblad 6 november 2017.
‘Meer gemeenten in Schipholfonds; Steun uit verkapte subsidiepot voor instellingen’, Rijn en Gouwe 18 december 1996.
‘Ook publiek Musicalkids geniet door Schipholfonds’, IJmuider Courant 19 januari 2008.
‘Schipholfonds? Excuustruus!’, Leidsch Dagblad 25 september 2008.
Van der Kooij, Noordhollands Dagblad 5 oktober 2013; Flach, Haarlems Dagblad 27 juni 2014.
‘’Havenfonds’ voor projecten in Velsen’, IJmuider Courant 24 mei 2013.
‘Plan: Awacsfonds voor leefbaarheid’, Limburgs Dagblad 27 februari 2015.
Burg, Eindhovens Dagblad 18 januari 2018.
De leefbaarheidsmaatregelen rondom Schiphol waren onderdeel van de zogenaamde Aldersakkoorden en werden geëvalueerd na de eerste tranche. In deze paragraaf bespreek ik deze evaluatie, ervaringen van omwonenden, belangenvertegenwoordigers en bestuurders, en de beschikbare bezwaar- en beroepsprocedures.
Evaluaties
De maatregelen uit de Aldersakkoorden, waaronder de eerste tranche van de leefbaarheidsmaatregelen zoals uitgevoerd door Stichting Leefomgeving Schiphol, werden door de Alderstafel geëvalueerd in 2012-2013. Over het algemeen waren de partijen aan de Alderstafel tevreden met de uitwerking van de Convenanten.1 De evaluatie was gericht op het doen van aanbevelingen voor de tweede tranche.
Over de gebiedsgerichte projecten werd over het algemeen positief gerapporteerd: adviesbureau DHV stelde op basis van gesprekken met betrokkenen dat de meerderheid tevreden was over de projecten en deze zag ‘als een verbetering van de leefomgevingskwaliteit die anders niet had kunnen plaatsvinden’.2 Dit werd beaamd door de bewonersdelegatie en bestuurders aan de Alderstafel.3 Wel werd geconstateerd dat ‘omgevingskwaliteit door meer wordt bepaald dan door het project in de openbare ruimte en/of het te realiseren gebouw alleen, maar ook door het gebruik ervan.’4 Volgens de evaluatie zou tijdens de tweede tranche meer aandacht moeten gaan naar de beoogde functie van een gebouw of project binnen een gemeenschap. Dit lijkt te insinueren dat projecten uit de eerste tranche niet altijd pasten bij de behoeften van de bevolking in de praktijk. Een dorpshuis of groenvoorzieningen realiseren heeft alleen positieve effecten op de leefbaarheid als men hier ook gebruik van wil en kan maken. Dat blijkt des te meer uit het feit dat een van de vijf projecten uit de eerste tranche, de groenzone in Aalsmeer, uiteindelijk – na jaren vertraging – werd stopgezet omdat grond niet beschikbaar was en ‘onvoldoende draagvlak onder de bevolking’5 bleek.
Ook bij de aanpak van de individuele ‘schrijnende’ gevallen werden kritische noten geplaatst. Uit de steekproefgewijze evaluatie werd geconcludeerd dat ‘bewoners over het algemeen tevreden zijn over de afhandeling van de aanvraag. Het is van belang gebleken dat er een instantie is waar men zijn verhaal kwijt kan en dat men serieus wordt genomen.’6 Tegelijkertijd vroegen betrokkenen in de evaluatie zich af of niet meer gedupeerden hadden kunnen worden geholpen, en twijfelden zij of de volledige doelgroep wel in beeld was via de opgestelde limitatieve lijst.7 Ook het bestuur van de Stichting typeerde het bestemmingsreglement als ‘juridisch knellend’8 en wenste in de tweede tranche meer mogelijkheden om gedupeerden te kunnen helpen. Men wijzigde het bestemmingsreglement zodat de aantallen geholpen gedupeerden groeiden; de beoordelingscriteria en de limitatieve lijst werkten een effectieve hulpverlening en schademaatregel tegen.
De maatregelen tijdens de tweede tranche waren ten tijde van deze publicatie (nog) niet geëvalueerd. Volgens het bestuur van de Stichting werden (isolatie-)werkzaamheden ‘over het algemeen naar grote tevredenheid van de bewoners verricht.’9
Ervaringen belangenvertegenwoordigers, omwonenden, bestuurders
De bewonersvertegenwoordigers aan de Alderstafel en haar opvolger de Omgevingsraad waren kritisch over de leefbaarheidsmaatregelen, die volgens sommigen geen ‘compensatie voor welke overlast van het vliegverkeer dan ook’10 vormden omdat de hinder er niet dragelijker van werd. Een andere bewonersvertegenwoordiger merkte echter op dat de keuze volgens hem lag op ‘niets of iets krijgen’11 en hij daarom op zich tevreden was met de werkzaamheden van de Stichting. Daarnaast bestond onenigheid tussen bewonersvertegenwoordigers uit de Omgevingsraad en het bestuur van de Stichting. De bewonersdelegatie wilde een rol spelen in de verdeling van het geld en nam geen genoegen met een adviserende of klankbordrol.12 Zij boycotte de bekendmaking van de bestedingen tijdens de tweede tranche omdat volgens haar te veel geld ging naar gebiedsgerichte projecten en te weinig werd besteed aan individuele gedupeerden.13 De bewonersvertegenwoordigers vonden het proces ‘ondoorzichtig’;14 de provincie en de luchthaven besloten volgens hen ‘in achterkamertjes’.15 Het bestuur van de Stichting constateerde dat veel omwonenden op de bijeenkomst aanwezig waren en vroeg zich af in hoeverre de vertegenwoordigers hun achterban vertegenwoordigden.16 Deze slechte verhoudingen vormden onderdeel van een groter conflict binnen de Omgevingsraad en onderling wantrouwen,17 waardoor de organisatie in 2019 uit elkaar dreigde te vallen.18
In de media werd geschreven over critici die stelden dat de leefbaarheidsmaatregelen ‘instrumenten om klachten van omwonenden af te kopen [en] … tegen elkaar uit te spelen’19 vormden. De meest negatieve geluiden in berichtgeving kwamen van individuele gedupeerden van wie de aanvraag was afgewezen, die zich onvoldoende geholpen voelden door de Stichting.20 In verslaggeving over gebiedsgerichte projecten kwamen ook voorstanders van de projecten aan het woord;21 zo vond bijvoorbeeld een handtekeningenactie plaats vóór de komst van een sporthal in Zwanenburg.22
Ook in de ervaring van bestuurders was het werk van de Stichting niet altijd toereikend. Verantwoordelijk gedeputeerde Talsma gaf bij aanvang van de tweede tranche aan te hopen dat meer omwonenden door de Stichting konden worden geholpen via ruimere beoordelingscriteria.23 Een Amsterdamse stadsdeelvoorzitter vond het budget onvoldoende om bewoners te helpen.24 Volgens een Statenlid zou meer budget aan individuele gedupeerden moeten worden besteed in plaats van aan ‘nieuwe dorpshuizen en ‘glijbanen’.25 Ook een Tweede Kamerlid stelde dat de Stichting onvoldoende bewoners kon helpen en pleitte voor een breder inzetbare (verhuis-)regeling.26
Bezwaar- en beroepsprocedures
Van de 51 aanvragers in de eerste tranche stelden vijftien mensen bezwaar in (zo’n 29%). Zes van hen (12%) gingen in beroep.27 Via de procedures uitten bewoners hun ongenoegen over hun afwijzingen, de als onvoldoende geachte aangeboden maatregelen, en de stringente regels van het bestemmingsreglement.28 Bij de behandeling van de eerste zaak werd echter duidelijk dat de rechtbank het bestuur van de Stichting niet kon aanmerken als bestuursorgaan. De andere gedupeerden hebben op verzoek van de rechtbank hun beroepen ingetrokken waarbij de Stichting hun griffierechten heeft vergoed.29 Omdat in hoger beroep werd bevestigd dat het bestuur van de Stichting geen bestuursorgaan vormde waardoor de Awb niet van toepassing was, zijn geen verdere rechtszaken gevoerd. De appellanten uit de RvS-zaak voelden zich volgens een portret in het Haarlems Dagblad ‘gemangeld door overheid en instanties’30 omdat de bestuursrechters geen inhoudelijke beslissing over hun zaak namen en het aanbod van de Stichting voor hen ontoereikend was.31
Gedurende de tweede tranche konden vanwege de privaatrechtelijke status van de Stichting geen bezwaarschriften, maar wel klachten worden ingediend bij de voormalige bezwaarschriftencommissie. Het aantal klachten was deze jaren gering en op een hand te tellen,32 schijnbaar doordat de Stichting ruimhartiger toekende en vrijer was dan onder het ‘juridisch knellend[e]’33 reglement.
Alternatieve leefbaarheidsfondsen
Het Schipholfonds kende genuanceerde mediaberichtgeving. Waar sommigen de bijdragen onvoldoende achtten voor de geleden overlast,34 werd ook het economisch belang van de luchthaven en het positieve effect van de bijdragen door omwonenden benadrukt.35 Volgens een lokale krant was het Schipholfonds ‘een ‘goedmakertje’;36 ontvanger Musicalkids noemde het fonds ‘[e]en gezellige afkoopsom voor alle vliegtuigherrie’;37 terwijl een ingezonden brief van een Leidenaar sprak van ‘een goedkope excuustruus’.38 Over Stichting Mainport en Groen werd vrijwel niet gerapporteerd; in een paar berichten werd tevredenheid geuit over de aangelegde groenvoorzieningen en de geluidribbels.39
Al met al komt uit evaluaties en beoordelingen een grotendeels positief beeld van de leefbaarheidsmaatregelen naar voren, hoewel critici de compensatie onvoldoende vonden voor de geleden overlast. Positieve ervaringen met de Stichting hebben de inspiratie gevormd voor vergelijkbare leefbaarheidsfondsen voor overlast rondom de haven van Amsterdam,40 overlast veroorzaakt door vluchten van Awacs-toestellen van Defensie in Limburg,41 en rondom luchthaven Eindhoven.42 Aan de andere kant hebben bewoners, belangenvertegenwoordigers, bestuurders en de Stichting zelf aangegeven dat zij meer omwonenden zouden willen helpen. De beoordelingscriteria en het gelimiteerde budget leken daarin de belangrijkste knelpunten; de status als (niet) bestuursorgaan heeft de aanpak vrijwel niet veranderd.