Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/6.3.3.d
6.3.3.d Analoge toepassing van de bepalingen inzake borgtocht
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250307:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie bevestigend met betrekking tot borgtocht in algemene zin Asser/Van Schaick 7-VIII 2018/90 en 91 en Haentjens, in: GS Bijzondere overeenkomsten, art. 7:852, aant. 1.
Zie bevestigend met betrekking tot borgtocht in algemene zin Bergervoet 2014, p. 171-172 en Haentjens, in: GS Bijzondere overeenkomsten, art. 7:852, aant. 2.
Zie bevestigend met betrekking tot borgtocht in algemene zin Bergervoet 2014, p. 182, Asser/Van Schaick 7-VIII 2018/92 en Haentjens, in: GS Bijzondere overeenkomsten, art. 7:852, aant. 11.
Op grond van art. 7:852 lid 1 BW kan een borg onder meer een beroep doen op de verweermiddelen die de hoofdschuldenaar heeft met betrekking tot het moment van nakoming van zijn verplichting tegenover de crediteur. In het geval dat de bepalingen inzake borgtocht analoog van toepassing zijn ten aanzien van de aansprakelijkheid van een moedermaatschappij op grond van een 403-verklaring, kan de moedermaatschappij zich dus beroepen op een bepaling in de overeenkomst tussen de crediteur en de 403-maatschappij op grond waarvan de 403-maatschappij pas na een bepaald moment aan haar verplichting hoeft te voldoen.1 Daarnaast is de moedermaatschappij op grond van deze bepaling niet gehouden tot nakoming zolang aan de 403-maatschappij uitstel van betaling is verleend.2 Als de 403-maatschappij nog niet hoeft na te komen, is ook de moedermaatschappij hier niet toe verplicht.
Tot slot wijs ik erop dat de moedermaatschappij op grond van art. 7:852 lid 3 BW ook bevoegd is de nakoming van haar verplichting op grond van de 403-verklaring op te schorten, zolang de 403-maatschappij – rechtsgeldig – de nakoming van haar verplichting opschort omdat de crediteur een opeisbare vordering – van de 403-maatschappij – jegens hem niet nakomt.3 De moedermaatschappij kan echter niet namens de 403-maatschappij de nakoming van de verplichting – van de 403-maatschappij – opschorten. Het is de 403-maatschappij zelf die hier een beroep op moet doen.
In afbeelding 6.2 heb ik de gevolgen van de verschillende duidingen van de 403-vordering uiteengezet: