Mededinging en verzekering
Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/8.4.3:8.4.3 Mededingingsaspecten van de werkzaamheden van een expert
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/8.4.3
8.4.3 Mededingingsaspecten van de werkzaamheden van een expert
Documentgegevens:
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183585:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 1 lid 1 onder a van de Groepsvrijstellingsverordening voor verticale overeenkomsten, Verordening (EU) nr. 330/2010.
Dit onderzoek viel buiten het bestek van dit boek.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor een beoordeling onder het mededingingsrecht is van belang in welke verhouding partijen tot elkaar staan en op welke wijze zij samenwerken. De vraag is dan of de afspraken die worden gemaakt onder het toepassingsbereik van het mededingingsrecht kunnen vallen. Met andere woorden, op welke wijze is sprake van een overeenkomst, een onderlinge afstemming van marktgedrag of een besluit van een ondernemersvereniging waardoor de mededinging merkbaar wordt beperkt? Ik sta hieronder eerst stil bij de aard van een overeenkomst tussen een verzekeraar en een expertiseorganisatie. Daarna schenk ik aandacht aan de uitbesteding van werkzaamheden aan een expert. Ik besluit deze paragraaf met het noemen van een aantal overige mededingingsrechtelijke aspecten die van belang zijn voor de rol van een expert bij coassurantie.
De aard van de overeenkomst
Hoe moet de opdracht tot het uitvoeren van schade-expertise nu mededingingsrechtelijk worden geduid? Mededingingsrechtelijk is relevant of sprake is van een vorm van horizontale of verticale samenwerking. Of daarvan sprake is hangt er vanaf of de partijen bij een overeenkomst (potentiële) concurrenten van elkaar zijn of in een verticale verhouding tot elkaar staan. Van het laatste kan volgens de Europese Commissie worden gesproken wanneer overeenkomsten of onderling afgestemde feitelijke gedragingen aan de orde zijn waarbij twee of meer, met het oog op de toepassing van de overeenkomst of de onderling afgestemde feitelijke gedraging, elk in een verschillend stadium van de productie- of distributieketen werkzame ondernemingen partij zijn en die betrekking hebben op de voorwaarden waaronder de partijen bepaalde goederen of diensten kunnen kopen, verkopen of doorverkopen.1 Het gaat bij verticale samenwerking dus om afspraken tussen ondernemingen die op een verschillend stadium van het verkoopproces werkzaam zijn.
De overeenkomst tussen een verzekeraar en een expert strekt ertoe om de toedracht van de schade te onderzoeken en binnen de grenzen van de polis de schade vast te stellen. Daarmee is een expert op een andere terrein werkzaam dan een verzekeraar die juist als aanbieder van verzekeringsdiensten actief is. Experts zijn actief op de markt voor schade-expertisediensten. Wanneer verzekeraars bij coassurantie afspraken maken met expertisebureaus, zijn zij in feite de klanten van de expertisebureaus. Verzekeraars kunnen ook zelfstandig expertisewerkzaamheden verrichten, zonder daarbij gebruik te maken van een expertisebureau. Het onderscheid tussen beide markten vervaagt als verzekeraars ook actief zijn of worden op de markt voor expertisediensten, bijvoorbeeld als verzekeraars ook zelf expertisewerkzaamheden verrichten. Verzekeraars en schade-expertiseorganisaties kunnen (dus) niet als directe concurrenten van elkaar worden gezien, behalve als de verzekeraar ook aan expertise doet.
De vraag naar een relatie met het mededingingsrecht wordt pas relevant als verzekeraars onderling overeenkomen om bepaalde afspraken te maken met sommige expertisebureaus. In dat geval is immers sprake van een inkoopcombinatie die invloed kan hebben op de mededinging op de markt voor schade-expertisediensten. Verzekeraars kopen, als zij afspraken maken met expertisebureaus, diensten in op de markt voor schade-expertise. Bovendien is de vergoeding die een expert ontvangt voor zijn werkzaamheden vaak afkomstig van verzekeraars (omdat zij voor hen optreden). Ook de vergoeding van de door een verzekerde ingeschakelde (contra)expert wordt tot een bepaald bedrag (vaak maximaal de verzekerde som) betaald door verzekeraars. Gelet op deze nauwe samenhang die kan bestaan tussen verzekeraars en expertise-organisaties dienen vormen van (overkoepelende) samenwerking tussen beide verzekeringsbranches vanuit mededingingsrechtelijk perspectief zorgvuldig te worden beoordeeld. Samenwerking tussen verzekeraars en expertise-organisaties betreffende de regeling en vaststelling van schades (voor een bepaald bedrag) kan immers merkbare invloed hebben op de mededinging op de markt voor verzekeringsdiensten hetzij de markt voor schade-expertisediensten. Op de vraag welke factoren daarbij van belang kunnen zijn, kom ik terug in paragraaf 8.5.
Uitbesteding van werkzaamheden aan een expertiseorganisatie
Een andere vraag die kan worden gesteld is of in de situatie waarin een expertiseorganisatie (een deel van de) werkzaamheden overneemt van een verzekeraar de mededinging in het gedrang komt. Alsdan is relevant of sprake is van ‘outsourcing’. Een uitvoerige bespreking van dit onderwerp valt buiten het bestek van dit boek. Van ‘outsourcing’ is bijvoorbeeld sprake bij ‘claims management services’. Werkzaamheden op het terrein van de schaderegeling van een verzekeraar worden dan uitbesteed, bijvoorbeeld aan een schade-expertiseorganisatie. Op zich is daar niets mis mee en kunnen daar schaalvoordelen aan verbonden zijn. Dergelijke afspraken kunnen echter onder het kartelverbod vallen als deze de concurrentie beperken. Dat kan het geval zijn bij exclusiviteitsafspraken en non-concurrentiebedingen. Bijvoorbeeld als wordt afgesproken (of stilzwijgend wordt overeengekomen) dat een verzekeraar exclusief opdrachten zal verstrekken aan een bepaald schade-expertisekantoor. Stilzwijgende afstemming zou aangetoond kunnen worden als over langere periode opdrachten aan eenzelfde expertisekantoor worden verstrekt en er vermoedens zijn dat de in rekening gebrachte prijzen worden afgesproken. Of dat zo zou zijn, zou nader onderzocht moeten worden door de markt voor schade-expertise in kaart te brengen (hoeveel marktpartijen zijn er; wat zijn hun marktaandelen en voor welke partijen treden zij op?).2 Aan de hand van de concurrentie op de markt voor schade-expertise kan in kaart worden gebracht of hier mededingingsbeperkende gedragingen van verzekeraars zijn of niet.
Overige aspecten
Voor de volledigheid zij vermeld dat het mededingingsrechtelijk van belang is dat het partijen (voldoende) vrij moet staan welke expert of contra-expert zij benoemen en dat die keuze niet wordt beperkt. Als dat wel het geval zou zijn, kan niet alleen de concurrentie op de markt voor schade-experts worden beïnvloed maar zou dit ook in het nadeel kunnen zijn van de verzekerde.