De bij dode opgerichte stichting
Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/9.3.2:9.3.2 De artikelen 2:4 lid 1 BW en 1:109 lid 2 BW dienen op elkaar afgestemd te worden
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/9.3.2
9.3.2 De artikelen 2:4 lid 1 BW en 1:109 lid 2 BW dienen op elkaar afgestemd te worden
Documentgegevens:
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232308:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het in leven roepen van een stichting vindt niet meer plaats door afzondering van vermogen, maar bij een in een notariële akte opgenomen rechtshandeling van oprichting, zo bleek in 3.6.3.2. Daarom kan in het licht van het bepaalde in de artikelen 4:115 BW en 4:117 BW, gesteld worden dat artikel 4:135 lid 1 BW overbodig is en daardoor zelfs verwarring wekt. Door de visie van de Hoge Raad, zoals in elk geval nog geuit in het Paul Tétar van Elvenfonds-arrest, en de reactie daarop van Meijers in het Ontwerp-Meijers, is uit het oog verloren waar artikel 4:135 lid 1 BW vandaan komt. Gezien de oorsprong daarvan, is artikel 4:135 lid 1 BW, naar mijn mening al sinds de Wet op stichtingen, maar zeker sinds de invoering van Boek 2 BW, een overbodige bepaling die ons op het verkeerde been zet.