FED 2025/102
Foutenleer bij het bepalen van de vrij te stellen winst van een buitenlandse vaste inrichting.
HR 06-06-2025, ECLI:NL:HR:2025:850, m.nt. mr. G.J.W. Kinnegim
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 juni 2025
- Magistraten
Mrs. Van Hilten, Fierstra, Faase, Cools, Peters
- Zaaknummer
22/00900
- Conclusie
A-G Wattel
- Noot
mr. G.J.W. Kinnegim
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD33689:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Europees belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑06‑2025
ECLI:NL:HR:2025:850, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2022:753, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑08‑2022
- Wetingang
Essentie
Foutenleer bij het bepalen van de vrij te stellen winst van een buitenlandse vaste inrichting.
Samenvatting
De Hoge Raad verklaart het (sprong)cassatieberoep van belanghebbende ongegrond.
Uitspraak
Het geschil betreft de toepassing van de foutenleer bij het bepalen van de buitenlandse vaste inrichtingswinst die op basis van de objectvrijstelling vrijgesteld is.
X BV beschikt over vaste inrichting in België. In 1999 vervreemdt X BV een huurrecht betreffende een Nederlandse supermarkt en vormt voor de fiscale boekwinst een herinvesteringsreserve. In 2003 verwerft X BV een elfjarig gebruiksrecht voor een Belgische woning die tot de Belgische vaste inrichting wordt toegerekend. X ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.