Het schuldige geheugen?
Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/II.4.3:II.4.3 Vergelijking met DNA-onderzoek: verkrijgen van lichaamsmateriaal
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/II.4.3
II.4.3 Vergelijking met DNA-onderzoek: verkrijgen van lichaamsmateriaal
Documentgegevens:
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS459207:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
J.P. Roselfeld, M. Soskins, G. Bosh & A. Ryan, ‘Simple, effective countermeasures to P300-based tests of detection of concealed information’, Psychophysiology 2004, 2, p. 205-219.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zowel bij het afnemen van lichaamsmateriaal voor DNA-analyse als bij (neuro) geheugendetectie worden (neuro)biologische sporen als onderzoeksobject gebruikt, dat hebben deze twee opsporingsmethoden met elkaar gemeen. Onder andere bloed, haar(wortels) of speeksel kunnen worden gebruikt om een DNA-profiel op te stellen. Van de verdachte afgenomen lichaamsmateriaal kan worden vergeleken met sporen gevonden op de plaats delict en bij een overeenkomst tussen beide is de kans zeer waarschijnlijk dat de verdachte op de plaats delict aanwezig is geweest (dat overigens niet per definitie betekent dat de verdachte ook de dader is). De meest ingrijpende manier om lichaamsmateriaal van de verdachte in bezit te krijgen, is het met gepaste kracht afnemen van het materiaal (al zal dat in de praktijk vaak niet noodzakelijk zijn). Mocht geweld noodzakelijk zijn om het materiaal te verkrijgen, dan is het fixeren van de niet-meewerkende verdachte, zodat bloed kan worden verkregen, het meest vergaand. Om het bloed te kunnen verkrijgen, dient de verdachte voor een korte tijd te worden gefixeerd. De arts moet immers met een naald in een relatief smal bloedvat komen. Bewegingen van de verdachte maken dit proces onmogelijk, vandaar dat fixatie bij tegenstribbelende verdachten noodzakelijk is. Daarbij merk ik op dat het verkrijgen van haarwortels bij tegenstribbelende verdachte mogelijk eenvoudiger is.
Voor de afname van de (neuro)geheugendetectie is fixatie een absoluut vereiste. Elke beweging die een mens maakt, wordt aangestuurd vanuit de hersenen of zorgt voor een verandering in hartslag, ademhaling en zweetproductie. Dit betekent dat voorafgaand en tijdens bewegingen hersen- en lichaamsactiviteit worden geproduceerd. Als tijdens de afname van de GKT door de verdachte bewegingen worden gemaakt, kan de daarmee gepaard gaande hersenactiviteit ruis opleveren voor de beoordeling van de mate van hersenactiviteit bij de geheugendetectie. De niet aan een GKT meewerkende verdachte dient te worden gefixeerd, zodat bewegingen worden uitgesloten. Eigenlijk dient fixatie zelfs vinger- en teenbewegingen onmogelijk te maken, omdat ook dit de resultaten kan verstoren.1 Dus met het afnemen van lichaamsmateriaal heeft de GKT gemeenschappelijk dat een (neuro)biologisch spoor wordt onderzocht, maar de noodzakelijke fixatie bij niet-meewerkende verdachte is bij de GKT vollediger en van langere duur.